Een studie van Brussel Preventie & Veiligheid onderstreept de moeilijkheden van slachtoffers van intrafamiliaal geweld tijdens de gezondheidscrisis

bps focus NL

Een studie van Brussel Preventie & Veiligheid onderstreept de moeilijkheden van slachtoffers van intrafamiliaal geweld tijdens de gezondheidscrisis

persbericht

19 februari 2021

Brussel, donderdag 18 februari 2021 – Brussel Preventie & Veiligheid (BPV) publiceert vandaag de resultaten van haar tweede analyse van intrafamiliaal geweld in het Brussels Gewest tijdens de gezondheidscrisis gelinkt aan het coronavirus. Uit die analyse blijkt dat het verstrengen van de maatregelen op het vlak van toegelaten contacten, verplaatsingen en activiteiten gepaard gaat met een toenemend aantal contacten met luister-, steun- en hulporganisaties. Bovendien leiden die beperkingen ertoe dat er minder feiten aan de politie worden gerapporteerd. Die tendensen tekenden zich het duidelijkst af tijdens de eerste lockdown.

De maatregelen van de afgelopen maanden beperkten onze activiteiten, verplaatsingen en sociale contacten. Uit de analyse van het Observatorium blijkt de aanzienlijke impact daarvan op slachtoffers van intrafamiliaal geweld. Ze zijn geïsoleerd en hebben nauwelijks persoonlijke of professionele sociale contacten, waardoor ze in situaties van enorme stress en spanning terechtkomen.

Ernstigere situaties voor de slachtoffers: stress, spanning en reële noodsituaties

De hulplijnen werden meer gecontacteerd – door slachtoffers, ongeruste naasten of professionals – naarmate de gezondheidsmaatregelen strenger werden. In april 2020 ontvingen de Nederlandstalige 1712 en de Franstalige Ecoute Violance Conjugales maar liefst drie keer meer oproepen dan voor de lockdown. Ook het aantal opvangaanvragen geregistreerd door het Centre de prévention des violences conjugales et familiales (CPVCF) nam sterk toe (+253% in april 2020 t.o.v. het gemiddelde van de 4 maanden voorafgaand aan de lockdown). De organisaties bleven ook tijdens de zomer sterk bevraagd (minder dan tijdens de lockdown maar meer dan daarvoor) en in de herfst zorgde de nieuwe verstrenging van de maatregelen voor een nog grotere toeloop. De organisaties getuigen stuk voor stuk van enorme spanningen en stress en in veel gevallen van reële noodsituaties.

De lockdown maakt het moeilijker een klacht in te dienen

De commissariaten bleven tijdens de hele gezondheidscrisis weliswaar open en toegankelijk maar voor slachtoffers was het in de lockdown-context moeilijker dan ooit om klacht in te dienen. Personen die slachtoffer worden van dergelijk geweld, thuis met een gewelddadige partner, kunnen zich niet altijd naar het commissariaat begeven (of ze denken dat het niet toegankelijk is), of zijn door het gezondheidsrisico bang om zich te verplaatsen. We stellen vast dat het aantal processen-verbaal voor intrafamiliaal geweld geregistreerd door de Brusselse politie in april 2020 23% lager lag dan het gemiddelde van april 2018 en 2019. Het aantal geregistreerde feiten steeg opnieuw tijdens de zomer en daalde vervolgens terug tijdens de tweede lockdown in de herfst (-14% in november 2020 t.o.v. het gemiddelde voor november 2018 en 2019). De toegankelijkheid van de politie in crisissituaties is dus van cruciaal belang inzake intrafamiliaal geweld.

Een toenemende bewustwording rond het verschijnsel

De situatie van het najaar 2020 is niet dezelfde als die van april 2020. Brussel Preventie & Veiligheid identificeert bepaalde elementen die wat druk en isolement wegnemen en zo de moeilijkheden van de slachtoffers enigszins verzachten. Denk maar aan de opening van de scholen waardoor slachtoffers de kans krijgen hun woning te verlaten, aan het in stand houden van fysieke aanwezigheid bij een aantal eerstelijnsdiensten wat een betere opvang mogelijk maakt, aan het ontwikkelen van laagdrempelige tools (chat bijvoorbeeld) die in een lockdown-context eenvoudig gebruikt kunnen worden en zo voorkomen dat slachtoffers compleet geïsoleerd geraken. We melden ook een grotere bewustwording rond de problematiek van intrafamiliaal geweld. Dat geldt voor de slachtoffers, die nu misschien meer geneigd zijn om klacht neer te leggen of geschikte hulp te zoeken, maar ook voor de gewone bevolking en voor professionals.

Door intrafamiliaal geweld te kwantificeren en te objectiveren, heeft de eerste studie van Brussel Preventie & Veiligheid, uitgevoerd in juli, een collectieve bewustwording rond het fenomeen van intrafamiliaal geweld mogelijk gemaakt. Vandaag is iedereen het ermee eens dat die problematiek al onze aandacht vereist, gelet op de fysieke en psychologische schade die eruit voortvloeien. Dit tweede, meer diepgaande onderzoek, zet dat werk verder en maakt de boodschap nog duidelijker! Door de betrokken actoren te informeren en het publiek te sensibiliseren, kunnen we alle middelen inzetten om slachtoffers te ondersteunen en hen te helpen uit een gewelddadige situatie te ontsnappen. Het Gewest maakt er een openbare kwestie van, een zaak die ons allen aangaat, voor een meer rechtvaardige samenleving”, aldus minister-president Rudi Vervoort.

