De Brusselse Regering zet haar financiële steun aan “La Porte d’Ulysse” en de “Humanitaire Hub” voort in 2019 en 2020

Blue_Star_Batiment_2

De Brusselse Regering zet haar financiële steun aan “La Porte d’Ulysse” en de “Humanitaire Hub” voort in 2019 en 2020

persbericht

8 november 2019

De Brusselse Regering heeft deze week donderdag beslist om haar financiële steun van 696.000 euro aan de vzw “Bxl Refugees”, die het opvangcentrum voor vluchtelingen “La Porte d’Ulysse” beheert, voort te zetten. Daarnaast, kent de Regering een financiële steun van 363.000 euro toe aan de vzw “Médecins du Monde” zodat deze vereniging in staat is om de opdrachten van de “Humanitaire Hub” uit te voeren. Op die manier werd er in 2019 in totaal meer dan een miljoen euro vrijgemaakt. Om de financiële voorspelbaarheid van deze twee verengingen te optimaliseren, heeft de Regering ondertussen ook beslist om deze financiële steun in 2020 voort te zetten, dit voor een bedrag van 2.785.000 euro aan de vzw “Bxl Refugees” en 1.090.000 euro aan de vzw “Médecins du Monde”. Er zullen specifieke beheersovereenkomsten worden gesloten tussen de Regering en deze twee vzw’s.

Zoals voorzien in het Regeerakkoord, waarborgt het Brussels Gewest dus het behoud van deze structuren in afwachting van de vaststelling van een waardig beleid voor de tenlasteneming van migranten door de Federale Regering. “Het gebrek aan een gezamenlijke visie op middellange termijn en de moeilijke dialoog met de Federale Regering leiden vandaag tot een problematische situatie voor de opvang- en begeleidingsoperatoren”, betreurt Alain MARON, Brussels Minister belast met de Bijstand aan Personen. Daarnaast meldt Minister MARON dat “deze gewestelijke steun het gebrek aan een Federale Regering zo goed mogelijk probeert op te vangen om het menselijk leed en de spanningen te verminderen in de structuren die niet specifiek ontworpen zijn om dit doelpubliek op te vangen.”

In afwachting van deze discussie, bevestigt de Brusselse Regering haar bereidheid om te experimenteren met een proefproject voor een Noodopvang- en Oriënteringscentrum en om 100 plaatsen te creëren voor de opvang van migrantenvrouwen, die alleenstaand zijn of minderjarigen ten laste hebben, en van niet-begeleide minderjarigen.

“De situatie van migranten in Brussel en België vereist dat iedereen zijn of haar opdracht en rol volledig vervult. De Brusselse Regering heeft vandaag opnieuw haar verantwoordelijkheid genomen en verwacht nu dat er op elk bestuursniveau hetzelfde wordt gedaan. Het is een kwestie van menselijke waardigheid”, besluit Minister-President Rudi Vervoort.

Meer info ?
Zeynep BALCI Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

De nieuwe Brusselse Regering legt de eerste drie duurzame wijkcontracten vast in de gemeenten Sint-Gillis, Anderlecht en Schaarbeek

Capture d’écran 2019-03-12 à 21.07.50

De nieuwe Brusselse Regering legt de eerste drie duurzame wijkcontracten vast in de gemeenten Sint-Gillis, Anderlecht en Schaarbeek

persbericht

25 oktober 2019

De Brusselse Regering selecteerde donderdagmorgen de drie laureaten van de tiende reeks Duurzame Wijkcontracten. De perimeters « De woonvriendelijke stationsbuurt » in Sint-Gillis, « Bizet » in Anderlecht en « De helling tussen de Groenstraat en de Poststraat  » in Schaarbeek vormen samen de eerste trein wijkcontracten voor de Brusselse Regering, die de opwaardering van de wijken ziet als belangrijke hefboom om de levenskwaliteit van de Brusselaars te verbeteren. De drie gemeenten krijgen elk een subsidie van 142.500 euro voor de uitwerking van hun programma en een budget van 14.125.000 euro voor de uitvoering ervan.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt sinds 1993 gebruik van Wijkcontracten, die in 2010 meteen ook duurzaam werden. Elk jaar doet het Gewest op initiatief van zijn Minister-President Rudi Vervoort een oproep tot kandidaturen bij de Brusselse gemeenten om nieuwe perimeters vast te leggen die in aanmerking komen voor de uitwerking van een programma voor een duurzaam wijkcontract.

