Duurzame wijkcontracten: de Brusselse regering selecteert drie nieuwe perimeters in Brussel-Stad, Sint-Agatha-Berchem en Vorst

CQD12

Duurzame wijkcontracten: de Brusselse regering selecteert drie nieuwe perimeters in Brussel-Stad, Sint-Agatha-Berchem en Vorst

persbericht

23 april 2021

Naar aanleiding van de start van de twaalfde reeks duurzame wijkcontracten (DWC) selecteerde de Brusselse regering drie nieuwe perimeters: “Versailles” in Brussel-Stad, “100 jaar later blazen we de Moderne Wijk nieuw leven in!” in Sint-Agatha-Berchem en “Twee cités” in Vorst. Zij zullen via dit gewestelijke instrument voor stedelijke herwaardering steun krijgen om de stedelijke ontwikkeling te bevorderen en de leefomgeving van de inwoners van de zone voor stedelijke herwaardering (ZSH) te verbeteren.

De duurzame wijkcontracten bestaan sinds 2010, maar de uitbreiding van de zone voor stedelijke herwaardering in 2019 bood enkele nieuwe Brusselse gemeenten de kans om voor deze twaalfde reeks een kandidatuur in te dienen. Net zoals dat de vorige jaren het geval was, was de deelname aan de kandidatuuroproep, die verliep onder leiding van minister-president Rudi Vervoort, groot en waren de dossiers van hoge kwaliteit. In totaal werden zeven kandidaturen ingediend.

Door de coronacrisis die leidde tot een algemene lockdown en de verplichting om van thuis te werken, kwamen de moeilijke woonomstandigheden, vooral van kwetsbare bevolkingsgroepen (onaangepaste of zelfs ongezonde woningen), nog scherper tot uiting,” aldus minister-president Rudi Vervoort. “In het licht van die vaststellingen en de dringende nood aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en om op dat vlak sterker te kunnen ingrijpen, was het van het allergrootste belang om de kandidatuuroproep van de nieuwe reeks DWC op de eerste plaats te richten tot gebieden met een groot aandeel sociale woningen.”

De selectie omvat dus:

  • ofwel perimeters die aangeduid worden als “grote gehelen” (gebied met een concentratie van sociale of daarmee gelijkgestelde openbare woningen);
  • ofwel perimeters met 50% (of meer) sociale of daarmee gelijkgestelde woningen.

De laureaten van de twaalfde reeks “duurzame wijkcontracten 2022-2027/2029” hebben op hun grondgebied allemaal genoeg interessante gronden die in aanmerking komen voor de aanleg van groene ruimten en de inrichting van voorzieningen die de herwaardering van de wijken ten goede moeten komen, maar ook voor de totstandbrenging van ruimten waar mensen terecht kunnen om te verpozen, zich te ontspannen en te genieten van gezelligheid in een vaak sterk verdichte omgeving. Het hoofddoel van ieder duurzaam wijkcontract bestaat erin de leefkwaliteit van de inwoners te verbeteren en in nauwe samenspraak met hen de prioritaire projecten te bepalen en uit te werken.

De drie gemeenten mogen elk rekenen op een subsidie van 142.500 euro om hun basisprogramma uit te werken en op een subsidie van 12,5 miljoen euro om de concrete projecten die er vorm moeten krijgen, te ontwikkelen.

Renolution.Brussels: samen renoveren naar een duurzame stad

Renolution

Renolution.Brussels: samen renoveren naar een duurzame stad

persbericht

22 april 2021

 Tussen nu en 2024 wordt meer dan 350 miljoen euro overheidsgeld geïnvesteerd in de Renovatiestrategie via steunmaatregelen voor alle Brusselaars! Die Renovatiestrategie noemen we voortaan: RENOLUTION! Het betreft een echte energierevolutie in de gebouwen, die het Gewest in staat moet stellen zijn ambitieuze klimaatdoelstellingen te verwezenlijken. Hiertoe lanceert de Brusselse regering een publiek-private alliantie voor het klimaat, voor de werkgelegenheid en om de energiefactuur van de Brusselaars te verlagen, de RENOLUTION-alliantie. In het kader van die alliantie zullen alle actoren samenwerken om de instrumenten te ontwerpen, te evalueren en te doen evolueren om de RENOLUTION van de gebouwen te ondersteunen en er een ecologische, economische en sociale kans voor Brussel van te maken. 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zich in zijn Energie- en Klimaatplan ertoe verbonden om tegen 2050 de koolstofneutraliteit te benaderen. Meer dan de helft van de Brusselse broeikasgasuitstoot is afkomstig van het energieverbruik van gebouwen. Het Gewest heeft daarom tijdens de vorige legislatuur een ambitieuze strategie voor de renovatie van gebouwen gelanceerd, waarbij alle publieke maar ook private instrumenten zijn ingezet. Deze RENOLUTION streeft naar een gemiddeld energieprestatieniveau van 100 kWh/m²/jaar voor Brusselse woningen en naar energieneutraliteit voor tertiaire gebouwen in 2050, d.w.z. een gemiddeld verbruik dat drie of vier keer lager ligt dan in de huidige situatie. De implementatie ervan is begonnen en zal geleidelijk worden uitgebreid. 

Dit is een enorme uitdaging en de overheid wil alle drijvende krachten inzetten om ambitieus te reageren. Dit is ook een kans waarvan Brussel de vruchten moet plukken. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bundelt daarom zijn krachten met de bouwsector, de financiële sector, de verenigingssector en de sociale partners, om samen doeltreffende oplossingen te implementeren: dit wordt de RENOLUTION-alliantie, een alliantie voor renovatie, een plaats voor dialoog en samenwerking die alle sectoren samenbrengt die betrokken zijn bij de energierenovatie van de Brusselse gebouwen. Alle uitdagingen van de renovatie zullen aan bod komen: financiering en fiscaliteit, administratieve en stedenbouwkundige vereenvoudiging, begeleiding, duurzaamheid en circulaire economie, erfgoed en architecturale kwaliteit, kwalificatie van beroepen, innovatie, solidaire transitie. 

RENOLUTION beoogt de eerste renovatieverplichtingen op te leggen vanaf 2030. Het Gewest wil echter niemand voor voldongen feiten stellen en zal alle steun- en begeleidingsmaatregelen nemen zodat renovatiekandidaten kunnen anticiperen. De uitvoering van deze maatregel zal zorgvuldig worden bestudeerd: er zal bijzondere aandacht worden besteed aan het risico van stijgende vastgoedprijzen, een voorfinancieringsmechanisme zal worden behouden en versterkt, het inkomen en het vermogen van huishoudens zullen in aanmerking worden genomen, zowel wat de toegekende premies als de beoogde werken betreft, enz. Zo werkt het Gewest aan een globale hervorming van het stelsel van de premies voor woningrenovatie, de premies voor gevelverfraaiing en de energiepremies, met als doel de toegang tot de premies voor de Brusselaars verder te vereenvoudigen. 

De minister-president en de minister van Energie delen de doelstelling dat deze hervorming op 1 januari 2022 operationeel is. Overigens heeft de regering het budget voor de energie- en renovatiepremies al verhoogd, op initiatief van de minister van Stadsvernieuwing en de minister van Leefmilieu en Energie. Die premies hebben veel succes en tonen aan dat de Brusselaars bereid zijn om te renoveren. 

De regering wil deze ambitie handhaven en ondersteuning bieden aan alle Brusselaars die hun woning willen renoveren. Ze zal de begeleiding en de financiële ondersteuning aanzienlijk versterken, door te evolueren naar een one-stop-shop voor alle renovatieprocedures. Voor de burgers zal Homegrade het referentiepunt zijn. In de meerjarenbegroting van de regering is tot 2024 meer dan 350 miljoen euro uitgetrokken voor de verschillende financiële steun- en begeleidingsmechanismen. Een budget dat jaar na jaar zal stijgen gedurende de hele legislatuur. Een sterk gebaar naar iedereen die renoveert. 