Communicatie, onderdak en het indienen van klachten geïdentificeerd als aandachtspunten

De verschijnselen van intrafamiliaal geweld zijn complex, en dat geldt ook voor de manieren om ze te bestrijden. Enerzijds moeten oplossingen worden voorzien om de noodsituaties tijdens de gezondheidscrisis het hoofd te bieden. Anderzijds moeten structurele oplossingen worden uitgewerkt om de slachtoffers op een duurzame manier te helpen uit een gewelddadige situatie te geraken. Uit de analyse kwamen meerdere elementen naar voor die bij het uitwerken van die projecten en tools extra aandacht verdienen.

De communicatie rond de beschikbare diensten voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld, zoals de hulplijnen, leidde tot een toename van het aantal contactnames. Dat werpt de vraag op of die diensten beschikken over de capaciteit om een dergelijke toestroom van vragen op te vangen. De communicatie rond diensten die zich specifiek tot de daders richten, moet nog verder uitgewerkt worden. Het onderdak, en dan niet enkel noodopvang maar ook onderdak op lange termijn, van slachtoffers van partnergeweld blijft een belangrijk aandachtspunt. Hetzelfde geldt voor de opvang van slachtoffers in een situatie van armoede of kwetsbaarheid. Tot slot blijken de politiediensten, in het bijzonder voor het indienen van klachten, tijdens de gezondheidscrisis moeilijk toegankelijk voor slachtoffers. Dat onderstreept het cruciale belang van de laagdrempeligheid van systemen voor het opsporen, helpen en opvangen van slachtoffers en plegers van intrafamiliaal geweld.

Het coronacommissariaat valideert het beschermingsplan onder COVID-19 voor de sectoren toerisme, musea, attracties en evenementen

brussels health safety label

Het coronacommissariaat valideert het beschermingsplan onder COVID-19 voor de sectoren toerisme, musea, attracties en evenementen

persbericht

17 februari 2021

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft in het kader van de COVID-19-crisis een beschermingsplan uitgewerkt om de heropstart van de activiteiten binnen de sectoren toerisme, musea, attracties en evenementen optimaal te laten verlopen. Dit plan met betrekking tot het COVID-19-gezondheidsprotocol voor de toeristische sector van het Brussels Gewest, werd vandaag gevalideerd door het coronacommissariaat. 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lanceerde via zijn toeristische operator visit.brussels een herstelplan met verschillende initiatieven en een reeks fondsen om de toeristische sector te ondersteunen.

Om het publiek gerust te stellen en de toeristische sector een extra duwtje in de rug te geven bij de nakende heropstart van de activiteiten, heeft het gewest een COVID-19-beschermingsplan uitgewerkt. Dit plan omvat een protocol met de gangbare best practices in de strijd tegen COVID-19 en de mogelijkheid om de bijbehorende certificering te verkrijgen, het Brussels Health & Safety Label.

Momenteel beschikken maar liefst 88 instellingen en infrastructuren over het H&S Label. Sommige gebruiken het al in hun communicatiedragers. De labelhouders maken hiermee duidelijk dat ze voorbereid zijn op een heropening in de komende maanden.

Een regelmatig bijgewerkt protocol

De inhoud van het protocol zal worden bijgestuurd naargelang de richtlijnen van het Overlegcomité en dient om de sector te ondersteunen bij de nakende heropstart.

Een gratis label

Het Brussels Healthy & Safety Label is bedoeld voor de actoren uit de toeristische en culturele sector: attracties en musea, toeristische accommodaties, geleide bezoeken, horeca, venues, evenementen en beurzen. Het doel ervan is tweeledig. Het label beoogt enerzijds de naleving van de algemene dwingende voorschriften die voor alle sectoren gelden, alsook de specifieke sectorgebonden voorschriften, en biedt de betrokken sectoren aldus ondersteuning bij de heropstart van hun activiteiten. Anderzijds draagt het label toe aan het geruststellen en informeren van het publiek over de maatregelen die gelden op bepaalde toeristische plaatsen.

Opleiding voor labelhouders

In het kader van de vereisten van het label heeft visit.brussels in samenwerking met Horeca Forma een opleiding uitgewerkt rond de dagelijkse veiligheidsmaatregelen voor de bezoekers Het personeel van de instellingen met het Health & Safety Label wordt opgeroepen om de opleiding te volgen en zich de aspecten rond klantveiligheid eigen te maken.

Het label in de praktijk

Alle toeristische partners die dit wensen, kunnen het gratis label aanvragen. Het volstaat het daartoe bestemde formulier in te vullen op de website visit.brussels. Zodra de aanvraag is goedgekeurd, ontvangt de partner een certificaat en het bijbehorende materiaal (visuals, affiche, enzovoort) dat op de gevel of de etalage kan worden aangebracht. Naast deze zichtbaarheid ter plaatse wordt het label ook onder de aandacht gebracht via een communicatiecampagne die door visit.brussels wordt aangestuurd.

Om na te gaan of het label correct wordt nageleefd, zullen de labelhouders steekproefsgewijs worden gecontroleerd door SOCOTEC, de certificeringspartner van visit.brussels, die al meer dan 20 jaar actief is op het vlak van veiligheid. Deze controles focussen op de correcte toepassing en naleving van de vereiste maatregelen.

Kandidaten kunnen het label nog steeds aanvragen.

Meer info over het label https://visit.brussels/nl/label

Meer info over de labelhouders https://visit.brussels/nl/article/het-gezondheidslabel-voor-de-brusselse-toeristische-sector

De Brusselse Regering neemt bijkomende maatregelen voor het kwetsbare publiek zonder woonst tijdens koudegolf

CP sans abris corona

De Brusselse Regering neemt bijkomende maatregelen voor het kwetsbare publiek zonder woonst tijdens koudegolf

persbericht

12 februari 2021

De Brusselse regering keurde vandaag op initiatief van minister-president Rudi Vervoort bijkomende opvangplaatsen inclusief maaltijden goed voor mensen zonder woonst.

