5 JUNI – BRUSSEL, GEDEELDE BESTEMMING

destination-partagée

5 Juni : Brussel, gedeelde bestemming

persbericht

28 februari 2019

Op voorstel van Brussels Minister-President Rudi Vervoort en in overleg met de Brusselse sociale gesprekspartners gaat de Brusselse Regering allerlei bewustmakingsinitiatieven voorstellen met als doel de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en het verkeer vlotter te laten verlopen door de druk van het binnenrijdende autoverkeer in Brussel te verminderen.

Volgens de Minister-President is het de bedoeling om bovenop de grote investeringen in de uitbreiding van het openbaar vervoersnet die tijdens deze regeerperiode zijn gedaan, een collectieve oplossing aan te reiken waar zowel de Brusselaars als de bedrijven in Brussel wel bij moeten varen.

Concreet zal de Brusselse Regering voorstellen om Brussel op 5 juni, dat is ook de wereldmilieudag, uit te roepen tot ”gedeelde bestemming”. Het doel is dat op die dag 15% minder wagens de hoofdstad binnenkomen en er rondrijden. Ook de sociale partners staan daarachter. Het is niet de bedoeling om de pendelaars te bestraffen of te stigmatiseren, maar wel om een positieve dynamiek te creëren rond de gedeelde mobiliteitsalternatieven (carpooling, thuiswerk, openbaar vervoer, overstapparkings, enz.).

Daarom wordt voorgesteld om alle institutionele en sociaaleconomische partners te betrekken bij een gemeenschappelijke sensibiliseringscampagne en er langs die weg op aan te sturen zich op een gedeelde manier te verplaatsen vanuit of naar Brussel. Die campagne kan nog eens overgedaan worden in de week van de mobiliteit in september 2019.

Naar het voorbeeld van andere communicatie- en bewustmakingscampagnes (ik denk bijvoorbeeld aan Sprout to be Brussels – gelanceerd door Beci) moeten we de nadruk leggen op de reeds bestaande oplossingen: laten we een dag of een week lang de schijnwerpers richten op de gedeelde mobiliteit, gaande van het openbaar vervoer tot carpooling, en de pendelaars die alleen in de auto zitten, oproepen om zich op een andere manier te verplaatsen”, zo licht de Brusselse Minister-President Rudi Vervoort nader toe.

Door ervoor te zorgen dat minder mensen alleen komen met de auto, kunnen we de files terugdringen en de levenskwaliteit in de stad verbeteren. Door op 5 juni een dag in het teken daarvan te plaatsen, zetten we een eerste stap in de goede richting. Maar we kunnen nog meer doen. Het partnerschap met de bedrijfswereld bewijst dat de mentaliteit veranderd is. Die andere manier van denken moet ons in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe technologieën toelaten de toekomst met meer ambitie tegemoet te zien. Delen is de toekomst. We bereiden samen de toekomst voor”, aldus Brussels minister van mobiliteit Pascal Smet

Zoals we weten, hangt aan de files een zeer hoge economische kost vast voor Brussel. Een betere mobiliteit is alleen mogelijk, als de overheid en de privésector hun verantwoordelijkheid nemen en samen werken om de situatie ingrijpend te verbeteren. Dit gezamenlijke initiatief met de sociale partners is een positieve maatregel die moet aantonen dat er naast de wagen ook nog een ander mobiliteitsaanbod bestaat. 10% minder pendelaars die de stad binnenrijden, leidt tot 40% minder files. Dat is vooral een goede zaak voor de lucht- en levenskwaliteit in Brussel”, voegt Brussels minister van economie, werk en beroepsopleiding Didier Gosuin daar nog aan toe.

“De autodruk verminderen staat gelijk met het verbeteren van de luchtkwaliteit en de levenskwaliteit in de hoofdstad! De dag van 5 juni biedt aan iedereen, zowel pendelaars als Brusselaars, de kans om hieraan bij te dragen en ze zullen de resultaten van hun inspanningen live kunnen vaststellen. Ik roep ook het federale niveau op om zich concreet te engageren, door bij voorrang in Brussel het treinaanbod, in samenwerking met de MIVB, te verbeteren, en door de werken aan het GEN te bespoedigen”, verklaart tenslotte Brussels minister van Leefmilieu Céline Fremault.