Dankzij die middelen plant de regering in 2021 ook: 

  • voor mede-eigendommen – het gaat om 55% van het Brusselse woningbestand: begeleiding op maat, gezien de specifieke kenmerken van mede-eigendommen; 
  • voor gewestelijke en gemeentelijke overheden: RenoClick, een begeleidings- en financieringsprogramma, in samenwerking tussen Leefmilieu Brussel en Sibelga; 
  • het Renolab, dat het mogelijk zal maken vernieuwende oplossingen te testen op het gebied van begeleiding, financiering, efficiëntere renovatietechnieken in Brussel, enz. We maken plaats voor innovatie, wat essentieel is om de doelstellingen te bereiken. 

Vanaf begin 2022 zullen de renovatiepremies en de energiepremies worden eengemaakt voor eigenaars-bewoners. Deze ‘hervormde’ renovatiepremies zullen dan, onder bepaalde voorwaarden, toegankelijk worden gemaakt voor eigenaars-verhuurders, die momenteel alleen aanspraak kunnen maken op energiepremies. 

Ten slotte zal de regering samen met alle actoren via de RENOLUTION-alliantie alle manieren bestuderen om de renovatieprocedures te vereenvoudigen en te versnellen, alsook het toekomstige systeem van certificering- en renovatieverplichting. 

Al die maatregelen moeten de vraag naar renovatiewerken stimuleren en doen toenemen. Met het oog op die vraag is het van essentieel belang dat er een voldoende en kwalitatief aanbod is. Dat is de uitdaging van kwalificatie en werkgelegenheid. Brussel heeft een kans te grijpen! 

De regering zal dus blijven investeren in de opleiding van de Brusselaars in de renovatieberoepen. Samenwerking tussen de overheidssector en de bouwsector om opleiding en werkgelegenheid te stimuleren is een van de prioriteiten van RENOLUTION. Construcity.Brussels, de opleidings- en tewerkstellingspool voor de bouwsector, zal nog vóór de zomer officieel worden opgericht. 

Om de renovatie-uitdaging in Brussel aan te gaan, heeft de regering eind 2020 het Build Circular.Brussels-programma opgestart. Dat heeft tot doel bedrijven en ondernemers die op het grondgebied actief zijn, te begeleiden en op te leiden in de beginselen van circulair bouwen. Aan alle werknemers (zelfstandigen, bedienden, arbeiders) worden momenteel gratis opleidingen aangeboden die aan elk beroep zijn aangepast. Daarnaast staan deskundigen op het gebied van circulair bouwen ter beschikking van bedrijven, om hen zo goed mogelijk te begeleiden bij hun transitie. Build Circular.Brussels komt daarmee tegemoet aan de wens van het Gewest om lokale hulpbronnen te bevorderen en banenscheppende innoverende sectoren te ontwikkelen. Volgens een studie van Leefmilieu Brussel zouden de budgetten waarin deze RENOLUTION voorziet, op termijn ongeveer 8.000 niet-

delokaliseerbare banen moeten opleveren. Het is dan ook van essentieel belang om met de sector samen te werken, zodat die in Brussel over deze arbeidskrachten kan beschikken. 

Tenslotte werken de stadsvernieuwingsprogramma’s en de openbare stadsontwikkelingsoperatoren in hun respectieve actiegebieden om deze doelstellingen te verwezenlijken en in het bijzonder om de toegankelijkheid en de voorbeeldfunctie van de uitgevoerde projecten te waarborgen. Hun acties en de intersectorale samenwerkingsverbanden die daartoe bijdragen, zullen in het kader van RENOLUTION worden versterkt. 

Al deze projecten zullen voortaan worden overlegd en gezamenlijk worden uitgewerkt in de publiek-private werkgroepen van RENOLUTION. Dit werk kan voortbouwen op de ervaring en het succes van de vorige Brusselse allianties Werkgelegenheid-Leefmilieu en bestaande kaderovereenkomsten. 

Deze uitdaging van de energietransitie is een sociale en economische kans, op voorwaarde dat we alle actoren massaal steunen en de procedures voor hen vereenvoudigen. Dat is de wil van de regering! 

Rudi VERVOORT, minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: “De klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen, die al gedurende verschillende legislaturen worden gedragen, staan centraal in het stadsvernieuwingsbeleid in 2021, door steun voor de maximale verbetering van de milieuprestaties van de Brusselse gebouwen. De sociale dimensie van duurzame ontwikkeling vormt de kern van de RENOLUTION-ambitie: ze mag niemand in de kou laten staan en zal daarom vergezeld gaan van nauwkeurig afgestemde maatregelen om ervoor te zorgen dat ze haar doelstellingen bereikt, met name wat de verhoging van de woonkwaliteit en de verlaging van de energierekeningen van gezinnen betreft, zonder de vastgoedprijzen de hoogte in te jagen. Dat is een prioriteit voor de regering.” 

Laurent SCHILTZ, secretaris-generaal van de Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad: “Om de uitdaging van de renovatie in Brussel met succes aan te gaan, bereidt de bouwsector zich voor. Dankzij het Build Circular.Brussels-project zijn momenteel bijna 280 bedrijven betrokken bij de circulaire dynamiek en dat aantal stijgt voortdurend! Hoewel de sector momenteel wordt geconfronteerd met een bijzonder moeilijke context, is een opleiding in circulaire technieken en de keuze voor een verantwoordelijke aanpak van het bedrijf een hefboom om terug te veren en zich te herpositioneren op de toekomstige markten in Brussel. De afgelopen maanden is duidelijk geworden hoe belangrijk het is lokale hulpbronnen, zowel materiële als menselijke, te benutten, en dat is precies wat Build Circular.Brussels wil doen! Voor de Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad is de circulaire economie ook een manier voor lokale bedrijven om zich te onderscheiden van buitenlandse concurrenten.” 

Bert ENGELAAR, voorzitter van de Algemene Centrale Brussel Vlaams-Brabant van het ABVV: “De bouwsector is zich bewust van de cruciale rol die hij kan spelen op het gebied van klimaat- en sociale doelstellingen. We staan klaar om de handen uit de mouwen te steken om de ambitieuze doelstellingen van de langverwachte renovatiegolf te helpen realiseren. We zijn verheugd dat we dit ambitieuze doel niet alleen nastreven en dat de verschillende partijen ook bereid zijn om de nodige begeleidende maatregelen te nemen. Laat het duidelijk zijn: de overheid, het grote publiek en de bouwsector hebben elkaar nodig om dit mogelijk te maken. Dit ambitieuze project en het daaruit voortvloeiende partnerschap stellen de belanghebbenden in staat om op het terrein echte veranderingen teweeg te brengen die alle betrokkenen ten goede komen: betere huisvesting, lagere facturen, duurzame banen en een beter klimaat.” 

Alain MARON, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie: “De uitdaging van RENOLUTION is om samen de renovatie van de gebouwen te versnellen, voor het klimaat, voor onze energiefactuur en voor de werkgelegenheid in Brussel. Door de energietransitie van de Brusselse gebouwen en de economische transitie van de bouwsector te versterken, maken we de Brusselse woningen comfortabeler en minder energieverslindend, met een lokaal verankerde bouwsector die toonaangevend is in duurzaam en circulair bouwen. De energiearmoede terugdringen betekent ervoor zorgen dat iedereen toegang heeft tot energie, dankzij goede informatie, financiële en administratieve ondersteuning, en een lagere energiefactuur, met name door de gebouwen te isoleren. Wij zullen hand in hand met architecten, projectontwikkelaars, aannemers, de financiële sector, overheidsdiensten en de politieke wereld, overleg plegen en samen de instrumenten bouwen om deze strijd te winnen. De kracht van RENOLUTION en van onze ‘Renovatie-alliantie’ voor de uitvoering ervan, is dat ze ons in staat zal stellen om alle aspecten die verband houden met de renovatie van de Brusselse gebouwen te omvatten.” 