Sinds werd aangekondigd dat er een koudegolf zou aanbreken, werd het Brusselse programma voor de noodopvang van daklozen uitgebreid. De koudegolf treft vooral kwetsbare mensen bijzonder hard. Mensen zonder dak boven hun hoofd hebben het zeer zwaar te verduren. Het werd dringend nodig de capaciteit te verhogen om zowel op gezondheids- als op menselijk vlak een drama te vermijden.

De Brusselse regering vindt het cruciaal om iedereen in het Gewest onder deftige omstandigheden te kunnen onderbrengen. Om mensen die in de koude leven onderdak te bieden, en ervoor te zorgen dat de maatregelen tegen de verspreiding van Covid-19 in alle domeinen toepassing kunnen vinden, worden er bijkomende opvangplaatsen gecreëerd.

Sinds dinsdag 9 februari 2021 biedt een hotel in het Brussels Gewest (waar tot dusver 105 personen waren ondergebracht) een bijkomende opvangcapaciteit van 60 plaatsen. Er worden drie maaltijden per dag aangeboden en er wordt voorzien in begeleiding.

Minister-President Rudi Vervoort: “Om humanitaire redenen en omwille van de menselijke waardigheid opent het Brussels gewest tijdelijk bijkomende opvangplaatsen zodat niemand buiten dient te slapen. We doen ons uiterste best om dit probleem op alle niveaus te bestrijden. We willen ook de verschillende initiatieven die de Brusselse gemeentes nemen toejuichen. We doen dit niet alleen omwille van de openbare gezondheid, maar ook omdat we deze mensen in precaire situaties niet zonder onderdak en maaltijden kunnen laten midden in een koudegolf. ”

De Brusselse Regering stelt de opdrachthouders aan die de kandidatuur gaan voorbereiden van Brussel Culturele Hoofdstad van Europa 2030

bxl2030

De Brusselse Regering stelt de opdrachthouders aan die de kandidatuur gaan voorbereiden van Brussel Culturele Hoofdstad van Europa 2030

persbericht

11 februari 2021

Na de beslissing van het Europees Parlement en de Raad in 2014 om een Belgische stad aan te wijzen als Culturele hoofdstad van Europa in 2030 liet de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in oktober 2016 optekenen dat zij zich kandidaat wenste te stellen. De algemene beleidsverklaring grijpt trouwens naar dat engagement terug. 

Om dit project alle slaagkansen te geven en op een serene manier de kunst- en cultuursector maar ook het Brussels maatschappelijk middenveld rond de kandidatuur te kunnen samenbrengen, schreef de Regering in oktober 2020 een projectoproep uit om een opdrachthouder aan te stellen die de kandidatuur in goede banen moet leiden. Op donderdag 11 februari 2021 rondde de Regering het selectieproces af met de aanstelling van de personen die deze kandidatuur gaan uitwerken en verdedigen in België en in Europa.

Op een livestream persconferentie dankte de Brusselse Regering bij monde van Minister-President Rudi Vervoort en Staatssecretaris voor Europa Pascal Smet, samen met de Burgemeester van Brussel Philippe Close alle kandidaten die met waardevolle projecten op de oproep gereageerd hebben en daarmee blijk geven van hun engagement voor de culturele ontwikkeling van het Gewest.

 

Aansluitend maakte Rudi Vervoort de keuze van de Regering bekend, die viel op het duo Hadja Lahbib en Jan Goossens. Ze krijgen een meervoudige opdracht:

  • voor alle openbare, civiele, culturele en particuliere stakeholders de contouren van het project uittekenen;
  • het toekomstige financierings- en bestuursplan voorbereiden;
  • in heel de civiele maatschappij betrokkenheid en ambitie creëren bij de Brusselse gemeenschap voor de kandidatuur.

Het uiteindelijke doel is de kandidaatstelling van Brussel als Culturele Hoofdstad van Europa in 2030.

« Dat we kunnen beschikken over Hadja, Jan en hun team om onze kandidatuur te dragen, is voor ons Gewest een troef van formaat. Ze gaan ons project wortelen in de vruchtbare cultuur- en kunstbodem die ons Gewest biedt. Ik ben blij en trots over deze keuze en zeker dat zij deze opdracht prachtig zullen belichamen, zij staan voor Brussel » aldus Rudi Vervoort, Minister-President. « Aan de zijde van partners in Vlaanderen en Wallonië wil ons project ook representatief zijn voor het cultureel België van 2030: een baken in het hart van Europa, als initiatief van zijn hoofdstad !»

Het vertrouwde gezicht van het nieuws, Hadja Lahbib, is ook actief als regisseur en producer in de artistieke wereld. Haar documentaire “Patience, patience, t’irais au Paradis” beroerde de publieke opinie en leverde haar talrijke onderscheidingen op, waaronder die van “Brusselse vrouw van het jaar”. Ze heeft ook verschillende culturele programma’s geregisseerd en gepresenteerd, waardoor ze de Vlaamse en de Franstalige culturele wereld dichter bij elkaar bracht.

Hadja Lahbib: “Het is voor mij een enorme eer om de kandidatuur te verdedigen van de stad waar ik ben opgegroeid. Cultuur doet ons nadenken en laat ons samen leven, zij geeft vorm aan onze collectieve verbeelding en aan ons gevoel van samenhorigheid. In 2021 hebben we meer dan ooit nood aan vooruitzichten om te creëren, onze verbeelding te laten werken, constructief te zijn en te bouwen aan de maatschappij. Brussel is met meer dan 180 nationaliteiten een prachtig laboratorium en wij koesteren de ambitie om ons gewest in 2030 in al zijn diversiteit in de kijker te plaatsen!”