Met de hulp van de Economische en Sociale Raad zal ik zowel de gewestelijke als federale interprofessionele werkgevers- en vakbondsorganisaties, evenals alle overheden, vragen om daaraan hun steun te verlenen. We moeten die dag aangrijpen om de openbare vervoerssector volop in te schakelen en op het voorplan te plaatsen. Daarnaast moet de economische sector zich in staat tonen impulsen te geven om de manier van doen en denken op lange termijn te veranderen“, zo besluit Rudi Vervoort.

Meer info?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Sociale Top – 28 februari 2019

sommet social 19

Sociale Top – 28 februari 2019

Persbericht

28 februari 2019

Vandaag 28 februari brengen Rudi Vervoort, Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Didier Gosuin, Brussels Minister van Economie, Tewerkstelling en Beroepsopleiding, alle leden van de Regering en van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ESR) samen om een tussentijdse balans op te maken van de Strategie 2025 en de perspectieven te bespreken die de sociale partners met de Strategie voor ogen hebben.

De nieuwe overlegdynamiek die Brussel sinds 2013 kent, haalt vandaag zijn grote gelijk.

Op basis van de ervaring met de Brusselse New Deal spraken de Regering en de sociale partners in 2015 af om samen een tienjaarsstrategie uit te tekenen voor Brussel. Dit was de start van de Strategie 2025.Op vier jaar tijd vond zesmaal een Sociale Top plaats waar samen de prioriteiten van het regeringsbeleid werden vastgelegd en de resultaten van het verstreken jaar tegen het licht werden gehouden.

De Sociale Top groeide zo op korte termijn uit tot het Brussels sociaal rendez-vous dat het leven van de hoofdstad ritmeert met steeds terugkerende rustpunten voor dialoog tussen beleidsverantwoordelijken en vertegenwoordigers van de sociale en economische krachten in Brussel.

Nu de Strategie halfweg de uitvoering is, toont deze methode haar deugdelijkheid met op zijn minst gezegd opmerkelijke resultaten.

Het aantal werkende Brusselaars neemt tweemaal sneller toe dan de interne Brusselse tewerkstelling. Als deze tendens zich doorzet, zal het aandeel van in Brussel wonende werknemers in de interne Brusselse tewerkstelling verder toenemen van 53,5 % in 2018 tot 54,4 % in 2023. Het gewicht van de Brusselaars in de tewerkstelling van de beide andere gewesten zou de komende jaren eveneens verder toenemen.

De arbeidsparticipatie in het Brussels Gewest stijgt opnieuw sinds 2016 en die trend zou ook de volgende jaren moeten doorzetten. Voor de periode 2018-2023 wordt verwacht dat dit cijfer toeneemt van 58,1 % tot 60,1 %.

In 2018 stonden er 90.203 niet werkende werkzoekenden (NWW) ingeschreven bij Actiris. Dit is een vermindering met 3,4 % vergeleken bij 2017 (-3.189 personen), waarmee we het vierde opeenvolgende jaar een daling van de Brusselse werkloosheid mogen inschrijven. Verhoudingsgewijs is het de jongerenwerkloosheid die in 2018 de sterkste daling kent (-7,2 %), gevolgd door de werkzoekenden tussen 25 en 49 jaar oud (-4,7 %). Het aantal DWW van 50 jaar en ouder kende daarentegen een lichte toename (+1,5 %). Dit recente cijfer moeten we in de toekomst van nabij opvolgen.

Bij een matige groei van de economische activiteit (1,3 % tussen 2018 en 2020) blijkt de toename van de investeringen bijzonder dynamisch. Tussen 2018 en 2023 zouden de investeringen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gemiddeld met 2,6 % per jaar toenemen.

Minister-President Rudi Vervoort:De Regering blijft weg uit ivoren torens. Het is met open vizier en een collectieve inspanning dat wij bouwen aan geloofwaardige en duurzame oplossingen voor de problemen die zich aandienen. Ik ben altijd onvoorwaardelijk voorstander geweest van dit soort dynamiek en ik zal ze ook na deze regeerperiode blijven verdedigen om onze ambitie te verwezenlijken om tot in 2025 alles in het werk te stellen voor de ontwikkeling van de economie en van waardig werk voor Brusselaars”.