De oproep tot kandidaatstelling voor de tiende reeks duurzame wijkcontracten bevestigt opnieuw hoe belangrijk dit gewestelijk stadsherwaarderingsinstrument is voor de gemeenten, zowel voor de stadsontwikkeling als voor de leefomgeving van de inwoners van de zone voor stedelijke herwaardering (ZSH). Net zoals bij de achtste en negende reeks moet worden gewezen op het aantal ingediende dossier en de kwaliteit hiervan – er zijn 8 dossiers ingediend door de gemeenten Anderlecht, Brussel, Etterbeek, Koekelberg, Molenbeek, Sint-Gillis, Sint-Joost en Schaarbeek.

Verbetering van het leefmilieu, woningproductie, klimaatprioriteiten, sociale cohesie, circulaire economie, toegang van elke burger tot verkeersluwe en groene openbare ruimten, buurtinfrastructuur, en dan met name in de vorm van plaatsen in de kinderopvang onder drie jaar, burgerparticipatie: dit zijn de doelstellingen die de gewestregering nastreeft met deze nieuwe selectie.

De laureaten van de tiende reeks van de “Duurzame wijkcontracten 2020-2025/2027” zijn respectievelijk:

o   Sint-Gillis « De woonvriendelijke stationsbuurt » : deze perimeter omvat het Zuidstation en zijn omgeving op het grondgebied van Sint-Gillis. De perimeter omvat een sociaal zeer kansarme zone die volledig ingesloten is en ligt in de nabijheid van grote stedelijke polen. De klemtoon ligt op een globale visie voor de wijk, met onder meer inspanningen op het vlak van mobiliteit en openbare ruimten. « Wij zien nauw toe op deze zeer prioritaire zone die centraal staat in een globale dynamiek van lopende plannen (RPA Zuid, richtschema enz.), die de komende jaren nog verder moet aansterken » benadrukt Minister-President Rudi Vervoort, bevoegd voor Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing.

o   Anderlecht « Bizet » : in deze perimeter is nooit een duurzaam wijkcontract uitgevoerd aangezien hij pas in 2016 voor het eerst is opgenomen in de zone voor stedelijke herwaardering. Het gaat om een kwetsbare wijk die ligt ingesloten tussen meerdere fysieke barrières zoals het kanaal en de Bergensesteenweg, gelegen nabij Biestebroek, een wijk in volle ontwikkeling. Uit het dossier blijkt de noodzaak om in te werken op huisvesting, op nieuwe infrastructuur en op de renovatie van straten en groene ruimten tot een kwalitatief hoogstaande openbare ruimte en er een betere sociale cohesie en een positief gemeenschapsleven tot ontwikkeling te brengen om de kwalitatieve reconversie van de naburige wijken bij te benen. Rudi Vervoort is enthousiast over deze keuze « omdat we hier voor de eerste keer sinds de wijkcontracten bestaan, kunnen inwerken op een perimeter van de tweede kroon met een semi-industriële structuur. »

o   Schaarbeek « De helling tussen de Groenstraat en de Poststraat » : In deze zone zijn weliswaar vroeger al wijkcontracten uitgevoerd, maar de wijk blijft prioritair door haar grote behoefte aan stadsherwaardering zoals blijkt uit de meeste statistische indicatoren voor deze kandidatuur (een gebrek aan groene ruimten in een zeer dichtbevolkte wijk met een behoefte aan uitbreiding van het sociale woningenbestand van vrijwel 271%). De site is interessant met het oog op de verlenging van de dynamiek die reeds op gang is gebracht in de onmiddellijke omgeving. Het dossier identificeert zeer duidelijk de openbare ruimten die opnieuw ingericht moeten worden, en dan met name het Lehonplein, waarop nooit eerder is ingewerkt, en het Koningin-Groenpark. « Zowel de indicatoren die wijzen op een bevolking in moeilijkheden als het samenvallen van meerdere projecten op grotere schaal  (het Stadsvernieuwingscontract Brabant Noord, de Koninklijke Sint-Maria-as, de metrolijn Noord) maken deze perimeter bijzonder interessant », besluit Minister-President Rudi Vervoort.