Voormalig KVS-directeur Jan Goossens is artistiek-directeur die leeft voor de stad. Hij leidde één van de grootste Brusselse theaters de eenentwintigste eeuw binnen door diversiteit centraal te plaatsen in zijn werking. Vandaag staat hij aan het hoofd van het Festival van Marseille en de biënnale ‘Dream City’ in Tunis.

“Brussel is de stad van mijn hart, waar ik met al mijn enthousiasme, en samen met zoveel mogelijk Brusselaars, wil bouwen aan een gezamenlijke toekomst. Gelijk, groen, gedragen door artiesten en cultuurhuizen, maar ook door een superdiverse civiele samenleving: Brussel 2030 kan een kruispunt zijn waarlangs vele wegen lopen die ons voorbij de pandemie naar een andere samenleving leiden. In het komend decennium kunnen we samen verbeelden wat we eigenlijk al zijn: niet alleen de hoofdstad van België en Europa, maar een cultureel knooppunt waar de wereld van morgen iedere dag uitgevonden wordt.”, aldus Jan Goossens.

Rond Hadja Lahbib en Jan Goossens worden een reflectiekamer en een expertencomité samengebracht met vooraanstaande mensen uit de cultuur, de kunstwereld en de civiele maatschappij zoals Lisette Lombe (auteur), Louma Salamé (Boghossianstichting), Ibrahim Ouassari (MolenGeek), David Van Reybrouck (G1000), Anuna De Wever (klimaatactiviste), David Murgia (acteur), Sammy Baloji (kunstenaar) en Fatima Zibouh (sociologe).

Staatssecretaris voor Europose zaken Pascal Smet: “Staatssecretaris van Europese en Internationale Betrekkingen Pascal Smet voegt toe: “Jan Goossens en Hadja Lahbib zullen ervoor zorgen dat deze kandidatuur er een van alle Brusselaars is. Zij zijn een weerspiegeling van onze stad. Hun liefde voor Brussel, zijn internationale ervaring in Tunis en Marseille en haar journalistieke ervaring maken van hen het ideale duo om Brussel en haar inwoners te vertegenwoordigen en uit te dragen.”

De Stad is bijzonder blij met de start van het kandidatuurproces van de hoofdstad van de cultuur en het Brussels Gewest en reikt graag naar aanleiding van dit prachtige initiatief de hand aan een Vlaamse en een Waalse stad. In 2030 vieren we ook tweehonderd jaar België en dat wordt voor ons land een gelegenheid onze culturen uit te dragen naar heel de Europese Unie.”, stelt Philippe Close,  Burgemeester van de Stad Brussel. 

De Brusselse regering is het eens over de herstelmaatregelen voor de faciliteit voor herstel en veerkracht (RRF) en lanceert het proces om Brupartners te raadplegen

Bruxelles

De Brusselse regering is het eens over de herstelmaatregelen voor de faciliteit voor herstel en veerkracht (RRF) en lanceert het proces om Brupartners te raadplegen

persbericht

5 februari 2021

De Brusselse regering is het eens geworden over  de maatregelen die zij met het oog op het Europese herstelplan zal voorleggen. Die maatregelen moeten Brussel, haar economie en haar inwoners veerkrachtiger maken en zijn bedoeld om de crisis onmiddellijk aan te pakken en beter voorbereid te zijn op de uitdagingen van de toekomst. De projecten werden doorgestuurd naar het kabinet van de staatssecretaris van de federale regering en worden nu voorgelegd aan de sociale partners. 

De inhoud van deze maatregelen kan evolueren in functie van de gesprekken met de Europese Commissie en hun samenhang met de projecten die door de andere Belgische entiteiten ingediend worden.  In het kader van deze evoluerende werkzaamheden kan rekening worden gehouden met de opmerkingen van de sociale partners. Ieder lid van de Brusselse regering die een of meerdere projecten onder zijn of haar hoede heeft, geeft mee vorm aan de overlegprocedure met Brupartners.

De Brusselse regering heeft in totaal 16 maatregelen naar voor geschoven. Die moeten het mogelijk maken om de toekomst voor te bereiden door zo snel mogelijk opnieuw te zorgen voor activiteit. Na het beheer van de gezondheidscrisis is de tijd aangebroken voor herstel.

Het herstelplan moet een overloop- en hefboomeffect hebben op de rest van de economie. De herstelmaatregelen steunen op drie pijlers: de activiteit terug op gang brengen, de burgers, onder wie ook de meest kwetsbaren, ondersteunen en de (onder meer digitale) omschakeling van onze economie versnellen.

Dit zijn de 16 maatregelen:

COCOF blijft investeren in digitale apparatuur voor kwetsbare studenten

circular portables

COCOF blijft investeren in digitale apparatuur voor kwetsbare studenten

persbericht

5 februari 2021

De COCOF heeft via een openbare aanbesteding honderd vernieuwde laptops aangekocht voor leerlingen op haar scholen die zich in een kwetsbare situatie bevinden. Die moeten ertoe bijdragen dat jongeren die er de meeste nood aan hebben, op een goede manier thuisonderwijs kunnen volgen.

“In deze coronatijden rekenen we massaal op digitale middelen”, zegt Brussels minister-president Rudi Vervoort, die in de COCOF bevoegd is voor onderwijs. “Maar heel wat kwetsbare gezinnen beschikken niet over een computer. Vooral voor schoolgaande kinderen dreigen enorme problemen wanneer ze niet het nodige materiaal hebben om online te kunnen. Dat kan schoolverzuim en leerachterstand veroorzaken of vergroten.”