Bernard CLERFAYT, minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Werk, Beroepsopleiding en Digitalisering: “De strategie voor de renovatie van gebouwen, waarbij de energieprestaties van de gebouwen verbeterd moeten worden, zal niet alleen de werkgelegenheid op peil houden, maar ook duizenden nieuwe banen opleveren en positieve effecten op de Brusselse economie hebben. Voor deze strategie zijn dus goed opgeleide en tegelijk meer vakmensen nodig. In maart jongstleden waren er overigens 4.980 Brusselse werkzoekenden op zoek naar een job in de bouwsector. De renovatiestrategie zou ervoor moeten zorgen dat zij, eventueel via een opleiding, de arbeidsmarkt in de nabije toekomst opnieuw kunnen betreden. Daarom zullen wij tijdens deze legislatuur een Pool Opleiding-Werk voor de beroepen uit de bouwsector openen. Deze pool, die de naam Construcity.brussels heeft gekregen, zal de schakel tussen enerzijds de overheidsdiensten voor tewerkstelling en opleiding en anderzijds de bouwsector vormen. De bedoeling is om niet alleen werkzoekenden en jongeren die alternerend onderwijs volgen, maar eveneens professionals, op te leiden op het vlak van de nieuwste technieken, en met name die van duurzaam bouwen. ConstruCity is enkel en alleen een win-winsituatie!” 

Pascal SMET, staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Stedenbouw: “Urban neemt de verantwoordelijkheid voor de renovatiestrategie op zich. Zo wordt renoveren om te isoleren straks gemakkelijker. Tegen het einde van de zomer zullen wij het besluit van geringe omvang wijzigen. Dakisolatiewerken zullen dan vrijgesteld zijn van een bouwvergunning (behalve voor beschermd vastgoed). Hetzelfde zal gelden voor gevels die niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Dit vereenvoudigen, versnellen, isoleren is een concrete actie voor het klimaat. Het is immers door de gebouwen te isoleren dat we erin zullen slagen het verbruik van de Brusselaars te verminderen.” 

Brussels Gewest levert bouwvergunning voor cartoonmuseum ‘LE CHAT’ aan de MSI

Le Chat Musée

Brussels Gewest levert bouwvergunning voor cartoonmuseum ‘LE CHAT’ aan de MSI

persbericht

22 april 2021

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft de toekenning van de stedenbouwkundige vergunning aan de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) bevestigd voor de bouw van het gebouw waarin het cartoonmuseum LE CHAT zal worden ondergebracht op de site van het BIP, Koningsstraat in Brussel.

De MSI kreeg de opdracht van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om dit project uit te voeren en zal een hedendaags en moduleerbaar gebouw optrekken dat is ontworpen door de architect Pierre Hebbelinck op een perceel tussen het BIP en Bozar, waar het zichtbaar zal zijn vanaf het Paleizenplein (zie foto’s). Het gebouw van LE CHAT cartoonmuseum, een idee van Philippe Geluck, zal in totaal zo’n 4.000 m2 bruto-oppervlakte beslaan, verspreid over zeven verdiepingen, waarvan drie onder de grond. De MSI heeft erop toegezien dat de nieuwe constructie ook een betere toegang biedt tot de ondergrondse archeologische resten van het museumparcours van het Koudenbergpaleis en tevens extra ondergrondse opslagruimte creëert voor Bozar, met een directe toegang via de Henry Le Boeufzaal.

Nieuwe troef voor Brussel

De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Rudi Vervoort is verheugd “over deze belangrijke stap naar de concretisering van een ambitieus cultureel project voor het Brussels Gewest, op een plaats vol geschiedenis, in het hart van een plek die populair is bij Brusselaars die houden van cultuur en erfgoed, evenals bij Belgische of buitenlandse bezoekers. LE CHAT cartoon museum zal een nieuwe troef voor Brussel zijn. Het is een mooie aanvulling op het ‘visitekaartje’ van het BIP – Huis van het Gewest, dat nu al plaats biedt aan de permanente tentoonstelling experience.brussels, de kantoren van visit.brussels, een grote interactieve maquette van gewest en diverse eenmalige en terugkerende evenementen, zoals de wekelijkse vergadering van de gewestregering.”

Pascal Smet, de staatssecretaris voor Stedenbouw verwelkomt het feit dat “LE CHAT cartoon museum Brussel nog aantrekkelijker zal maken en een einde zal maken aan een stadskanker. De projectleiders hebben blijk gegeven van creativiteit door een hedendaags ontwerp te passen in een historische omgeving. Deze gedurfde architecturale keuze valoriseert het werk van Philippe Geluck, die al sinds lang een ambassadeur van Brussel in het buitenland is.”

Optimale en gedeelde interventie

Gilles Delforge, directeur van de MSI, legt uit dat de MSI “gezien de ingesloten ligging van het toekomstige gebouw, veel overleg heeft gepleegd met de culturele instellingen ernaast, maar ook met de vzw Kunstberg, Monumenten en Landschappen, visit.brussels, enz. Het gebouw dat de MSI zal optrekken bevindt zich op een soort ‘kruispunt’ tussen het Koudenbergpaleis en Bozar. Daarom is er vanaf het begin veel samenspraak geweest met hen om ervoor te zorgen dat de ingreep van de MSI in deze zeer specifieke locatie optimaal is en dat zij hiervan ook voordeel hebben. Ik ben heel tevreden over het resultaat, want bepaalde ruimtes van dit nieuwe gebouw zullen ten goede komen aan het Koudenbergpaleis en aan Bozar.”

Philippe Geluck is “blij en opgelucht dat deze stap genomen is! Ik kijk er met veel ongeduld naar uit naar de voltooiing van dit mooie project (waarvan ik het idee heb gelanceerd in 2008), zodat ik mijn liefde voor humoristische tekeningen, vrijheid van meningsuiting en cultuur, in de breedste en populairste betekenis van het woord, kan delen met het publiek. Ik bedank nogmaals de sponsors, mecenassen en partners die het mogelijk maken om ons deel van de financiering op ons te nemen, voor hun geduld en hun loyaliteit. Ik weet zeker dat er nog veel anderen zullen volgen zodra het gebouw uit de grond begint te verrijzen.”

De MSI zal de buitenschil van het gebouw optrekken, terwijl Philippe Geluck de volledige inrichting van zijn museum zal financieren, met de steun van zijn mecenassen en privésponsors. Bozar financiert de werken die nodig zijn om de opslagruimte in de kelders te creëren.

Het is de bedoeling om medio 2021 met de bouw te beginnen en deze eind 2023 te voltooien. Daarna zal het team van Philippe Geluck zorgen voor de inrichting van LE CHAT cartoon museum. De opening is gepland in 2024.

De Brusselse Regering lanceert twee projectoproepen om te voorkomen dat jongeren in het Brussels Gewest afhaken op school

decrochage scolaire

De Brusselse Regering lanceert twee projectoproepen om te voorkomen dat jongeren in het Brussels Gewest afhaken op school

persbericht

2 april 2021

De Brusselse Regering heeft haar goedkeuring gehecht aan de lancering van twee projectoproepen die schoolverzuim in het Brussels Gewest mee moeten helpen bestrijden. De eerste betreft het preventieprogramma tegen schoolverzuim (PSV) voor een bedrag van 6 miljoen euro voor de periode 2021-2024. De tweede wordt gelanceerd in het kader van het programma voor de ondersteuning van activiteiten die erop gericht zijn kinderen en jongeren te begeleiden bij hun scholing en hen burgerzin bij te brengen (PBSB) voor een bedrag van 1,5 miljoen euro voor de periode 2022-2024.

Het Brussels Gewest speelt op verschillende manieren een rol in het aanpakken van de grote uitdaging die schoolverzuim vormt. De buurt van de jongere, de sociaal-economische situatie van de familie, de vrienden, de school en ten slotte de eigen kenmerken zijn allemaal risicofactoren die ertoe kunnen leiden dat de jongere afhaakt op school. Het te ontwikkelen beleid valt dus zowel onder de gemeenschaps- als de gewestbevoegdheden.

De gecoördineerde strategie om schoolverzuim tegen te gaan in het Brussels Gewest, die in 2018 is goedgekeurd, heeft tot doel om in een bepaalde situatie van schoolverzuim te bepalen wat er moet worden gedaan en van welke actor verwacht wordt dat hij optreedt. Daartoe werden acht doelstellingen vastgesteld die het mogelijk maken een verband te leggen met de verschillende risicofactoren voor schoolverzuim en de categorieën maatregelen van het Europese kader. Tot die doelstellingen behoren onder andere de identificatie en meting van het schoolverzuim, de versterking van het sociale (buurt)weefsel en de versterking van het psychosociale en pedagogische engagement van de kinderen en van de jongeren.