Vanaf 1 november beschikken de gemeenten Sint-Gillis, Anderlecht en Schaarbeek over bijna een jaar de tijd om een operationeel programma samen te stellen en het uiterlijk op 31 oktober 2020 ter goedkeuring aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor te leggen. Vervolgens beschikken ze over 50 maanden om hun programma te verwezenlijken en 30 bijkomende maanden om de werven te voltooien. Het Gewest financiert de projecten voor een bedrag van 42,375 miljoen euro, dat in gelijke delen verdeeld wordt over de drie geselecteerde perimeters voor de periode 2020-2025/2027.

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Zeynep BALCI Woordvoerder (NL)

Algemene Beleidsverklaring door de Minister-President – 18 oktober 2019

DPG-2019

Algemene Beleidsverklaring door de Minister-President – 18 oktober 2019

Persbericht

18 oktober 2019

Mijnheer de Voorzitter,

Waarde collega’s,

Dames en heren volksvertegenwoordigers,

Het Brussels Gewest bestaat dit jaar dertig jaar.

Al dertig jaar lang bouwen verkozenen, regeringsleden, het personeel van onze openbare diensten, de sociaaleconomische krachten en de verenigingen in ons Gewest samen aan Brussel, aan een beter Brussel.

Dertig jaar geleden schreef het dagblad Le Soir naar aanleiding van de eerste verkiezingen voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad het volgende :

Vanaf morgen zijn de Brusselaars baas in eigen huis (…). Zij alleen krijgen hun eigen beheer in handen. Voortaan hebben ze geen enkel excuus meer. (…). Vanaf morgen zijn de Brusselaars zelf verantwoordelijk.

Eerst en vooral worden ze verantwoordelijk voor hun stad, die ze op een doeltreffende manier gaan moeten beheren. Daarbij moeten ze er in het bijzonder voor zorgen dat alle aanwezige functies mooi met elkaar in evenwicht zijn. Het gewest zal bedrijven, kantoren en internationale instellingen nodig hebben, maar ook inwoners. Te meer daar het voor zijn budget zal afhangen van de personenbelasting en dus van zijn inwoners. Het zal een beleid moeten voeren om ervoor te zorgen dat de mensen er blijven wonen en er zich welkom voelen, met alles wat daarbij komt kijken op het vlak van levenskwaliteit, werk, verkeer, enzovoort.“

De toekomstige uitdagingen die toen aangekondigd werden en de verantwoordelijkheden waarop gewezen werd, zijn in grote mate nog steeds actueel.

Heel wat van die uitdagingen zijn uiteraard gebleven, terwijl andere groter geworden zijn.

Zoals in de meeste grote steden, zijn het streven naar een evenwicht tussen de stedelijke functies en de strijd tegen de sociaal-ruimtelijke tweedeling, de werkloosheid en het dichtslibbende autoverkeer uitdagingen die nog altijd relevant zijn.

Vandaag zijn daar uitdagingen bijgekomen die verband houden met het milieu, de strijd tegen de klimaatverandering, het behoud van de biodiversiteit en de gevolgen van vervuiling voor de volksgezondheid.

Om een antwoord te kunnen bieden op laatstgenoemde uitdagingen, gaan we resoluut werk maken van een klimaatbeheer. Iedere minister zal vanuit iedere bevoegdheid een bijdrage leveren aan de gemeenschappelijke doelstellingen. De milieuproblematiek is te omvangrijk geworden om haar te laten beheren door één minister. Zij belangt iedereen in onze Regering aan.

Nog zo’n uitdaging die we alleen collectief het hoofd kunnen bieden, is armoede. Armoede is een verschijnsel dat meerdere oorzaken kan hebben en dat alleen maar teruggedrongen kan worden door in meerdere beleidsdomeinen krachtdadige convergerende maatregelen te nemen. Dat we dringend moeten ingrijpen, blijkt ook uit een zeer recente studie van de Koning Boudewijnstichting, die duidelijk maakt hoe hard armoede ook kinderen treft in Brussel.

Op al die uitdagingen wil de Regering coherente antwoorden bieden met behulp van een geïntegreerd beleid, dat steunt op sterke ambities voor de komende dertig jaar.

Dat beleid moeten we uittekenen binnen een kader dat in meerdere opzichten beperkt is.

Eerst en vooral is er het institutionele en ruimtelijke kader : het sociaaleconomische bekken van de stad reikt verder dan de bestuursgrenzen van het Gewest.

Daarnaast is er ook het juridisch-institutionele kader, dat in Brussel ontegensprekelijk veel complexer is dan in de andere gewesten en waarbinnen een intensieve coördinatie nodig is om alle krachten te bundelen rond gemeenschappelijke doelstellingen.