100 bijkomende gerecycleerde laptops

De Covid 19-crisis heeft aan het licht gebracht hoe groot de verschillen zijn binnen de schoolbevolking wat betreft de toegang tot digitale technologie. De COCOF is zich bewust van de inspanningen die moeten worden geleverd om ervoor te zorgen dat alle leerlingen en studenten toegang hebben tot afstandsonderwijs. Daarom begon de COCOF in 2020 laptops te kopen en te schenken. In 2020 werden 600 nieuwe en herstelde laptops verdeeld en COCOF zal haar investeringen in 2021 voortzetten. Een honderdtal extra laptops werden aangekocht via een openbare aanbesteding die gegund werd aan de non-profit organisatie circular.brussels. Die organisatie vernieuwt afgeschreven laptops van bedrijven en zet ze opnieuw in ter bevordering van het dichten van de digitale kloof.

“Tijdens de Covid-19 crisis is het acuut tekort aan degelijk ICT-materiaal zeer duidelijk zichtbaar. Het leed dat wij zien bij studenten, ouders en leerkrachten door de afwezigheid van thuiscomputers, is werkelijk onbeschrijflijk”, zegt Dennis Adriaenssens, voorzitter van circular.brussels. “Anno 2021 hebben bijna alle jongeren een smartphone op zak. Maar velen van hen beschikken nog steeds niet over een laptop waarmee ze op een degelijke manier schoolwerk kunnen verrichten.”

Adriaenssens: “We zijn erg blij met dit initiatief van de COCOF. De vzw zorgt voor de levering van de gereviseerde laptops en de Directie Onderwijs beheert de aanvragen van leraars, studenten en gezinnen. En ook na de Covid-19-crisis hebben de COCOF en circular.brussels de ambitie om zoveel mogelijk leerlingen uit te rusten met ICT-materiaal. Door elektronica/computers te hergebruiken om de toegang tot technologie voor minder bedeelde scholieren te vergroten, creëren we niet alleen hét verschil voor vele gezinnen, maar reduceren we ook de vervuilende milieu-impact van de hedendaagse technologie.”

Het Brussels Gewest wordt officieel eigenaar van een atelier naast de oude bioscoop de geklasseerde site van de “Movy Club” in Vorst

movy club2

Het Brussels Gewest wordt officieel eigenaar van een atelier naast de oude bioscoop de geklasseerde site van de "Movy Club" in Vorst

persbericht

4 februari 2021

Op voorstel van minister-president Rudi Vervoort heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest haar goedkeuring gehecht aan de aankoop van een werkplaats in de Monnikenstraat 17 in Vorst. Met een oppervlakte van 551m2 zal deze werkplaats een verrijking vormen voor het project om een wijkvoorziening rond de bioscoop “Movy Club” te creëren. Deze strategische aankoop werd gedaan in het kader van het stadsvernieuwingscontract voor 4 “Koningslaan”. 

Ter herinnering de bioscoop “Movy Club” werd in het begin van de jaren 1930 gebouwd door architect Leroy in een stijl die art deco en modernisme combineert. Het betreft één van de laatste wijkbioscopen van Brussel. In tegenstelling tot de grote bioscoopcomplexen wordt de Movy Club gekenmerkt door zijn intieme sfeer. Bij het uittekenen van het project had de architect Leroy immers gekozen voor een zaal met een menselijke dimensie, waardoor deze bioscoop altijd nauw verweven is gebleven met het leven van de Vorstwijk en haar bewoners.

Op initiatief van minister-president Rudi Vervoort had de regering in 2016 beslist om de “Movy Club” aan te kopen om zo dit uitzonderlijke gebouw te beschermen. Een naburige commerciële benedenverdieping werd vervolgens door het Directtie Facilitiet van de Gewestelijke Overheidsdienst aangekocht om de installatie van een afzonderlijk brandwerend in te richten en om in de hal en een administratieve ruimte mogelijk te maken. Met deze nieuwe aankoop, voor een bedrag van 300.000 euro, maakt de regering het mogelijk om bijna 551m2 extra ruimte te consolideren en toe te voegen voor het project “Movy Club”.

Minister-President Rudi Vervoort: ‘Om de herinnering aan het verleden van de wijk en een heel tijdperk te bewaren, is het belangrijk deze mythische plaats in stand te houden. Het gaat hier om een gevestigde instelling, een kleine architecturale parel verscholen midden in het lagere stadsdeel van Vorst. Haar ene filmzaal behoort tot de mooiste zalen in modernistische art-decostijl die de hoofdstad rijk is. Wij zijn zeer verheugd met deze nieuwe aanwinst, die het renaissanceproject van de Movy Club aanzienlijk zal versterken.”, zegt minister-president Rudi Vervoort.

“Erfgoed en een bruisende stad kunnen perfect hand in hand gaan. De Art Deco cinema ‘Movy Club’ was lang een culturele hotspot voor de Wiels Wijk en zal dat nu opnieuw worden,” zegt Pascal Smet, Brussels Staatssecretaris voor Stedenbouw en Erfgoed.

Brusselse Regering maakt 74 miljoen extra vrij voor de sectoren die het zwaarst door de gezondheidscrisis zijn getroffen

parlement ma version

Brusselse Regering maakt 74 miljoen extra vrij voor de sectoren die het zwaarst door de gezondheidscrisis zijn getroffen

persbericht

21 januari 2021

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft op donderdag 21 januari 2021 een nieuw pakket steunmaatregelen goedgekeurd voor de economische sectoren die het zwaarst door de crisis zijn getroffen, voor een totaalbedrag van bijna 74 miljoen euro. Het gaat om de volgende vier sectoren: restaurants en cafés en hun voornaamste toeleveranciers; toeristische logies, waaronder hotels en gastenkamers; ondernemingen in de evenementen-, cultuur en toeristische sector; en discotheken.