Gelijktijdig met de goedkeuring van deze strategie besliste de Brusselse Regering om het beheer van drie programma’s in de strijd tegen het schoolverzuim in het Brussels Gewest toe te vertrouwen aan de Dienst Scholen van perspective.brussels:

–        het PSV (preventieprogramma tegen schoolverzuim): dankzij dit programma, dat in 2000 in het leven geroepen werd geroepen om schoolmoeheid te bestrijden en de wijken veiliger te maken, worden de lagere en de secundaire scholen van alle netten in de 19 gemeenten ondersteund in hun strijd tegen schooluitval, absenteïsme, geweld en asociaal gedrag. De activiteiten moeten verplicht op school plaatsvinden.  De projectoproep wordt om de drie jaar gelanceerd.

–        het PBSB (programma voor de ondersteuning van activiteiten die erop gericht zijn kinderen en jongeren te begeleiden bij hun scholing en hen burgerzin bij te brengen): dit gewestelijk subsidieprogramma werd voor het eerst in 2017 gelanceerd en had een dubbele doelstelling: het collectief ondersteuningsaanbod rond schoolbezoek vergroten en studiebegeleiding aanbieden afgestemd en gericht op jongeren in een achtergestelde situatie, die daardoor vatbaarder zijn voor schoolmoeheid. Deze projecten gericht op studiebegeleiding en op het bijbrengen van burgerzin worden buitenschools georganiseerd door vzw’s. De ondersteunde projecten betrekken de ouders, de scholen van de kinderen en de plaatselijke culturele, sociale, educatieve en jeugdhulppartners bij de activiteiten. De projectoproep wordt om de drie jaar gelanceerd.

  • het gpS (gemeentelijk preventieplan tegen schoolverzuim): het Brussels Gewest kent subsidies toe aan de preventiediensten van de 19 gemeenten om hen te helpen bij hun gemeentelijke preventieplannen tegen schoolverzuim. De betrokken partijen staan los van de school: schoolbemiddelaars, straathoekwerkers, maatschappelijke werkers, wijkanimatoren enz.
  • De plaatselijke projecten in de strijd tegen schoolverzuim zijn voornamelijk preventieve hulpmiddelen.

Schoolverzuim is een complex proces waarin tal van factoren een rol spelen. Om in dit kader een doeltreffend beleid te kunnen voeren, is het van essentieel belang dat rekening wordt gehouden met de verschillende vormen van schoolverzuim, dat de verschillende risicofactoren worden aangepakt en dat het beleid wordt afgestemd op de plaatselijke behoeften en de bevolking”, verklaart Brussels Minister-President Rudi Vervoort. “In de huidige context van gezondheidscrisis, met alle gevolgen die deze meebrengt voor het leren op school, zijn deze projectoproepen van essentieel belang om de actoren op het terrein te ondersteunen in hun werk om de kinderen en jongeren van Brussel te begeleiden. ”

De PSV-projectoproep, goed voor een budget van 6 miljoen euro, staat open voor alle structuren die voldoen aan de leerplicht: basis- en middelbare scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en centra voor alternerend leren. De ingediende projecten zullen moeten aansluiten bij één van de volgende drie doelstellingen:

  • Doelstelling 1: Het pedagogisch engagement van de kinderen en de jongeren steunen en aanmoedigen
  • Doelstelling 2: De psychosociale vaardigheden van de kinderen en de jongeren ontwikkelen en hun welbevinden bevorderen
  • Doelstelling 3: Een vlottere transitie in de schoolloopbaan tot stand brengen.

De projecten moeten bovendien op een driejarige basis ontwikkeld worden (2021-2024).

De nieuwe PBSB-projectoproep, met een budget van 1,5 miljoen euro voor de driejarige periode 2022-2024, zal gericht zijn op leerachterstand, de materiële omstandigheden van de kinderen/jongeren en het psychisch welbevinden van de kinderen/jongeren. Hij staat open voor alle Franstalige en Nederlandstalige instellingen met het statuut van een vzw die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de schoolloopbaan ondersteunen en burgerzin mee helpen ontwikkelen.

De selectie van de projecten zal gebeuren door de Brusselse Regering op basis van de analyse van de in aanmerking komende projecten,die door de Dienst Scholen van perspective.brussels wordt uitgevoerd in het kader van een comité bestaande uit deskundigen.

Ten slotte zal de oproep aan de gemeenten voor het “gemeentelijk preventieplan tegen schoolverzuim” (gpS), het derde programma dat door de Dienst Scholen beheerd wordt, ook in 2021 gelanceerd worden om in januari 2022 van start te kunnen gaan. Het gaat om een programma over een periode van drie jaar dat op een budget van bijna 16 miljoen euro kan rekenen.

Brussel bereidt toekomst gevangenissite Sint-Gillis voor: groot deel gevangenis voortaan beschermd

prison

Brussel bereidt toekomst gevangenissite Sint-Gillis voor: groot deel gevangenis voortaan beschermd

persbericht

1 april 2021

Op initiatief van staatssecretaris voor Stedenbouw en Erfgoed Pascal Smet (one.brussels) heeft de Brusselse regering vandaag de bescherming van verschillende nieuwe delen van de gevangenis van Sint-Gillis goedgekeurd. Deze procedure kadert in de toekomstige omvorming van de volledige site.

Minister-president Rudi Vervoort heeft de federale overheid recent een brief verstuurd waarin hij verduidelijking vraagt over de toekomstplannen en de timing voor de vrijmaking van het complex. In deze brief benadrukt Vervoort dat het Gewest deze symbolische locatie niet wil laten verloederen. 

“De federale overheid heeft aangegeven dat ze vanaf 2022 de gedetineerden van de gevangenis van Sint-Gillis wil overplaatsen naar die van Haren. De gevangenissite van Sint-Gillis heeft door haar unieke erfgoedwaarde en ligging een enorm potentieel om een prachtig nieuw stadsdeel te worden. Een toekomst die we vandaag al voorbereiden door gericht delen van de gevangenis te beschermen zodat deze moeten geïntegreerd worden in het toekomstige project. De volledige omwallingsmuur aan de kant van de Ducpétiauxlaan is nu definitief beschermd. Dat is ook zo voor de uitkijktorens, de tuinen aan de ingang, de centrale kern, de volledige kapel en de eerste travee van de cellenvleugels die daarop aansluiten. Erfgoed en hedendaagse architectuur kunnen perfect samengaan, deze site kan daar een toonbeeld van worden. Deze toekomstige stadswijk kan het Antwerpse Groenkwartier overtreffen en dat moet ook onze ambitie zijn,” zegt Pascal Smet.

Om dat project zo goed mogelijk voor te bereiden, heeft het Brussel Gewest er bij de federale overheid op aangedrongen om snel zelf eigenaar van de site te worden. Bovendien werd er al een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. De conclusies daarvan tonen aan dat de hoofdgebouwen geschikt zijn voor een herbestemming tot woningen en voorzieningen, met respect voor het erfgoed. Omdat de definitieve overplaatsing van alle gedetineerden tegen 2024 zou gebeuren, is het tijd om concrete gesprekken aan te vatten. Het Gewest wil antciperen en vermijden dat de zone door leegstand tot een stadskanker uitgroeit.

Ik ben blij dat deze bescherming de ambities die het Brussels Gewest sinds 2015 nastreeft, bevestigt in een definitiestudie voor deze site. We willen een gemengd, evenwichtig en geïntegreerd project met respect voor de erfgoedwaarden van de plaats. In een recente brief heb ik de federale overheid daaraan herinnerd. Vanaf nu reken ik op een nauwe samenwerking tussen alle partners zodat we samen kunnen werken aan de verwezenlijking van deze ambities,” zegt Rudi Vervoort.

 

Ook de gemeente Sint-Gillis reageert enthousiast op de klassering.

Ik verwelkom deze bescherming waar de gemeente Sint-Gillis om had gevraagd. Dit erfgoed is uniek. Ik hoop dat het een bron van inspiratie vormt voor zij die na de sluiting van de gevangenis de site vorm zullen geven,” zegt Charles Picqué, burgemeester van Sint-Gillis.