Minister van economie, werkgelegenheid en opleiding Didier Gosuin: “Ik wil het specifieke karakter van Brussel benadrukken, dat van sociaal overleg een pijler van zijn sociaaleconomische beleid maakte: met de Strategie 2025 hebben we niet alleen het overleg (en de middelen ervoor) uitgebreid, maar ook geïnnoveerd door samen te werken tussen de regering en de sociale partners via het concept van gedeelde prioriteiten, dat intussen al zijn nut heeft bewezen”.

Het programma GO4Brussels (Strategie 2025) richt zich tot alle Brusselaars en heeft uitlopers in uiteenlopende domeinen zoals economie, onderwijs, beroepsopleiding, leefmilieu, mobiliteit, fiscaliteit voor burgers en bedrijven, toerisme, gezondheid en zelfs erfgoed en ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van deze laatste Top van de legislatuur is een document verschenen met de titel: Van ambitie tot verwezenlijkingen, Strategie 2025 tussentijdse balans. Het document is op eenvoudige aanvraag beschikbaar.

Meer info?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Het Brussels Gewest past zijn kader aan waardoor de ziekenhuizen makkelijker samen zullen kunnen werken

doctor-563428_1920

Het Brussels Gewest past zijn kader aan waardoor de ziekenhuizen makkelijker samen zullen kunnen werken

Persbericht

22 februari 2019

De Brusselse Regering is het gisteren op de Ministerraad eens geworden over een voorontwerp van ordonnantie om de wet op de OCMW’s te wijzigen. Dit moet het pad effenen voor nieuwe samenwerkingsvormen tussen de ziekenhuizen uit de openbare en de privé-sector. 

Aansluitend bij de federale hervorming van de ziekenhuisnetwerken bestaat het doel van dit voorontwerp erin een strategische visie voor het openbare zorgaanbod vast te leggen. Op die manier wordt de universele toegang tot de zorgen die in onze ziekenhuizen verstrekt worden, verzekerd. 

Aan de hand van deze tekst zullen de ziekenhuizen nauwer met elkaar samen kunnen werken, wat de kwaliteit van de zorgen in het Brussels Gewest ten goede zal komen. 

Minister Céline Fremault is opgetogen over deze stap vooruit: “Deze hervorming speelt in op de evolutie van onze maatschappij en de behoeften van de Brusselse bevolking op het vlak van gezondheidszorg. De stijgende levensverwachting, het aantal chronisch zieken dat gestaag toeneemt en de sociale ongelijkheid op het vlak van gezondheid zorgen voor een groeiende vraag naar gezondheidszorgen. Een betere samenwerking tussen alle ziekenhuizen, zowel de openbare als de associatieve, staat garant voor de deskundigheid van het medisch personeel en de optimalisering van de diensten die de patiënten geboden worden.”

Op dit moment is het moeilijk om samenwerkingen tussen openbare en private ziekenhuizen te organiseren. Het is niet meer van deze tijd om binnen elk ziekenhuis apart alle mogelijke zorgdiensten aan te bieden. De schaalvergroting die wordt bekomen door het vormen van ziekenhuisnetwerken met een duidelijke taakverdeling garandeert een kwalitatieve en betaalbare zorg voor alle Brusselaars” voegt Pascal Smet er nog aan toe.

Tot slot wijst Minister-President Rudi Vervoort erop dat het om een noodzakelijke hervorming gaat: “Het verheugt me dat er voor deze samenwerking een duidelijk wettelijk kader is geschapen, dat de bevestiging vormt van onze strategie inzake openbare gezondheid en één simpele doelstelling beoogt: ervoor zorgen dat alle Brusselaars, ongeacht hun sociale situatie, toegang hebben tot de beste artsen. Gezondheid is geen luxe.” 

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Opening van de loketten van FAMIRIS in het Brussels Gewest

famiris
Capture d’écran 2019-02-20 à 14.38.51

Opening van de loketten van FAMIRIS in het Brussels Gewest

persbericht

20 februari 2019

Op 1 januari 2020 zal het Brussels Gewest beschikken over een eigen kinderbijslagregeling. Deze komt ten goede aan 170.000 Brusselse gezinnen.

« Mijn Regering heeft gekozen voor een sociaal stelsel dat rekening houdt met de specifieke situatie van de Brusselse gezinnen. De Brusselse kinderbijslagregeling is een belangrijk instrument in de armoedebestrijding en zorgt rechtstreeks voor een grotere koopkracht van gezinnen die met weinig middelen moeten rondkomen » stelt Minister-President Rudi Vervoort.