Het begrotingskader wordt dan weer beteugeld door de beperkte inning van de belastingen en door de ontoereikende transfers.

Het budget van het Brussels Gewest bedroeg dertig jaar geleden dertig miljard Belgische frank. Vandaag is dat budget bijna verzevenvoudigd. Door de achtereenvolgende staatshervormingen kregen de gewesten er nieuwe bevoegdheden bij, samen met een deel van de bijbehorende budgetten. Brussel wordt ook vergoed, zij het maar voor een deel, voor de kosten die het draagt ten gunste van heel België.

Het gaat om de kosten die het op zich neemt als politieke en administratieve hoofdstad van het land en van Europa en als economische metropool waar honderdduizenden mensen naartoe komen om te werken en voor wie het de nodige voorzieningen treft, op het vlak van mobiliteit uiteraard, maar ook en vooral op het vlak van veiligheid.

De Regering heeft die kosten in de vorige legislatuur met veel ambitie voor haar rekening genomen door als nooit tevoren te investeren in mobiliteit. En in de komende jaren zal intensief verder geïnvesteerd worden in de metro, tramlijnen en het busplan.

Bovenop die geplande investeringen kwamen dringende investeringen die noodzakelijk geworden waren door de toestand waarin bepaalde infrastructuur, en dan vooral de tunnels, zich bevond.

(…)

Om het vervolg te lezen, download de algemene beleidsverklaring

Aansluiting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij het “Blue Community” netwerk

Aansluiting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij het “BlueCommunity” netwerk

Persbericht – 10 oktober 2019

De Bruselse Regering heeft deze donderdag 10 oktober de aansluiting van het Brussels Gewest tot het Blue Community netwerk goedgekeurd.

Het Blue Community project berust op 3 sterke pijlers die deelnemers verplichten tot een sterk engagement rond:

  1. De erkenning van het water als een recht van elk individu;
  2. De bevordering van diensten voor waterbevoorrading en de verwerking van afvalwater gefinancierd en uitgebaat door en toebehorend aan de openbare sector;
  3. Het verbod op de verkoop van flessenwater in openbare instellingen en bij evenementen op gemeentelijk niveau.

Een betrouwbare drinkwaterbevoorrading is voor ons de normaalste zaak ter wereld. Je opent de kraan en het drinkwater vloeit. Je gebruikt het en het “vuil” water loopt weg naar de riolering. Voor de meeste Europeanen is het water dat zij thuis gebruiken drinkbaar en de klok rond beschikbaar. De korte tijd die het water doorbrengt tussen de kraan en de riolering is slechts een uiterst gering onderdeel van de lange reis die het daartoe maakt. “Het waterbeheer in een stad gaat veel verder dan de werking van de openbare waterdistributienetten. De klimaatverandering, de stadsuitbreiding en de wijzigende stroomgebieden zijn stuk voor stuk factoren die ons moeten aanzetten tot handelen”, aldus Minister van Leefmilieu Alain Maron.

In de gewestelijke beleidsverklaring 2019-2024 verbindt de Regering zich ertoe net zoals andere steden aan te sluiten bij de « Blue Community ». Ze waarborgt het publieke karakter van de beheerder van de waterproductie, -distributie en -afvoer, en uiteindelijk ook van de zuivering. Ze erkent en verdedigt het beginsel van toegang tot drinkwater als een fundamenteel mensenrecht.

“Dit zijn uiteraard twee principes die voor mij bijzonder belangrijk zijn. Een gewaarborgd publiek beheer van de watercyclus is vaak een essentiële voorwaarde voor de effectieve uitoefening van het recht op de toegang tot drinkwater. Bovendien werk ik er met mijn team aan om tegen het einde van de legislatuur over te schakelen van flessenwater op distributiewater in gebouwen die afhangen van de gewestelijke en de gemeentelijke overheden, maar ook op evenementen die met overheidsgeld worden gesponsord. Want het leidingwater is echt van een onberispelijke kwaliteit en een stuk minder duur, zowel economisch gezien als vanuit ecologisch oogpunt “,  benadrukt Minister-President Rudi Vervoort

Bovendien organiseert het Blue Community netwerk binnenkort een internationaal colloquium in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Plus d’info ?
Lidia GERVASI Porte-parole (FR)
Jo DE WITTE Porte-parole (NL)

Algemene Beleidsverklaring door de Minister-President – 18 juli 2019

Algemene Beleidsverklaring door de Minister-President – 18 juli 2019

Mijnheer de Voorzitter,
Waarde collega’s,
Dames en heren Volksvertegenwoordigers,

Zij die mij kennen, weten dat ik een man met een methode ben.