 

Geschiedenis:

Architect Joseph Jonas Dumont ontwierp dit grote complex in neotudorstijl. Het was zijn collega François Derre die het tussen 1878 en 1884 tot stand bracht.

De gevangenis werd op basis van Angelsaksische criminologische theorieën ontwikkeld door Édouard Ducpétiaux. De plannen van verschillende Belgische gevangenissen zijn daarop gebaseerd.  Het gaat om een panoptisch systeem waarbij de ruimtes ingericht zijn in functie van een optimale bewaking van alle gevangenen vanaf een centraal punt.

Het complex wordt afgebakend door een rechthoekige omheiningsmuur met afgeschuinde hoek aan de zuidkant en flankeert de Ducpétiauxlaan en het Delporteplein, waar de ingang ligt.

De omwallingsmuur in de Ducpétiauxlaan is opgevat in Gobertange, als een kleine middeleeuwse burcht. De muren, met een bovenzijde in kordon, worden belijnd door een bogenfries die verwijst naar werpgaten op kraagstenen. Tegenover het Delporteplein staat de ingang, met een centrale portiek onder een gedrukte spitsboog met een bewerkte poort. Twee polygonale gekanteelde torens begrenzen de ingang. Ze hebben schiet- en kijkgaten en bovenaan uitkijktorens. Aan weerszijden van de ingang staan voorts ook twee paviljoenen met twee bouwlagen. Ze vertonen een L-vorm en bevatten een hoektoren. Ze hebben getraliede vensters met daarboven een gedrukte spitsboog en een geprofileerde waterlijst. De gevels aan de straatkant bevatten vensters in een monumentale omlijsting. Het portiek was oorspronkelijk ingericht als portierswoning en komt uit op een binnenplaats, die aan de linkerkant woningen van de directeur en de hoofdcipier bevat en aan de rechterkant de woning van de adjunct-directeur. De gevels zijn opgebouwd in baksteen en bevatten muuropeningen met daarboven een spitsboog in een hardstenen omlijsting onder kordon.

Aan de ingang omvat het avant-corps van gevangenisgebouwen met één enkele bouwlaag een refter voor cipiers en een wachtzaal voor bezoekers. Een gang waarop verschillende lokalen uitkomen, leidt naar het centrum van het complex en wordt geritmeerd door spitsbogen op monolithische hardstenen zuilen met een polygonale sokkel. De gang leidt naar het twaalfhoekig centraal bewakingscentrum, dat een hoge opstand heeft met grote spitsboogvensters met maaswerk. De twaalf zijden zijn bekroond met puntgevels. Het gebouw zelf is bekroond met een inspringende bouwlaag met kapel, onder een kegeldak en een rijzige lichtkoepel.

Vanaf de centrale kern vertrekken vijf vleugels, waartussen de keuken, slagerij, ziekenboeg en wasserij liggen. Een lange gang verbindt die ruimtes met elkaar. Elke vleugel heeft drie bouwlagen met 120 cellen aan weerszijden van een centrale gaanderij. In de zijgevels staan getraliede vensters onder een witstenen latei.

Nieuw jongerentarief voor MIVB abonnement: €12/jaar voor 12-24 jarigen

stib abo

Nieuw jongerentarief voor MIVB abonnement: €12/jaar voor 12-24 jarigen

persbericht

28 maart 2021

De Brusselse regering is overeengekomen om een duidelijker en voordeliger jongerentarief in te voeren bij de MIVB voor de 12-24 jarigen : 12 euro voor 12 maanden vanaf 12 jaar.  

Vanaf 1 juli 2021 zullen abonnementen voor scholieren en studenten 12 EUR per jaar kosten.  Voor (niet-studerende) Brusselse jongeren van 18 tot en met 24 jaar oud gaat die maatregel in februari 2022 in. Dit past in de plannen van de Brusselse regering om het openbaar vervoer nog toegankelijker te maken.

“Elke jonge Brusselaar zou zich moeiteloos en zonder al te veel kosten moeten kunnen verplaatsen binnen ons gewest. Ik ben dan ook enorm verheugd dat de Brusselse regering dit nieuw jongerentarief kan aanbieden. Ik hoop dat dit de verplaatsingen van onze studenten zal vergemakkelijken en dat het onze jongeren zal motiveren om nog meer gebruik te maken van het kwaliteitsvol aanbod van onze diensten.” zegt Rudi Vervoort, minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

“Jong geleerd is oud gedaan”. Voegt Elke Van den Brandt, Brusselse minister van Mobiliteit, toe: “Met de MIVB geraak je overal in Brussel. Om jongeren extra te overtuigen om het openbaar vervoer te nemen in de stad, bieden we hen een fors verlaagd tarief aan. Op die manier proeven ze van jongs af van de vrijheid en het gemak dat een MIVB abonnement hen biedt.”

De MIVB vervoert jaarlijks ruim 400 miljoen reizigers, en de Brusselse regering blijft investeren in het openbaar vervoer. Het aanbod bussen, trams en metro’s breidt de komende jaren nog uit, met 20% extra plaatsen op de bus, 7 nieuwe tramlijnen en een nieuwe metrolijn. De MIVB is een oplossing voor de filedruk en de slechte luchtkwaliteit in Brussel. Met dit jongerentarief wil de Brusselse regering jongeren overtuigen om voor het openbaar vervoer te kiezen wanneer het kan. Bestaande kortingen blijven behouden: de volledige lijst van de kortingen is te raadplegen op de website van de MIVB. 

De MIVB is volop bezig met het inwerken van de nieuwe tarieven. Concrete informatie rond verkoop en precieze data volgt zo spoedig mogelijk.

De Brusselse regering bereikt akkoord over de keuze van de prioritaire projecten voor het herstel van het Brussels Gewest

Bruxelles

De Brusselse regering bereikt akkoord over de keuze van de prioritaire projecten voor het herstel van het Brussels Gewest

persbericht

25 maart 2021

De Brusselse regering is het vandaag eens geworden over de prioritaire projecten die het Brussels Gewest zal indienen voor het Plan voor Herstel en Veerkracht. Die projecten moeten Brussel, haar economie en haar inwoners weerbaarder maken tegen de sociale, economische en klimatologische uitdagingen die zich door de gezondheidscrisis nog scherper stellen. Zij zijn er ook op gericht de levenskwaliteit te verbeteren en het Gewest aantrekkelijker te maken. 

Overeenkomstig de werkmethode die was voorgesteld door de interfederale coördinatie onder leiding van de staatssecretaris voor de Relance, had de Brusselse regering op 21 januari een reeks prioritaire projecten voor het Plan voor Herstel en Veerkracht voorgesteld, die samen goed waren voor een bedrag van in totaal 527 miljoen euro (d.i. ongeveer 130% van het budget dat aan het Brussels Gewest is toegewezen). De projecten en de bijhorende budgetten werden tijdens de Sociale Top op 24 februari voorgelegd aan het overleg met de sociale partners (Brupartners). Er vond ook specifiek overleg plaats op aansturen van de initiatiefnemende ministers en staatssecretarissen. 

Binnen datzelfde kader voor de interfederale uitwerking van het Plan voor Herstel en Veerkracht kreeg het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een enveloppe van 395 miljoen euro toegewezen. Op basis van de resultaten van het gepleegde overleg moest de Brusselse regering een definitieve selectie op maat van het daadwerkelijk toegekende budget maken. Voor die selectie baseerde zij zich op meerdere criteria:

  • de criteria die de federale coördinatie had voorgesteld, met onder meer de mate waarin de projecten bijdragen tot de groene en de digitale doelstelling, hun economische en sociale impact en het feit dat ze tegen augustus 2026 volledig ontwikkeld en voltooid moeten zijn;
  • maar ook de gespreksmomenten in de interfederale werkgroepen en met de Europese Commissie, de inbreng van de sociale partners, de raadplegingen door de ministers en staatssecretarissen die de projecten in goede banen moeten leiden en het advies van de minister van Begroting.  