Deze ondernemingen zijn van essentieel belang voor Brussel, zijn imago, zijn aantrekkelijkheid en zijn economische dynamisme. Achter deze ondernemingen staan duizenden ondernemers en werknemers die al maanden niet kunnen werken en geen vooruitzichten hebben. Zich bewust van de enorme moeilijkheden waarin zij zich bevinden en om hen door de crisis te helpen, heeft de regering ingestemd met een premiestelsel, ‘Tetra’ genaamd. 

Deze nieuwe maatregel is uitgewerkt na talrijke ontmoetingen en gesprekken met de organisaties die de werkgevers, de middenstand en de werknemers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigen, om zo goed mogelijk aan hun verwachtingen te beantwoorden en rekening te houden met de realiteit op het terrein.

Deze steunregeling zal de vorm aannemen van een variabele premie waarvan het bedrag zal worden vastgesteld op basis van het aantal voltijdsequivalenten (VTE) van de onderneming en de omzetdaling tussen de laatste drie kwartalen van 2019 en dezelfde periode in 2020.

Met de invoering van deze twee criteria kiest de regering voor een meer gerichte steunaanpak die bedoeld is om de ondernemingen en zelfstandigen te helpen, waarvan de behoeften en moeilijkheden beter geïdentificeerd zijn.

Afhankelijk van de betrokken sector zullen de premiebedragen binnen de volgende marges vallen:

  • voor de horecasector, de horecaleveranciers en de evenementensector: van 5.000 tot 36.000 euro;
  • voor de logiessector: van 5.000 tot 50.000 euro;
  • voor de discotheken: van 60.000 tot 100.000 euro.

Brussel Economie en Werkgelegenheid zal instaan voor het beheer van deze premies. De procedures en termijnen voor toegang tot deze steun zullen worden meegedeeld na de bekendmaking van de besluiten, in de loop van februari.

Minister-President Rudi Vervoort: “De toeristische, culturele en evenementensector en de sector van het nachtleven zorgen zowel rechtstreeks als onrechtstreeks voor heel wat werkgelegenheid en zij dragen ontegensprekelijk bij aan het imago en de internationale uitstraling van Brussel, maar momenteel gaan zij door een ongeziene crisis. De Brusselse regering is zich daarvan bewust en zij zet zich al maandenlang onverdroten in om hen bij te staan. Deze nieuwe steunmaatregel is het resultaat van een samenwerking met de sociale partners die erop gericht was te komen tot een mechanisme dat beter afgestemd is op de situatie op het terrein. Wij blijven verder overleg plegen en zullen aan hun zijde blijven staan om hen te helpen deze crisis door te komen en om het herstel voor te bereiden.”

Minister van Financiën en Begroting, Sven Gatz: “Met deze nieuwe Tetra-premie willen we enkele uiterst belangrijke sectoren uit het Brusselse leven bijkomende ondersteuning bieden om de coronacrisis te overleven. De hotels en Bed & Breakfast’s, de restaurants en cafés, de evenementensector, de cultuursector, het toerisme en de discotheken zijn voor het economisch en sociaal weefsel in de hoofdstad immers van cruciaal belang. Daarom halen we het onderste uit de kast om hen voor het faillissement te behoeden.”

Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie: “Na talrijke ontmoetingen met de betrokken sectoren moest een gerichte steunregeling worden uitgewerkt die in verhouding staat tot hun moeilijkheden. De horeca en zijn toeleveranciers, de evenementensector, het nachtleven… ze zijn bepalend voor het imago van Brussel. Deze sectoren zijn van vitaal belang voor de economische activiteit van ons gewest. Het zijn vooral de zelfstandigen en de werknemers die moeten worden geholpen om klaar te zijn voor een herstart wanneer de gezondheidssituatie hen toelaat te heropenen.” 

Eerste fase van de uitbetaling van de premie voor zogenaamde ‘niet-essentiële’ handelszaken

Daarnaast heeft de regering in eerste lezing het besluit aangenomen tot organisatie van de eerste fase van de uitbetaling van een premie van maximaal 5.000 euro voor de zogenaamde ‘niet-essentiële’ handelszaken die op basis van de beslissingen van het Overlegcomité van 30 oktober 2020 moesten sluiten.

De ondernemingen en zelfstandigen met de volgende NACE-codes die op 1 december 2020 niet konden heropenen, komen in aanmerking voor een eerste schijf van 1.500 euro:

  • 96021 – Haarverzorging
  • 96022 – Schoonheidsverzorging
  • 96040 – Sauna’s, solaria, baden enz.
  • 96092 – Plaatsen van tatoeages en piercings
  • 85531 – Autorijscholen
  • 91041 – Botanische tuinen en dierentuinen
  • 92000 – Loterijen en kansspelen
  • 93130 – Fitnesscentra
  • 93212 – Exploitatie van pret- en themaparken
  • 93291 – Exploitatie van snooker- en biljartenzalen
  • 93292 – Exploitatie van recreatiedomeinen
  • 93299 – Overige recreatie- en ontspanningsactiviteiten

Deze eerste schijf van 1.500 euro zal vanaf 28 januari 2021 toegankelijk zijn viahttp://www.premiecovid.brussels/

De startdatum van de tweede fase van deze premie, die betrekking heeft op de zogenaamde ‘niet-essentiële’ handelszaken die op 1 december wel weer open konden, zal in februari worden aangekondigd.