Een methode die verenigt, die gericht is op het zoeken naar een compromis en die streeft naar synthese. Een methode die leidt tot overeenstemming zonder te morrelen aan de essentie en die het gemeenschappelijk belang vooropstelt.

Deze beproefde methode, die ik samen met mijn partners heb gevolgd, heeft haar vruchten afgeworpen. Ik ben blij dat ik u vandaag het resultaat mag komen voorstellen. Op basis van een ernstige en nauwgezette aanpak en vol optimisme hebben we belangrijk werk verricht voor ons Gewest, dat dit jaar zijn dertigste verjaardag viert.

Het Brussels Gewest is, ondanks zijn institutionele complexiteit, vandaag een toonbeeld door de stabiliteit en de continuïteit van zijn openbare instellingen.

Dertig jaar geleden maakte de bijzondere wet van 12 januari 1989 van Brussel een volwaardig Gewest. In de loop der jaren konden de Brusselse instellingen dankzij hun stabiliteit een transversaal en coherent beleid ontwikkelen. Daarbij stelden zij het belang van de Brusselaars steevast voorop.

We moeten echter verder kijken. Brussel staat voor drie uitdagingen: een sociale urgentie, een klimaaturgentie en de budgettaire autonomie in 2025. We moeten op verstandige wijze bepalen welke hefbomen we kunnen inzetten om concrete oplossingen aan te reiken voor de dagdagelijkse verzuchtingen van de meeste Brusselaars.

Klimaatbeheer

De klimaaturgentie en de uitdagingen op het vlak van milieu en volksgezondheid verplichten het politieke bestuur om concreet en collectief actie te ondernemen, op basis van een langetermijnvisie.

Een milieubeleid is in dat opzicht noodzakelijk, maar niet langer voldoende op zich.

De Regering wil met veel ambitie tegemoet komen aan de Europese doelstellingen en aan de verbintenissen van het Akkoord van Parijs door een rechtvaardig en proactief klimaatbeleid te voeren.

Om te kunnen inspelen op de uitdagingen voor het klimaat en de biodiversiteit, zal het Gewest een langetermijnstrategie met bindende doelstellingen uitwerken. Op die manier engageert Brussel zich als “koolstofarm” Gewest en werkt het toe naar de Europese doelstelling om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn.

Een oplossing is pas mogelijk als zij gedeeld wordt door de Brusselaars. Daarom zal de Regering samen met de Brusselaars, de economische, sociale en institutionele spelers, de initiatieven die werken rond transitie en de plaatselijke besturen een maatschappelijk debat opstarten over de visie om van Brussel tegen 2050 een “koolstofarme” stad te maken. De Regering zal haar beleid ook baseren op wetenschappelijke expertise. De Raad voor het Leefmilieu krijgt een onafhankelijk interdisciplinair evaluatiecomité. Dat comité moet het Parlement jaarlijks een verslag bezorgen met een stand van zaken over de klimaatstrategie en de gewestelijke biodiversiteit.

Het Gewest zal tot slot een beleid voeren dat erop gericht is de levensomstandigheden in de wijken rustiger te maken en te verbeteren en een stedelijke adaptatiestrategie uittekenen om te anticiperen op de klimaatverandering en de economische, sociale en milieurisico’s die daaruit voortvloeien.

Sociaal-economisch en budgettair bestuur

Deze legislatuur wordt ook een cruciale periode voor alle gewesten in ons land, omdat zij hun begrotingsautonomie vorm moeten geven. In 2025 loopt namelijk het mechanisme van nationale solidariteit af.

Het is daarom van essentieel belang dat de Regering de gewestelijke economie versterkt, de tewerkstellingsgraad verhoogt, haar strategische investeringen voortzet en het openbaar bestuur versterkt.

We hebben een creatieve, innoverende en sterke gewestelijke economie nodig. Zo’n economie ondersteunt de creatie van werkgelegenheid voor de Brusselaars, verhoogt de aantrekkelijkheid van de stad en is een troef om de drijvende krachten in Brussel te houden en de talenten van morgen aan te trekken.