Daarbij wordt een grote maatschappelijke rol toebedeeld aan het openbaar kinderbijslagfonds. Als openbare dienst moet dit erover waken dat elke burger zijn rechten kan laten gelden. Artikel 23 van de Belgische grondwet stelt duidelijk  « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden ». Het recht op kinderbijslag is een deel van dat menswaardig bestaan.

« In een maatschappij die wordt gekenmerkt door een snelle digitalisering van het beroeps- en privéleven zijn er nog steeds mensen die behoefte hebben aan persoonlijk contact. Dagelijks komen tot 700 gezinnen naar het loket. Daarom is het belangrijk dat we investeren in het individueel contact van bevolkingsgroepen die de digitale revolutie aan zich zien voorbijgaan », aldus nog Rudi Vervoort, de voorzitter van het Verenigd College.

Bij dit rechtstreeks onthaal kunnen veel mensen terecht voor hulp en informatie en om er door onze medewerkers begeleid te worden.

« Voor het nieuwe Brusselse kinderbijslagmodel hebben we bewust gekozen voor een gemengd stelsel van privéfondsen en een openbaar kinderbijslagfonds. Gezien de demografie van de Brusselse bevolking is het essentieel dat ook kwetsbare bevolkingsgroepen toegang blijven hebben tot het stelsel. Ook deze mensen moeten hun weg vinden in het nieuwe systeem. Daarbij moet een centraal contactpunt in de vorm van een openbaar fonds een cruciale rol spelen, » voegt Minister Guy Vanhengel hieraan toe.

« Na de start van Iriscare enkele maanden geleden toont Famiris opnieuw aan hoe efficiënt Brussel te werk gaat bij de overname van de bevoegdheden als gevolg van de zesde staatshervorming. De teams die deze nieuwe dienst aan de bevolking mogelijk maakten, verdienen wat mij betreft een pluim » aldus Minister Didier Gosuin.

Deze gezinnen hebben nood aan persoonlijk contact, een luisterend oor, iemand die ze helpt om de administratieve doolhof te doorgronden en die erop toeziet dat zij ondanks hun vaak complexe situatie de kinderbijslag ontvangen waarop zij recht hebben.

« Wij hebben niet overhaast gehandeld.  Na een akkoord over het model, bereidt de regering discreet maar efficiënt het beheer van de gezinsbijslagen  door het Gewest voor. Familiris zal een belangrijk werkinstrument zijn van deze voorziening.  Met dit contactpunt vermijden we effectief de digitale kloof en bieden we een essentieel menselijk contact binnen het beheer van deze materie die de gezinnen zorgen baart » heeft Pascal Smet verklaard, Minister van Bijstand aan personen.

Tenslotte, minister Céline Fremault : « Ons voornaamste doel binnen onze visie op de kinderbijslag is de ondersteuning van het ouderschap. Dit nieuwe model moest aansluiten op het gezinslandschap van de eenentwintigste eeuw en rekening houden met de kwetsbaarheid van vele Brusselse gezinnen, als je ziet dat één gezin op drie onder de armoededrempel blijft, dat er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen bijkomen, dat we meer grote gezinnen hebben dan in de andere gewesten, maar ook dat het aantal kinderen dat opgroeit in een eenoudergezin explosief toeneemt. Meer dan ooit moeten we de gezinnen steunen en ervoor zorgen dat zij over voldoende financiële middelen kunnen beschikken om in harmonie te kunnen leven. »

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Het Brussels Gewest trekt tussen 2019 en 2021 7.350.000 euro uit voor de strijd tegen schoolverzuim

Het Brussels Gewest trekt tussen 2019 en 2021 7.350.000 euro uit voor de strijd tegen schoolverzuim

persbericht

13 februari 2019

Schoolverzuim treft tal van jongeren en hun families. Bijna 15% van de Brusselse jongeren stopt met school zonder een diploma middelbaar onderwijs op zak. Daarenboven heeft 28% van de Brusselse leerlingen minstens twee jaar schoolachterstand opgelopen.

Om daar iets aan te doen, heeft het Brussels Gewest mechanismen ingevoerd waarmee het de scholen, gemeenten en verenigingen financieel ondersteunt om schoolverzuim te voorkomen, hulp te bieden aan leerlingen die afhaken op school of alles in het werk te stellen om jongeren met een onderbroken schooltraject terug te laten meedraaien”, aldus Minister-President Rudi Vervoort. Het beheer van al die programma’s is in handen van de schooldienst van perspective.brussels.