Dit zijn de projecten die voor de Europese enveloppe werden geselecteerd en die aan de federale coördinatie zullen worden meegedeeld:

  • Duurzaamheid:
    • De strategie voor de renovatie van de gebouwen versterken met premies en de projecten Reno Click en Renolab
    • De sociale woningen renoveren
  • Digitaal:
    • De processen voor burgers en ondernemingen digitaliseren
    • Gewestelijk gegevensuitwisselingsplatform
    • AI for the Common Good
  • Mobiliteit:
    • Fiets PLUS
    • Elektrische bussen en stelplaatsen (MIVB)
    • De uitrol van de MaaS-tools versnellen
    • SmartMobility
    • De omschakeling naar een mobiliteit met nuluitstoot ondersteunen
  • Inclusie:
    • Bij- en omscholingsstrategie en inclusief tewerkstellingsbeleid
    • De digitale bocht maken met de Brusselse scholen
  • Productiviteit:
    • Een efficiënt en geoptimaliseerd activerings- en opleidingsbeleid

Aangezien de coronacrisis alle sectoren zeer zwaar heeft getroffen en de nodige ondersteuning moet worden geboden, besliste de Brusselse regering daarenboven om die projecten voor het Plan voor Herstel en Veerkracht op te nemen in de Brusselse meerjarenbegroting, maar ook om de volgende projecten volledig te financieren:

  • de herkapitalisering van finance&invest.brussels voor een bedrag van 87,4 miljoen euro (die eerder al was vastgesteld). Daarmee verdrievoudigt de Brusselse regering de middelen voor finance&invest.brussels, dat op die manier Brusselse ondernemingen die gelden als voorbeeld op sociaal en milieuvlak, sterker zal kunnen ondersteunen;
  • de uitbreiding van het aanbod in de geestelijke gezondheidszorg voor een bedrag van 15 miljoen euro: daarbij is het vooral de bedoeling om initiatieven voor beschut wonen (IBW) en psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) infrastructureel te versterken door gebouwen te renoveren, aan te kopen, uit te breiden of op te trekken;
  • Het creëren van opvangfaciliteiten voor kwetsbare bevolkingsgroepen: het is de bedoeling om gebouwen aan te kopen voor de tijdelijke opvang van slachtoffers van intrafamiliaal geweld en van LGBTQI+-personen die zich aan de rand van de maatschappij bevinden en transitwoningen voor gezinnen wier woning gevaarlijk en onbewoonbaar werd verklaard.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal, naast de projecten die steun krijgen van Europa, blijven investeren in beleidsinitiatieven voor werkgelegenheid en opleiding. Het zal ook zijn beleid voor armoedebestrijding en de ondersteuning van de meest kwetsbaren voortzetten om de gevolgen van de crisis zoveel mogelijk op te vangen.

Al die projecten – uit welke hoek ze ook worden gefinancierd – moeten de toekomst helpen voorbereiden door de Brusselse economie verder te sturen in de richting van een transitie. Ze zijn trouwens ook opgenomen in de geüpdatete Strategie GO4Brussels, waarin zowel de herstelprojecten van de Brusselse regering als de inbreng van het Gewest in het Plan voor Herstel en Veerkracht zijn verwerkt. GO4Brussels blijft dus het overkoepelende instrument waarmee Brussel de economische, sociale en ecologische transitie wil bevorderen. 

Na de aanpak van de gezondheidscrisis beschikken we nu over een plan dat een stimulerend en een hefboomeffect op de rest van de economie moet hebben. De maatregelen ervan zijn gebaseerd op drie pijlers: zorgen voor een heropleving van de activiteit, de burgers, en in het bijzonder de meest kwetsbaren, ondersteunen en de transitie en de digitalisering van onze economie versnellen.

Download de tabel

Gemeenschappelijke vergadering van de regeringen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Federatie Wallonië-Brussel en het college van Franse Gemeenschapscommissie

gov commun copie

Gemeenschappelijke vergadering van de regeringen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Federatie Wallonië-Brussel en het college van Franse Gemeenschapscommissie

persbericht

11 maart 2021

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Regering van de Franse Gemeenschap hebben elkaar vandaag samen met het College van de Franse Gemeenschapscommissie ontmoet voor een uitzonderlijke gezamenlijke ministerraad. Dit bood de Minister-Presidenten Rudi Vervoort, Pierre-Yves Jeholet en Barbara Trachte de kans hun colleges rond de tafel te brengen om een stap vooruit te zetten in een aantal dossiers die de drie instellingen aanbelangen.

Zo raakten ze het onder meer eens over de uitwerking van een samenwerkingsakkoord om de engagementen verder uit te bouwen die het Gewest en de Gemeenschappen samen zijn aangegaan om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften omtrent het onderwijs en de kinderopvang in Brussel. Het Brussels Gewest is het belangrijkste onderwijscentrum van het land. Die heeft weliswaar geen specifieke bevoegdheden ter zake, maar het waarborgen van kwalitatief hoogwaardig onderwijs waar iedereen terechtkan, isiets wat alle beleidsniveaus aanbelangt. De Federatie Wallonië-Brussel, het Brussels Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie hebben daarom beslist de krachten te bundelen in een samenwerkingsakkoord. Dat is opgebouwd rond vijf prioriteiten die elk beantwoorden aan een grote uitdaging bij het waarborgen van een kwaliteitsvolle, kosteloze en een voor iedereen toegankelijke onderwijs. Daarnaast moet het debevolkingsgroei opvangen, voorkomen dat jongeren in moeilijkheden afhaken op school, de schoolsegregatie aanpakken, armoede en kansarmoede bij kinderen bestrijden, het aanleren van talen radicaal veranderen en een specifiek beleid uitwerken voor de kinderopvang.

De Brusselse Hoofdstedelijke en de Franse Gemeenschapsregering en het College van de Franse Gemeenschapscommissie zetten samen werkzaamheden op om het aantal opvangplaatsen in de kinderopvang uit te bouwen voor de periode 2021-2025. In een gezamenlijke inspanning van Bénédicte Linard, Minister van Kinderwelzijn in de Federatie Wallonië-Brussel, Rudi Vervoort, Brussels Minister-President en Bernard Clerfayt, Brussels Minister van Werk, streeft deze strategie naar 2.100 nieuwe plaatsen tegen december 2025 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

Deze nieuwe opvangplaatsen passen in een bredere strategie voor het hele grondgebied van de Federatie Wallonië-Brussel en bouwt voort op wat reeds werd verwezenlijkt met het ‘Plan Cigogne III’, waartoe in de vorige legislatuur is beslist. Daarbij zal voorrang worden gegeven aan projecten die concrete infrastructuursteun krijgen van het Gewest. Ook is het de bedoeling dat er vooral plaatsen bijkomen in de gebieden waar het aantal het laagst is en zullen in de eerste plaats projecten worden geselecteerd die tegemoetkomen aan specifieke sociale behoeften op basis van de oriënteringen van de beleidsverklaring van de Gemeenschapsregering.

Een ander punt waarover vandaag een akkoord werd bereikt, zijn de bevoegdheden van de kinderrechtenverdedig(st)er, die breder zijn dan voorheen bij de Algemeen afgevaardigde voor de rechten van het kind (Délégué Général aux droits de l’enfant) en die voortaan ook over bevoegdheden beschikt die horen onder het Brussels Gewest, zoals bleek uit de gezamenlijke aankondiging van de Minister van Kinderwelzijn van de Federatie Wallonië-Brussel, Bénédicte Linard, en de Minister-Presidente van de COCOF Barbara Trachte na de gezamenlijke ministerraad. Eind 2020 zijn deze bevoegdheden al uitgebreid naar het Waals Gewest en vandaag wordt dus opnieuw een stap gezet om de rol van deze essentiële functie bij het verdedigen van de kinderrechten in ons land verder te versterken.

Op voorstel van de ministers Glatigny (Federatie Wallonië-Brussel), Clerfayt (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en Ben Hamou (COCOF) hebben de regeringen ook overeenstemming bereikt over de invoering van een samenwerkingsprotocol voor sport tussen de drie deelstaten, naar het voorbeeld van de reeds bestaande samenwerking tussen de Federatie Wallonië Brussel en het Waals Gewest. De Federatie Wallonië-Brussel is bevoegd voor het sportbeleid en de gewesten voor de sportinfrastructuur. En in het Brussels Gewest oefent ook de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) bevoegdheden uit ter zake. Dit initiatief brengt een grotere samenhang in het beleid van de verschillende deelstaten. Het doel is om gerichte samenwerkingsverbanden op te zetten om het Brussels weefsel van sportverenigingen te versterken en daarmee de lichaamsbeweging te stimuleren bij de hele bevolking.