Door meer steun te geven aan kleine en middelgrote ondernemers en door een kringloopeconomie te ontwikkelen die gericht is op de nieuwe technologieën, zullen we bijdragen tot een grotere werkgelegenheid voor de Brusselaars. Daarbij richten we ons eveneens op beroepsopleiding en onderwijs in het algemeen. Zij leggen immers de basis voor sociale cohesie en emancipatie.

De zesde staatshervorming en de herfinanciering van de Brusselse instellingen zorgden voor een uitbreiding van de beheersautonomie en de investeringscapaciteit die noodzakelijk zijn om de structurele uitdagingen van ons Gewest op te vangen. Daarom is het essentieel dat de overheid tijdens deze legislatuur verdergaat met een ambitieus strategisch investeringsbeleid.

De Regering zal bij de uitwerking van de eerste begroting een Gewestelijk Plan voor Strategische Investeringen 2020-2025 vaststellen. Op basis daarvan blijft de mogelijkheid bestaan om een deel van die strategische investeringen buiten het begrotingstraject te houden. Die mogelijkheid zal jaarlijks geëvalueerd worden.

(…)

Om het vervolg te lezen, download de algemene beleidsverklaring

_____

Meer info?

 

« Lijdt u aan autosolisme ? Praat erover met uw collega’s ! »

autosolisme-nl

« Lijdt u aan autosolisme ? Praat erover met uw collega’s ! »

persbericht

21 mei 2019

De Brusselse Regering lanceert een bewustmakingscampagne rond autosolisme naar aanleiding van de Wereldmilieudag op 5 juni. De bedoeling : iedereen ertoe aanzetten om anders te gaan denken over zijn eigen mobiliteit in en rond Brussel.
 
Eerst en vooral moet erop gewezen worden dat dit voorstel van Minister-President Rudi Vervoort het resultaat is van een constructieve dialoog tussen de Brusselse overheid en BECI, met steun van het Brussels Economisch en Sociaal Comité.
 
Concreet gaat de Regering van start met een communicatiecampagne rond het autosolisme als verschijnsel, het massaal gebruik van de personenwagen door één enkele persoon, dat leidt tot een verkeersinfarct dat niet alleen vervelend is voor de bestuurders maar vooral ook schade toebrengt aan de Brusselse economie en de leefkwaliteit in Brussel. De campagne maakt gebruik van affiches, radiospotjes en de sociale media, maar ontplooit ook een brede mailing om iedereen te laten nadenken over het gebruik dat hij zelf maakt van de auto.
 
In een tweede fase worden bedrijven er in samenwerking met BECI vanaf 5 juni toe aangezet om op ludieke wijze de alternatieven voor de personenwagen te testen met het « Mobilty Passport », ontwikkeld door MaestroMobile. Bedrijven krijgen deze tool drie weken lang ter beschikking om iedereen de kans te geven zoveel mogelijk vervoermiddelen en mobiliteitsoplossingen uit te testen. De deelnemers kunnen daarbij gebruik maken van een toolbox die voorziet in het volledige bestaande aanbod, met tutorials en quizzen als voorbereiding. Ook krijgen ze kortingscodes voor de verschillende mobiliteitsdiensten om deze kosteloos te testen.
 
Deze aanpak van de Brusselse Regering, waar ook Minister van Werk en Economie Didier Gosuin en Minister van Mobiliteit Pascal Smet de schouders onder zetten, beoogt de lange termijn en versterkt verder de overlegdynamiek met de sociale partners die de voorbije jaren in Brussel tot stand is gebracht met Go4Brussels (Strategie 2025).
 
Minister-President Rudi Vervoort wijst op “het totaal vernieuwend karakter van dit initiatief door de gezamenlijke actie met de sociale partners rond mobiliteit. Ik hoop dat overheid en privé elkaar in dit project kunnen vinden op weg naar een luwere mobiliteit waar Brusselaars en Brusselse bedrijven beter van worden.”
Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Eerste stap naar toekomstig nautisch centrum in Brussel

port

Eerste stap naar toekomstig nautisch centrum in Brussel

persbericht

16 mei 2019

Op voorstel van de minister-president Rudi Vervoort heeft de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest begin mei ingestemd met het voorkeursscenario voor de ontwikkeling van een nieuw nautisch centrum rond het gebouw van de Brussels Royal Yacht Club (BRYC) op het terrein van de Koninklijke Schenking en de Haven van Brussel voor de Van Praetbrug.