Er is een nieuwe beheersovereenkomst met Citydev.Brussels

signature citydev21 copie

Er is een nieuwe beheersovereenkomst met Citydev.Brussels

persbericht

14 januari 2021

Na enkele maanden van gezamenlijk werk werd het beheerscontract tussen de Brusselse regering en citydev.brussels vandaag ondertekend door de Brusselse Minister-President Rudi Vervoort, Staatssecretaris voor Economische Transitie Barbara Trachte en vertegenwoordigers van de instelling.

De beheersovereenkomst legt het kader van de traditionele opdrachten van citydev.brussels vast, en strekt er eveneens toe diezelfde opdrachten af te stemmen op de sociale en economische uitdagingen voor het gewest.

Het rapport bepaalt de grote actielijnen en omschrijft de prioriteiten van de instelling voor de komende vijf jaar. De beheersovereenkomst hecht veel belang om van Brussel een veerkrachtig gewest te maken.

Op het vlak van economische expansie bestaat de prioriteit erin ruimte ter beschikking te stellen van productiebedrijven, en dan vooral van kmo’s, om de economische ontwikkeling van het gewest te bevorderen en zorechtstreekse of onrechtstreekse jobs voor de Brusselaars te creëren of te behouden. Die ambitie kadert in een context van economische- en klimaattransitie, die ertoe noopt het grondgebruik te optimaliseren en nuttige productieactiviteiten terug naar de stad te halen. citydev.brussels wil dichte, gemengde en modulaire projecten ontwikkelen die passen in het stadsweefsel. Tegen het einde van de overeenkomst (2026) zullen er tien actieve parken voor kmo’s, zko’s en mgo’s zijn en zal de ontwikkeling van nog eens drie parken zijn opgestart.

Op het vlak van economische expansie verbindt citydev.brussels zich ertoe om tijdens de looptijd van de beheersovereenkomst minstens vijf proefprojecten te ontwikkelen. Die projecten zullen er meer bepaald op gericht zijn:

  • ambachten opnieuw te verspreiden over de stad door de ateliers her en der in de stad te ondersteunen en te herwaarderen;
  • de steunmaatregelen voor de tewerkstelling van Brusselaars die op termijn de sociaaleconomische kloof tussen de gewesten moeten uitvlakken, uit te breiden;
  • opkomende bedrijfstakken of kleinere schakels daarvan, die behoren tot de prioritaire economische sectoren voor de economische transitie, zoals omschreven in de gewestelijke beleidsverklaring, te ondersteunen. Zo kan bijvoorbeeld een logistieke hub tot stand worden gebracht, waarbij er voor de laatste kilometer wordt overgeschakeld op zachte mobiliteit;
  • het sleutel-op-de-deurconcept te testen voor productieruimten en dus ateliers aan te bieden die gebruiksklaar zijn voor een specifieke activiteit;
  • de ontwikkeling van de productie op middelgrote schaal of op mesoniveau in Brussel te ondersteunen.

Op het vlak van stadsvernieuwing streeft citydev.brussels er naar betaalbare, kwaliteitsvolle koopwoningen aan te bieden, zodat iedereen kan wonen in een stimulerende omgeving die sociale samenhang en respect voor het leefmilieu hoog in het vaandel draagt. In dat verband zijn zeven strategische doelstellingen vastgelegd. Zo verbindt citydev.brussels er zich onder meer toe om tegen 2026 minstens 1.000 openbare woningen, hoofdzakelijk koopwoningen, op de markt te brengen. citydev.brussels streeft er daarbij naar om 200 nul-energiewoningen te bouwen en minstens 20% van de woningen via een erfpachtrecht te ontwikkelen. Verder is het de bedoeling om 20% van de woningen te verwezenlijken in de gemeenten van de tweede gordel, waar betaalbaar wonen een groot probleem is.

Op het vlak van stadsvernieuwing zullen er minstens vier proefprojecten uitgevoerd worden, die erop gericht zijn een concrete invulling te geven aan de doelstelling om de huisvesting te diversifiëren en in te spelen op de uitdagingen in verband met de klimaattransitie. Zo is het de bedoeling om:

  • een eerste groot wooncomplex in hout te bouwen;
  • te bestuderen of het juridisch en fiscaal mogelijk is om de in haar projecten aangelegde parkings te delen;
  • te bestuderen en te onderzoeken hoe juridisch, budgettair en technisch gezien het best een energiepositief gebouw kan worden ontwikkeld;
  • een tijdelijk gebruiksproject op te zetten dat een oplossing biedt voor mensen die niet kwaliteitsvol wonen of dringend op zoek zijn naar een onderkomen.

Minister-President Rudi Vervoort stelt: “Met een doelstelling van 1000 nieuwe betaalbare woningen voor de legislatuur bevestigt deze nieuwe beheersovereenkomst Citydev als eersterangsoperator van het noodplan voor huisvesting. In een bredere context sluit de beheersovereenkomst ten volle aan bij de doelen die de regering zich heeft gesteld om van de ondersteuning van de economische transitie één van de speerpunten van haar beleid te maken. Citydev beschikt over alle ingrediënten om op schaal van de wijken op een positieve en inclusieve wijze in te werken op de stad.”

Staatssecretaris voor Economische Transitie Barbara Trachte: “Ik ben verheugd dat de Brusselse regering en de citydev.brussels zich met dit nieuwe beheerscontract engageren tot ambitieuze doelstellingen op het vlak van de economische transitie. Door te wedden op een circulaire en koolstofarme economie en in te zetten op de herlokalisatie van productieve activiteiten die nuttig zijn voor de stad, bevestigt citydev.brussels haar ambitie om een essentiële actor te worden in de ontwikkeling van een veerkrachtige stad die tegemoetkomt aan de behoeften van haar inwoners.”