De scholen in alle Brusselse gemeenten krijgen tussen 2019 en 2021 via het programma voor de preventie van schoolverzuim (PSV) van de Brusselse Regering een subsidie van 5.852.609 euro om activiteiten te organiseren waarmee zij spijbelgedrag in de kiem moeten smoren. In totaal zijn er niet minder dan 384 projecten gepland. Het gaat om workshops, huiswerkklassen, toneelopvoeringen, muziekactiviteiten en bewustmakingsacties om geweld terug te dringen. De activiteiten moeten verplicht plaatsvinden op de school, buiten de schooluren.

Via het programma om kinderen en jongeren te begeleiden op school en burgerzin bij te brengen komt de Brusselse Regering de verenigingssector rechtstreeks tegemoet met een subsidie van 1.500.000 euro voor de periode 2019-2021. Maar liefst 58 verenigingen zullen van het Gewest middelen krijgen om projecten op touw te zetten die erop gericht zijn de jongere ondersteuning te bieden op school, zijn of haar persoonlijke ontplooiing te bevorderen, enzovoort. Het Gewest besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de meest achtergestelde doelgroepen en aan de participatie van de ouders.

Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten kunnen op termijn leiden tot sociale problemen en tot een moeizame integratie op de arbeidsmarkt. Het Gewest is niet specifiek bevoegd voor onderwijs, maar het is wel onze taak om deze kinderen op het pad naar succes te zetten. Ik maak daar een strijdpunt van,” benadrukt Rudi Vervoort.

Een overzicht van alle projecten die het Brussels Gewest op basis van de hierboven vermelde programma’s financiert, is terug te vinden op de websitewww.schoolinschakeling.brussels. Deze gewestelijke website moet uitgroeien tot een volwaardig kenniscentrum over de bestrijding van schoolverzuim. Hij bevat definities en indicatoren over schoolverzuim, maar ook een gegevensbank met relevante wetgevingen en studies. Op de website staat ook een locatiegebaseerde inventaris van de instanties die zich inzetten om schoolverzuim te voorkomen en van de projecten die steun krijgen van het Gewest. Het is de bedoeling om dit nieuwe gewestelijke instrument te laten evolueren. Zo zal het verder ontwikkeld worden in samenwerking met de 19 gemeenten, die het Gewest als bevoorrechte partners zullen bijstaan om het schoolverzuim te bestrijden. Ook de Gemeenschappen worden hierbij betrokken.

Meer info?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Samenwerkingsakkoorden betreffende de financiering van de strategische spoorweginfrastructuren

48387355_10156754564776000_2689099090112806912_o

Samenwerkingsakkoorden betreffende de financiering van de strategische spoorweginfrastructuren

persbericht

21 december 2018

Naar aanleiding van een bilaterale vergadering die vanmorgen heeft plaatsgevonden tussen de kabinetten van Brussels Minister-President Rudi Vervoort, van de Brusselse Minister van Mobiliteit Pascal Smet en van de federale Minister van Mobiliteit François Bellot, heeft het Brussels Gewest de ondertekening bevestigd van de samenwerkingsakkoorden die het mogelijk maken om de infrastructuurwerken van het GEN evenals een aantal regionale prioriteiten op het grondgebied van de drie gewesten, te voltooien.
 
Bovenop het bedrag van 19 miljoen euro waarin het samenwerkingsakkoord voorziet, hebben het Brusselse Gewest en de federale overheid afgesproken om samen de toewijzing te bepalen van een bijkomende enveloppe van 10 miljoen euro waarin bijakte 13 van Beliris voorziet. Een eerste bilaterale vergadering zal reeds in januari plaatsvinden. Deze 29 miljoen zal dan ook prioritair geïnvesteerd worden in de verschillende Brusselse spoorweghaltes, waarbij de aandacht zal uitgaan naar de uitrusting voor het onthaal van de reizigers.
 
Voorts worden de gesprekken over tariefintegratie op constructieve wijze verdergezet en zal dit thema op 14 januari e.k. worden besproken op de vergadering van het Executief Comité van de Ministers van Mobiliteit.
 