“Het doel van dit ambitieuze, veelledige project is de herinrichting van de huidige site voor de pleziervaart en het clubhuis van de BRYC en van het overhangende stuk tussen het kanaal en de Van Praetlaan, zodat hier plaats komt voor een aangename publieke ruimte, een park, voorzieningen voor water- en havenactiviteiten, sportieve voorzieningen en ruimte voor productieactiviteiten. We willen hier een nieuwe locatie creëren die echt emblematisch is voor Brussel, door de geografische ligging en door de unieke kenmerken binnen het havengebied van Brussel”, onderstreept Rudi Vervoort.

De gewestregering heeft de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI) vanuit haar rol van gebiedsontwikkelaar de opdracht gegeven om na te gaan welke middelen nodig zijn om deze visie uit te voeren binnen het Kanaalplan. Deze visie vloeit voort uit de conclusies van een studie geleid door de MSI, in samenspraak met alle betrokken partners(1). De MSI en de Haven presenteerden de studie voor de eerste keer voor leden van de BRYC op 15 mei. Uit de studie kwam als definitief scenario dit ‘nieuwe Brusselse nautisch centrum met overhangend park’, dat is bekrachtigd door de gewestregering.

Een project van meerdere publieke en private partners

De MSI initieerde de studie in 2017, in samenwerking met perspective.brussels en het Team Bouwmeester, in kader van het Kanaalplan, onder de noemer ‘Studie naar de stedenbouwkundige definitie en operationalisering van de sites van de Koninklijke Schenking en de Haven van Brussel stroomafwaarts van de Van Praetbrug in Brussel’ (gerealiseerd door Multiple architecture & urbanism). Het is een emblematische locatie, door de geografische ligging en door de aanwezigheid van de plezierhaven en het clubhuis van de BRYC. Daarnaast is hier de mogelijkheid om een programma te ontwikkelen dat aansluit op de ambities van het Kanaalplan, zoals het behoud en de stedelijke integratie van de economische activiteiten, het creëren van aangename en verbindende openbare ruimtes en de bevordering van een diversiteit van functies.

Gilles Delforge, de directeur van de MSI, licht toe: “Deze studie en de coördinatie van de publieke en private spelers door de MSI hebben ervoor gezorgd dat de behoeften van de verschillende spelers duidelijk werden, dat er een consensus tussen hen ontstond over een ontwikkelingsscenario dat aansluit op de ambities van het gewest, dat de haalbaarheid van het project werd aangetoond en dat de operationele voorwaarden vervuld werden voor de uitvoering. Dat betekent onder meer: de hervestiging van de activiteiten van Net Brussel die nu plaatsvinden op deze locatie (en waarvoor de MSI en perspective.brussels de mogelijkheden onderzoeken); de heraanleg van de Van Praetlaan, de Vuurkruisenlaan en de Vilvoordelaan door Brussel Mobiliteit en de MIVB; publieke middelen voor de realisatie van diverse facetten van het project. Ik ben erg verheugd over de uitstekende samenwerking tot nu toe tussen alle partijen, zoals de BRYC en de Koninklijke Schenking, en de consensus over dit ambitieuze scenario.”

De MSI moet de budgettaire blauwdruk van het gekozen scenario nu verder uitwerken. De kosten worden momenteel geschat op 16 miljoen euro (zonder de heraanleg van de wegen en de verhuizing van Net Brussel) over een periode van 10 jaar. Dit gebeurt in samenwerking met de Haven van Brussel en in overleg met alle andere partijen. De MSI zal een operationele nota voorleggen aan de volgende regering, die op deze basis de nodige, vooral budgettaire beslissingen zal nemen om over te gaan naar de fase van de concretisering. 

Sleutelelement in de diversificatie van het gebruik van het water

Philippe Matthis, adjunct-directeur-generaal van de Haven van Brussel stelt: “De Haven van Brussel is bijzonder trots op het plan voor de herontwikkeling van het nautisch centrum en het werk dat is verricht door alle partners, waardoor dit magnifieke resultaat bereikt kon worden. Deze gezamenlijke aanpak moet worden voortgezet en de Haven van Brussel hoopt een drijvende kracht te blijven bij de uitvoering van dit plan. De watersport in het algemeen en de BRYC in het bijzonder vormen een sleutelelement in de diversificatie van het gebruik van het water, dat de Haven van Brussel sinds vele jaren nauw aan het hart ligt. Dankzij dit plan zal de watersport nog meer dan vandaag in perfecte en nauwe harmonie kunnen bestaan met de economische activiteiten van de haven, die van groot belang zijn voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

(1) Gewestregering, sau-msi.brussels, perspective.brussels, urban.brussels, bma.brussels, port.brussels, BRYC, Koninklijke Schenking, Brussel Mobiliteit, Agentschap Net Brussel, Brussel-Stad.