“Ik ben bijzonder blij dat we vandaag onze nieuwe beheersovereenkomst ondertekenen. Ze bevestigt de opdracht van citydev.brussels als beheerder van gemengde projecten. Zo zijn we zeker dat we de nodige middelen krijgen om vastgoedprojecten te ontwikkelen waarin duurzame woonwijken ook plaats bieden voor productieactiviteiten die een meerwaarde vormen voor de stad.”, zegt Thomas Ryckalts, afgevaardigd bestuurder van citydev.brussels.

Bernard Richelle, voorzitter van citydev.brussels voegt toe : “De nieuwe beheersovereenkomst bevestigt en versterkt de doelstellingen die citydev.brussels al jaren nastreeft, maar daar blijft het niet bij. Ze bepaalt ook wat voor citydev.brussels de ambitie moet zijn: met voorrang projecten ontwikkelen die concreet invulling geven aan de Brusselse economische transitie. Duurzaam, circulair, opgewassen tegen de klimaatuitdaging, en met ruimte voor stadslandbouw en het tijdelijk gebruik van openbaar vastgoed.”

Brussel ondertekent MoU met Quito

Quito

Brussel ondertekent MoU met Quito

persbericht

13 januari 2021

Brussels Minister President Rudi Vervoort en Staatssecretaris voor Internationale Relaties Pascal Smet ondertekenden vandaag een memorandum of understanding met hun collega’s van de Ecuadoraanse stad Quito. Beide steden zullen de komende twee jaar bekijken hoe ze kunnen samenwerken binnen verschillende domeinen. De thema’s erfgoed (het centrum van Quito is UNESCO werelderfgoed), stadsontwikkeling én, hoe kan het ook anders, chocolade staan hoog op de lijst.

“Ik geloof er sterk in dat steden wereldwijd moeten samenwerken om grootstedelijke uitdagingen aan te pakken. Samen met onze partnersteden willen we bouwen aan de duurzame en inclusieve stad van morgen”, Rudi Vervoort

“Ik geloof er sterk in dat steden wereldwijd moeten samenwerken om grootstedelijke uitdagingen én opportuniteiten aan te pakken. Brussel kan veel opsteken van andere metropolen, zelf kennis delen én er zijn tal van opportuniteiten om samen te werken.
Ik ben zeer positief over onze contacten met Quito . Ik zie bijvoorbeeld al heel wat concrete mogelijkheden rond deze 3 thema’s. Rond erfgoed, het prachtige stadscentrum van Quito is UNESCO werelderfgoed. Rond stadsplanning op mensenmaat, Quito ontwikkelt momenteel haar eerste metrolijn en wil inzetten op publieke ruimte. En rond chocolade, want Ecuador is een grote chocoladeproducent en wij zijn dé chocoladehoofdstad van de wereld,” Pascal Smet.

De ondertekening van het memorandum van overeenstemming gebeurde tijdens een digitale ontmoeting. Rudi Vervoort en Pascal Smet ondertekenden het document in Brussel, in aanwezigheid van de Ecuadoriaanse ambassadeur, en op hetzelfde ogenblik deed de burgemeester van Quito, Jorge Yunda Machado, hetzelfde in de Ecuadoraanse hoofdstad, in aanwezigheid van de viceminister van buitenlandse zaken, Arturo Cabrera Hidalgo. De hele ceremonie was te volgen via een livestream.

Beide steden spraken met dit document af om tijdens de komende twee jaar de mogelijkheden te onderzoeken om op lange termijn een structurele samenwerking uit te bouwen. Deze aanpak past in de internationale strategie van het Brussels Gewest om potentiele samenwerking zeer grondig te analyseren voor het zich op lange termijn engageert.

Concreet zullen Brussel en Quito twee jaar lang nagaan welke informatie kan worden uitgewisseld, welke gemeenschappelijke initiatieven kunnen worden opgezet en hoe kan worden samengewerkt rond verschillende specifieke thema’s.

 

Thema’s

Quito is de hoogstgelegen hoofdstad ter wereld en wordt omringd door maar liefst 14 vulkanen. Ze herbergt één van de grootste en best bewaarde historische centra van Latijns-Amerika. Het volledige centrum van de stad is UNESCO werelderfgoed. Brussel van haar kant staat wereldwijd bekend als de art nouveauhoofdstad van de wereld en omwille van de indrukwekkende Grote Markt. Ook ‘Het mooiste plein ter wereld’ staat op de lijst van het Werelderfgoed van UNESCO. Het zal dan ook niet verbazen dat erfgoed en monumentenzorg een onderwerp is waarvoor beide steden veel interesse tonen om in de toekomst rond samen te werken.

Ook de thema’s stadsontwikkeling en mobiliteit staan hoog op de agenda. Brussel maakt sinds enkele jaren de omslag naar een stad op mensenmaat waar veel aandacht voor kwalitatieve publieke ruimte en zachte mobiliteit centraal staat. Quito won in 2017 de Momentum for Change prijs van de Verenigde Naties voor haar inspanningen voor duurzame stedelijke ontwikkeling.

In de categorie handel springt chocolade meteen in het oog. Equador is een grote producent van chocolade en Brussel is een grote verwerker van de grondstof en staat bekend als ‘chocolade hoofdstad’. Voor beide steden zijn er ongetwijfeld interessant opportuniteiten om intensiever te gaan samenwerken rond de bekende lekkernij.

Maar ook rond o.a. de thema’s LGBTIQ+, volksgezondheid, cultuur, leefmilieu, toerisme, en wetenschappelijk onderzoek zullen de mogelijkheden om beide steden nauwer te laten samenwerken onder de loep worden genomen de komende twee jaar.