De verschillende regeringen bevestigden op initiatief van Minister Glatigny hun intentie om, ook met het Waals Gewest, verder te werken aan de uitwerking en de invoering van een gezamenlijke strategie om de belangstelling voor STEM-opleidingen (sciences, technologies, engineering, maths) aan te moedigen met de oprichting van een « STEAM Comité ».  

Deze studierichtingen hebben een enorm maatschappelijk en economisch potentieel maar krijgen vandaag veel te weinig aandacht. Zeker bij jongeren is dat het geval, en dan zeker bij de meisjes, die slechts zelden kiezen voor dit soort studierichtingen, ondanks dat deze grote kansen bieden op werk. Terwijl elders één student op twee een vrouw is, trekken de wetenschappelijke richtingen bijvoorbeeld slechts weinig meisjes aan. Volgens het ‘Comité femmes et sciences’ zijn de studenten in de ingenieurs- en technologiestudies voor 79% mannen en voor 21% vrouwen.

Daarom is er nood aan een gemeenschappelijke strategie met alle betrokken actoren (overheden, onderwijsinstellingen, economische wereld, maatschappelijk middenveld) en met een specifiek platform, om meer belangstelling te wekken voor deze vakgebieden, vooral bij de meisjes. 

Er kwam ook een stand van zaken ter sprake voor de Strategie Go4Brussels 2030, en dan meer bepaald de verbintenissen die het Gewest en de Gemeenschappen daarin zijn aangegaan. Daarbij bleek dat het overleg over de doelstellingen en werven van het gekruiste beleidsinitiatieven rond werk en opleiding zo spoedig mogelijk opnieuw wordt opgestart.

Tetrapremie: Brusselse regering maakt 111 miljoen vrij voor de sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de gevolgen van de crisis

bruxelles en vacancesB

Tetrapremie: Brusselse regering maakt 111 miljoen vrij voor de sectoren die het zwaarst getroffen zijn door de gevolgen van de crisis

persbericht

11 maart 2021

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft op donderdag 11 maart in eerste lezing ingestemd met het besluit betreffende steun aan ondernemingen in de toeristische logies-, de discotheek-, de restaurant- en cafésector, en de belangrijkste leveranciers ervan, de evenementen-, de cultuur-, de sport- en de toeristische sector, in het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis. Deze steun, die de naam ‘Tetrapremie’ heeft gekregen, is bestemd voor de economische sectoren die het zwaarst door de crisis zijn getroffen en bedraagt 111 miljoen euro.

De sectoren die met deze premie worden gesteund, zijn strategisch in die zin dat ze in belangrijke mate bijdragen tot de uitstraling en het imago van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als internationale hoofdstad. In deze sectoren konden de activiteiten nog niet worden hervat of worden ze nog sterk beïnvloed door de maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Ze zijn de facto bijna tot stilstand gekomen.

Na talrijke ontmoetingen en besprekingen met de representatieve werkgevers-, middenstands- en werknemersorganisaties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, heeft de regering het toepassingsgebied van de oorspronkelijk geplande premie uitgebreid, zowel wat de betrokken sectoren betreft, door de toevoeging van de sportzalen, als wat het bedrag van de premies betreft. Dat laatste is met 25% verhoogd ten opzichte van de eerder vastgestelde en meegedeelde bedragen. Vóór de goedkeuring van het besluit in tweede lezing, zal Brupartners zich nog officieel over de documenten buigen.

Concreet zal deze steunregeling de vorm aannemen van een variabele premie waarvan het bedrag zal worden vastgesteld op basis van het aantal voltijdsequivalenten (VTE) in de onderneming en de omzetdaling die wordt opgetekend tussen de omzet van het laatste kwartaal van 2019 en die van het laatste kwartaal van 2020. De ondernemingen zullen toegang hebben tot de premie bij een omzetverlies van 40% tussen deze twee perioden. Zij die meer dan 60% van hun omzet hebben verloren, komen in aanmerking voor een verhoogd bedrag.

Met de invoering van deze criteria kiest de regering voor een meer gerichte steunaanpak die bedoeld is om de ondernemingen en zelfstandigen te helpen waarvan de behoeften en moeilijkheden beter geïdentificeerd zijn.

Afhankelijk van de betrokken sector, die wordt geïdentificeerd door de NACE-btw-codes, zullen de premiebedragen binnen de volgende marges vallen:

  • voor de reca-sector, zijn toeleveranciers, de evenementen-, cultuur-, sport- en toeristische sector: van 6.250 tot 45.000 euro;
  • voor de sector van de toeristische logies: van 6.250 tot 62.500 euro;
  • voor de discotheken: van 75.000 tot 125.000 euro.

Een andere nieuwigheid is dat deze premies beschikbaar zullen zijn per vestigingseenheid, met een maximum van 5 vestigingseenheden per onderneming.

Brussel Economie en Werkgelegenheid zal instaan voor het beheer van deze premies. De precieze voorwaarden en termijnen waarbinnen deze steun beschikbaar zal zijn, zullen binnenkort worden meegedeeld.

Voor meer informatie over de betrokken sectoren (NACE-codes), de toekenningsvoorwaarden en de premiebedragen: 1819 of www.1819.brussels

Rudi Vervoort, Brussels minister-president: “De actoren van onze economie, die zwaar te lijden heeft onder de gezondheidscrisis, rekenden op deze premie. Wij blijven hen steunen en we willen deze premie nu snel operationeel maken om een beetje zuurstof te kunnen geven aan de ondernemers in ons gewest die het erg nodig hebben.

Sven Gatz, minister van Financiën en Begroting: “Hoewel ook in Brussel de vaccinatiecampagne opgestart is en we ons langzaam maar zeker een uitweg banen uit de coronapandemie, was het toch absoluut noodzakelijk om met deze premie nog nieuwe steunmaatregelen te treffen. Vooral onze essentiële sectoren, die fors en langdurig te lijden hebben gehad door de coronamaatregelen, willen we hiermee maximaal kansen geven op een deftige doorstart na deze nooit geziene crisis. “

Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie: “Deze nieuwe premie toont aan dat de Brusselse regering achter de zwaarst getroffen bedrijven en zelfstandigen staat om hen door de crisis te helpen. In totaal is het afgelopen jaar besloten tot meer dan 700 miljoen euro aan economische steun, wat verhoudingsgewijs een enorm bedrag is in vergelijking met de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wij zullen er ook zijn om de mannen en vrouwen die deze bedrijven leiden, te begeleiden wanneer zij hun activiteiten heropstarten.”

Sociale top 2021, het sociaal overleg blijft een prioriteit voor de Brusselse regering

sommetsocial21

Sociale top 2021, het sociaal overleg blijft een prioriteit voor de Brusselse regering

persbericht

24 februari 2021

De Brusselse regering en de sociale gesprekspartners (verenigd in Brupartners) zijn vandaag samengekomen voor een belangrijke sociale top, één jaar na het uitbreken van de coronacrisis. Het was een uitgelezen moment om de balans op te maken van de ernstige situatie waarin tal van ondernemers en werknemers verkeren, maar ook en vooral om opnieuw aan te knopen met stabiel en passend overleg, zoals in januari 2020 was overeengekomen, en om nieuwe prioriteiten voor 2021 te bepalen.

Een jaar geleden lanceerden de Brusselse regering en Brupartners de Strategie Go4Brussels 2030 als officiële voortzetting van de dynamiek die destijds in nauwe samenwerking met de gemeenschapscolleges en de Brusselse sociale gesprekspartners was opgestart. Daarbij werd als doel vooropgesteld om de uitdagingen die gepaard gaan met de economische, sociale en klimaattransitie gezamenlijk aan te pakken. Helaas werd ons land hard getroffen door de coronapandemie en gaan alle sectoren nog steeds zwaar gebukt onder de impact daarvan. De Brusselse regering zet zich dagelijks in om die crisis te bestrijden en heeft al heel wat maatregelen genomen om de ongeziene sociale en economische gevolgen te proberen indijken. De prioriteiten van de Brusselse regering op lange termijn blijven ongewijzigd, maar door de crisis zijn zowel de inhoud ervan als de gebruikelijke overlegmethode op korte en middellange termijn flink door elkaar geschud.