De Ministers Vervoort, Smet en Bellot zijn verheugd dat de dialoog kon worden hersteld en dat de implementatie van deze samenwerkingsakkoorden op termijn zal kunnen zorgen voor een kwaliteitsvollere dienstverlening aan de gebruikers van het S-netwerk in het Brusselse Gewest.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Het Gewest blaast AEgidium nieuw leven in Sint-Gillis

48408250_10156752688876000_1308674151384350720_o

Het Gewest blaast AEgidium nieuw leven in Sint-Gillis

persbericht

20 december 2018

Het in 1906 ingehuldigde gebouw werd oorspronkelijk het Diamant Palace genoemd, een verwijzing naar de meer dan 5.000 lampjes die in alle ruimten waren aangebracht, met een globaal spectaculair effect tot gevolg. Het was een plek die niemand onverschillig liet. Na een aantal aanpassingen en de toevoeging van een aantal bijgebouwen werd het geheel in 1929 omgedoopt tot AEgidium. Het gebouw dat in 2006 beschermd werd, kende een bewogen geschiedenis, achtereenvolgens als feest- en evenementenzaal, Bank van Brussel, bibliotheek, ziekenfonds, vakbond, raadpleging voor zuigelingen enz. tot het complex uiteindelijk leeg kwam te staan.
 
Het Brussels Gewest heeft beslist om dit nu op te knappen na een lange staat van zo goed als volledig verval (behalve een deel op de benedenverdieping dat gebruikt werd als dagcentrum voor de derde leeftijd). Het gebouw heeft sterk geleden onder het gebrek aan onderhoud.
 
Het Aegidium is een uitgebreid complex van 4500 vierkante meter dat binnenin vrijwel het hele huizenblok in beslag neemt, een groot gedeelte over twee verdiepingen en met twee grote evenementenzalen. Qua omvang kan het complex worden vergeleken met dat van het Pathé Palace in het stadscentrum, dat dezelfde bloeiperiode kende en beschermd is.
 
Minister-president Rudi Vervoort licht toe: “Het AEgidium neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de gemeente Sint-Gillis en is verbonden aan meerdere theateropvoeringen en andere evenementen die een rol hebben gespeeld in het Brussels cultuurleven. Vanuit patrimoniaal oogpunt beschikt het over unieke en uitzonderlijke versieringen waarin meerdere stijlen met elkaar vermengd zijn, zoals dat in die periode gebruikelijk was. De voornaamste evenementenzaal van het complex beschikt over een Moorse inrichting die zeer uitzonderlijk is in België. De bedoeling was om het publiek in contact te brengen met exotische werelden in een tijd waarin reizen niet evident was”.
 
De subsidie van het Gewest moet in hoofdzaak dienen om de werken te financieren die verband houden met de gevel aan het Voorplein, de daken, de inkomgang, de wintertuin, de trappenhal, de Lodewijk XV zaal en de Moorse zaal.
 
Investeerders die in de herwaardering van dit soort plekken willen investeren, zijn zeldzaam, vooral wanneer het cultuurplaatsen betreft. Dat maakt van de gewestelijke steun (vrijwel 4 miljoen euro) een unieke gelegenheid om dit gebouw te restaureren.
 
« Zodra het complex gerestaureerd is, wordt het uiteraard opengesteld voor het publiek bij cultuur- en recreatieactiviteiten. Het publiek zelf heeft grote verwachtingen van het AEgidium.Dat mag blijken uit de Open Monumentendagen, toen het gebouw ruim 2.000 bezoekers over de vloer kreeg” aldus nog Rudi Vervoort.
 
Meer info ? 
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL) 
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Het CBR-gebouw staat definitief op de bewaarlijst

46854982_10156701853946000_3711656130988998656_o

Het CBR-gebouw staat definitief op de bewaarlijst

persbericht

28 november 2018

Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering het volledige gebouw van de vroegere hoofdzetel van de Cimenteries Belges Réunies (CBR) aan de Terhulpensesteenweg 185 in Watermaal-Bosvoorde en een deel van de omgeving opgenomen op de bewaarlijst.
 