In de zomer van 2020 werd een eerste Brussels relance- en herontwikkelingsplan aangenomen om de sectoren die het zwaarst te lijden hebben onder de aanhoudende crisis, te blijven ondersteunen. Eind januari 2021 keurde de Brusselse regering haar investeringsprojecten voor het Nationale Plan voor Herstel en Veerkracht goed. Al die maatregelen op middellange en lange termijn werden tevens verwerkt in de doelstellingen en beleidswerven van de Strategie GO4Brussels 2030. Die strategie blijft namelijk dienst doen als het centrale programma- en overleginstrument van de Brusselse regering.

Het beleid moet gericht blijven op de aanpak van de gezondheidsrisico’s om de burgers te beschermen, maar daarnaast was het ook dringend nodig geworden om opnieuw aan te knopen met stabiel en passend overleg, zoals in januari 2020 was overeengekomen. Daarom hebben de Brusselse regering en de sociale gesprekspartners vandaag tijdens een nieuwe sociale top samen de prioritaire beleidswerven voor het komende jaar bepaald. Die omvatten onder meer de jongerengarantie, de bestrijding van het schoolverzuim, en een gewestelijk plan ter ondersteuning van eenoudergezinnen. De strategie rond scholing en werk en de economische herontwikkeling van het gewest rond de overgangsstrategie blijven van essentieel belaang. Verder gaat er ook aandacht uit naar de geplande hervorming van de sector van de rusthuizen, de uitwerking van een geïntegreerd welzijns- en gezondheidsplan en de ontwikkeling van Housing First. Verder zullen de impact van telewerk en vooral oplossingen om te zorgen voor een evenwicht tussen werk en privé worden onderzocht.

De sociale gesprekspartners hebben er ook hun eerste bijdrage aan de Brusselse projecten die als onderdeel van het Nationale Plan voor Herstel en Veerkracht aan de federale overheid en de Europese Commissie worden voorgelegd, ingediend. Vooralsnog is er enkel kennis van genomen, want zoals door de regering is beslist en in de Strategie GO4Brussels is bepaald, dient iedere minister of staatssecretaris die de leiding heeft over een of meerdere projecten, een specifieke overlegprocedure in te stellen waarna de documenten dan uiteindelijk worden goedgekeurd.

De Brusselse regering, de gemeenschapscolleges en de Brusselse sociale partners verbinden er zich dus toe met elkaar samen te werken onder de gemeenschappelijke noemer en volgens het basisprincipe van het sociaal overleg. De methode van de “gedeelde prioriteiten”, waarbij de regering en de sociale gesprekspartners onderhandelen over het te voeren beleid, heeft haar deugdelijkheid in het verleden al bewezen en wordt ook de hoeksteen van het herstel.

“Het is tijd om opnieuw aan te knopen met stabiel overleg, zodat we onze beleidsinstrumenten samen op een zo doeltreffend mogelijke manier kunnen bijsturen en inzetten voor een duurzaam herstel dat alle Brusselaars ten goede komt. Zo krijgen de sociale gesprekspartners de teugels in handen bij de uitvoering van bepaalde herstelmaatregelen. Om die te laten slagen, is het noodzakelijk om ze samen met hen uit te werken”, aldus minister-president Rudi Vervoort.

“Overleg en samenwerking zijn cruciale ingrediënten voor een Brusselse relance. Door fors in te zetten op mobiliteit investeert de Brusselse regering sterk in de Brusselse economie en in de gezondheid en levenskwaliteit van de Brusselaars. We bekijken graag samen met de sociale partners hoe we die investeringen optimaal kunnen inzetten in een duurzaam herstel van de Brusselse welvaart.”, aldus Minister van mobiliteit Elke Van den Brandt 

“Het is voor mij belangrijk dat de burgers centraal staan bij al onze prioritaire projecten voor 2021, met name de meest kwetsbaren die hard zijn getroffen door de sociale en gezondheidscrisis die we doormaken. Als we willen dat deze projecten uitmonden in concrete, kwalitatief hoogstaande projecten die aan de behoeften van de bevolking voldoen, dan moet het bestuur ervan voorbeeldig zijn en grootschalig worden gecoördineerd, zodat alle publieke en particuliere belanghebbenden kunnen samenwerken om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Ik ben dan ook verheugd over de dialoog die met de sociale partners tot stand is gebracht om samen vooruitgang te boeken.”, zegt Minister van Gezondheid Alain Maron.

Sven Gatz, Brussels minister van Financiën, Begroting en Openbaar ambt: “De Brusselse overheid wil een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven. We vatten daarom de gesprekken aan met de sociale partners over het veralgemeend telewerken in de post-coronaperiode. Telewerk was in onze regio al ingeburgerd vóór corona ons werk en ons leven veranderde. Maar nu zijn we er ook van overtuigd dat telewerken ná corona een blijver wordt, althans voor de personeelscategorieën die er door de aard van hun job niet van uitgesloten zijn. We moeten er samen met de sociale partners over waken dat de work/life balance van ons personeel een goed evenwicht kent.”

Minister van Werk Bernard Clerfayt voegt het volgende toe: “De coronacrisis moet een opportuniteit zijn om het sociaal overleg ten voordele van de Brusselaars nieuw leven in te blazen. We moeten de tegenstellingen overbruggen en samenwerken, met de blik op de toekomst, om de economie duurzaam weer op gang te brengen en opnieuw een positieve dynamiek van duurzame en kwaliteitsvolle jobs te creëren. We moeten onze krachten bundelen om het Brussels Gewest van morgen te laten slagen: welke sectoren hebben steun nodig? Welke jobs moeten worden ontwikkeld? Het is de sterkte van de sociale partners op alle niveaus van het koninkrijk aanwezig te zijn. De collectieve en gedeelde inbreng van de vakbonden en de werkgevers moet de voorstellen van de Brusselse Regering ter discussie stellen en verrijken.”

Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie: “Deze crisis plaatste de Brusselse regering voor de grote uitdaging om dringende economische steunmaatregelen te verzoenen met sociaal overleg. Nu is het moment aangebroken om over te gaan tot de herontwikkeling van ons gewest en meer bepaald tot een economische herontwikkeling op basis van de transitiestrategie. Dat houdt in dat we samen werk dienen te maken van de economische en sociale toekomst van Brussel. De sociale gesprekspartners vervullen daarbij een essentiële rol.”

Staatssecretaris voor Huisvesting en Gelijke Kansen Nawal Ben Hamou: De gezondheidscrisis heeft eenoudergezinnen hard getroffen, en dit terwijl ze al vier keer meer risico lopen op armoede dan leden van een gezin met twee ouders. Deze toenemende armoede heeft tal van gevolgen voor hun dagelijkse leven: toegang tot een degelijke woning, gezondheidszorg, een evenwichtige voeding, een crèche of activiteiten… alles wat bijdraagt tot het welzijn van de kinderen en de ouder die voor hen zorgt. Via het gewestelijk steunplan voor eenoudergezinnen wil de regering een concreet antwoord bieden op de problemen waarmee eenoudergezinnen worden geconfronteerd.”

Deze Sociale Top vormt een stap in een overlegproces dat nog wordt uitgewerkt”, verklaart Paul Palsterman, Voorzitter van Brupartners. “Voor bepaalde onderwerpen moeten we nog – als sociale gesprekspartners en als Regering – bepalen wat we van elkaar verwachten en hoe we concreet tewerk moeten gaan. Er werd al heel wat vooruitgang gemaakt en ik heb er het volste vertrouwen in dat we zullen slagen”.

Jan De Brabanter, Ondervoorzitter van Brupartners: “Met de pandemie is de vraag naar meer efficiëntie en transparantie vandaag nog sterker. In het post-Covid-tijdperk, waarin de economie nieuw leven moet worden ingeblazen en de schade moet worden hersteld, zijn inertie en congestie eenvoudigweg onaanvaardbaar. Een betere Governance wordt belangrijker dan ooit.