Dit kantoorgebouw, ontworpen als een totaal kunstwerk, werd tussen 1968 en 1970 opgetrokken op basis van de plannen van de architecten Constantin Brodski en Marcel Lambrichs. Landschapsarchitect René Pechère kreeg de opdracht om de directe omgeving ervan in te richten.
Het CBR-gebouw is een van de meest esthetische en bekendste verwezenlijkingen in functionalistische stijl in het Brussels Gewest. Het gebruik van prefab-elementen en architectonisch beton vormde een perfect visitekaartje voor het grote Belgische cementbedrijf dat ze produceerde. Van bij de constructie viel het gebouw op door zijn zuivere concept.
 
De Regering koos ervoor om het goed op te nemen op de bewaarlijst, omdat deze procedure ruimte biedt om dit eigentijdse functionele gebouw op een soepelere manier te beheren. Het moet immers eenvoudig mogelijk zijn om de technische en de functionele inrichting, die niet bijzonder merkwaardig zijn en die steunen op een bepaalde gebruiksbestemming, te wijzigen.
 
Om het gebouw globaal te kunnen beheren, wordt het beschermd samen met het oorspronkelijke meubilair, dat een grote waarde heeft en integraal deel uitmaakt van het concept van het gebouw (meubels Florence Knoll, Jules Wabbes en aanpassingen door Constantin Brodski zelf).
 
Het is de bedoeling om het CBR-gebouw te blijven gebruiken als kantoorgebouw, verdeeld onder meerdere gebruikers. Er zijn al sommige werken uitgevoerd of nog bezig. Het gebouw is reeds deels in gebruik genomen.
 
De Directie Monumenten en Landschappen stelde veel eisen voor de restauratie van dit emblematische gebouw. De nieuwe eigenaars hebben zich daar vanuit een constructieve dialoog aan gehouden.
 
Minister-President Rudi Vervoort, die bevoegd is voor Monumenten en Landschappen, besluit als volgt: ”We moeten dit eigentijdse en modernistische erfgoed bestendigen, maar we mogen het niet verstarren. Het moet een toekomst hebben. De binnenkant van het gebouw moet afhankelijk van de bestaansbehoeften van de nieuwe gebruikers aangepast kunnen worden, waarbij de belangrijkste erfgoedkundige eigenschappen evenwel behouden blijven. Ook het als oorspronkelijk bestempelde meubilair wordt beschermd, net als de wezenlijke onderdelen van de oorspronkelijke inrichting en decoratie.”
 
Meer info ? 
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL) 
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
 

Bewaringsprocedure voor de Mémé-site in Sint-Lambrechts-Woluwe

46353045_10156675034881000_1388422966697525248_o

Bewaringsprocedure voor de Mémé-site in Sint-Lambrechts-Woluwe

persbericht

16 november 2018

De ministerraad van het Brussels Gewest heeft op donderdag 15 november, op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort, beslist de procedure op te starten om het geheel van gebouwen, dat bekend staat als de Mémé-site en opgetrokken en ingericht werd door het Atelier Simone et Lucien Kroll in Sint-Lambrechts-Woluwe, op te nemen op de bewaarlijst.
 
De perimeter omvat het gebouw la Mémé, la Mairie, de school Chapelle-aux-Champs, het universiteitsrestaurant, het oecumenisch gebouw, het metrostation Alma en de Almawandeling, de patio en het klein restaurant, evenals de openbare ruimten van de campus van de Université Catholique de Louvain (UCL).
 
De Mémé-site, die tussen 1969 en 1976 ontworpen en ingericht werd, is een van de Belgische architecturale verwezenlijkingen die sinds de jaren ‘70 het meeste weerklank kreeg in de gespecialiseerde internationale pers. Het krijgt veel lof, omdat het uiting geeft aan de participatieve architectuur die een uitloper was van het studentenprotest van mei ‘68. Het vormt tevens een bijzonder geslaagd voorbeeld van de benadering die Lucien Krollhanteerde vanuit zijn engagement voor een architectuurproductie die steunt op een dynamische interactie met de gebruikers in plaats van op de bouwindustrie.
 
Het metrostation Alma, dat het eerste beschermde metrostation in Brussel wordt, vormt een uniek kunstwerk dat gedecoreerd werd door Simone Kroll, en is een organische constructie die een eerbetoon brengt aan de Catalaanse architect Antonio Gaudi.
 
Rudi Vervoort biedt de volgende toelichting: “Met het instellen van de procedure om de Mémé-site op te nemen op de bewaarlijst, toont de Brusselse Regering andermaal aan dat beschermen niet noodzakelijk gelijk staat met een stilstand inroepen. Deze maatregel laat namelijk ook ruimte om de Saint-Luc-ziekenhuizen tegen 2025 te herstructureren, met de bouw van de Instituts Roi Albert II (Centre de Cancer IRA II) et de Psychiatrie Intégrée.“
 
Het Gewest onderstreept de noodzaak om de site om praktische redenen die verband houden met de gebruiksbehoeften, op een aanpasbare wijze te kunnen beheren, maar tegelijk ook trouw te blijven aan de ideeën van de ontwerper die een flexibel, dynamisch en levendig complex voor ogen had.
 
De Minister-President besluit als volgt: “Ik wil de directie van de UCL en de universitaire ziekenhuizen Saint-Luc bedanken, omdat zij zich bewust zijn van de uitzonderlijke architecturale waarde van de site. In nauwe samenspraak met de gewestelijke instanties, de Directie Monumenten en Landschappen en de Directie Stedenbouw, hebben zij bijzonder veel inzet aan de dag gelegd om te komen tot een beschermingsmaatregel die een soepel beheer van de site mogelijk
 
Meer info ?
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Groen licht voor de renovatie van het Brusselse Beursgebouw

46456189_10156672890136000_8889019535919677440_o

Groen licht voor de renovatie van het Brusselse Beursgebouw

persbericht

15 november 2018

De Beurs geeft vorm aan en staat symbool voor het centrum van Brussel. Alle Brusselaars kennen dit gebouw uiteraard van zijn monumentale gevels, ontworpen door Léon-Pierre Suys, waar ze al wel eens voorbij gewandeld zijn. Weinigen hebben er zich echter al naar binnen gewaagd.
De Stad Brussel stelt als eigenaar voor om de gevels, het dak en de ornamenten in het Beursgebouw te restaureren en de aangrenzende archeologische siteBruxellae 1238 te renoveren. Het idee is om dit opmerkelijke gebouw opnieuw een publieke bestemming te geven en tegelijk respectvol om te gaan met het aanwezige erfgoed.
Een succesvolle publiek-private samenwerking tussen de Stad en de Federatie van Belgische Brouwers, met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het EFRO-fonds.
De Stad Brussel wil dit gebouw met grote symboolwaarde voor Brussel een tweede leven en een nieuwe invulling geven. Zij wil het gebouw openstellen voor alle Brusselaars door een prestigieuze doorgangsgalerij in te richten die toegang biedt tot tentoonstellingsruimten en tot de archeologische site Bruxellae 1238. Het publiek zal zich ook te goed kunnen doen in een restaurant en een brasserie met dakterras en voor een bierbeleving terecht kunnen in de Belgian Beer World, die de vroegere kantoren op de tweede en derde verdieping zal innemen.
Rudi Vervoort, Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en Philippe Close, burgemeester van de Stad Brussel, zijn zeer tevreden dat zopas de enige vergunning uitgereikt is om in dit iconische gebouw een cultureel, commercieel en toeristisch centrum in te richten.
Philippe Close laat volgende reactie optekenen: “Het is de bedoeling om deze mythische plaats opnieuw te laten toekomen aan de Brusselaars. Met de plannen om de Beurs van Brussel een nieuwe bestemming te geven, willen we in het hart van de stad een nieuwe galerij tot stand brengen. Die moet de Grote Markt verbinden met de Dansaertwijk. De monumentale middenbeuk van het bouwwerk zal opengesteld worden voor het grote publiek om op die manier een stedelijke continuïteit te creëren. Ik ben ook zeer verheugd dat er een goede samenwerking is met de architecten: Robbrecht en Daem – Baneton Garrino – Popoff, met de Directie Monumenten en Landschappen en met het gewestelijk bestuur Stedenbouw”, aldus dus nog de burgemeester.
Dit nieuwe initiatief biedt een échte toegevoegde waarde aan de aantrekkingskracht van ons Gewest. Niet alleen zal dit project in het hart van de stad rechtstreekse banen opleveren voor de Brusselaars. De nieuwe zeer originele bestemming van het Beursgebouw, dat een uitzonderlijke erfgoedkundige en toeristische trekpleister is, zal ook bevorderlijk zijn voor de uitstraling van heel onze hoofdstad en een niet te verwaarlozen troef voor het toerisme vormen. Daar ben ik van overtuigd”, zo concludeert Rudi Vervoort.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)