Plus d’info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

De archeologische opgravingen onder Parking 58 gaan verder

parking 58

De archeologische opgravingen onder Parking 58 gaan verder

persbericht

2 mei 2019

Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort, die bevoegd is voor ruimtelijke ordening en monumenten en landschappen, heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering beslist haar toelating te geven om de opgravingen die gestart waren op de bouwwerf van het nieuwe administratief centrum van de Stad Brussel, BruCity, om redenen van algemeen belang te laten voortgaan. Het is namelijk belangrijk om datgene wat ons herinnert aan de oorsprong van de stad, intact te houden.

Op het terrein aan de Zwarte Lievevrouwstraat 1-21, de Bisschopsstraat 1 tot 13, de Hallenstraat 4 tot 24 en de Kiekenmarkt is een archeologische opgraving bezig die al bijzonder waardevolle gegevens over de geschiedenis van Brussel heeft opgeleverd.

De Directie Cultureel Erfgoed van Brussel Stedenbouw en Erfgoed heeft de afbraakwerken en de uitgravingen op 7,5 meter diepte archeologisch opgevolgd. Dat gebeurde in een goede verstandhouding met de bouwheer en de algemene aannemer. Centraal op het terrein kwamen, na de verwijdering van het plateau van Parking 58, spectaculaire vondsten aan de oppervlakte”, aldus Minister-President Rudi Vervoort.

Dit zijn de eerste ontdekkingen tot dusver:

–          over heel het uitgegraven terrein bevinden zich afzettingen van de Zenne die dateren uit de tiende tot de zestiende eeuw;

–          er zijn inrichtingen van de Zenne-oevers blootgelegd die dateren uit de middeleeuwen, waaronder een stenen kade uit de veertiende eeuw en meerdere houten structuren die nog ouder zijn;

–          er zijn meerdere stratigrafische lagen bewaard gebleven waarin heel wat archeologische voorwerpen teruggevonden zijn die gebruikt werden voor tal van ambachten en vervaardigd zijn uit allerlei materialen. Zij dateren van vóór de tiende en waarschijnlijk zelfs van de zevende eeuw;

–          iedere laag bevat mogelijk een schat aan microscopische gegevens. Door daarvan stalen te nemen en ze te onderzoeken, kunnen we het dagelijkse leven in de stad van de middeleeuwen reconstrueren;

–          er is een zijrivier van de Zenne ontdekt, die tot vandaag enkel bekend was uit de archieven;

–          en we hebben zicht gekregen op de plaatselijke topografie rond de Zenne in de middeleeuwen.

Er zijn ook zeldzame objecten, zoals visfuiken en heel wat lederen en houten voorwerpen (schoenen, kammen, …) die getuigen van het dagelijkse leven in de middeleeuwen, bovengehaald. Dankzij de aard van de ondergrond zijn zij uitzonderlijk goed bewaard gebleven.

Deze opgravingen maken het mogelijk een deel van de economische en sociale geschiedenis van Brussel, zoals havenactiviteiten, ambachten, waterbeheer, … te beschrijven. Het archeologisch onderzoek naar deze periode vond tot op heden vooral plaats op sites van religieuze vestigingen (kathedraal) en kastelen (Paleis van de Coudenberg), die eerder in verband te brengen zijn met de heersende elite van de stad“, gaat Rudi Vervoort verder.

Momenteel is er nog een resterende zone die op 1 tot 2 meter diepte onderzocht moet worden alvorens de natuurlijke bodem te bereiken. Deze zone verbergt tal van wetenswaardigheden die ons kunnen helpen om de geschiedenis van de stad te reconstrueren. Daarom is het gerechtvaardigd om, in nauwe samenspraak met de bouwheer, de duur van de opgestarte opgravingen te verlengen.

Meer info?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Het Brussels Gewest zet het licht op groen voor een nieuwe creatieve hotspot in Molenbeek

rudi

Het Brussels Gewest zet het licht op groen voor een nieuwe creatieve hotspot in Molenbeek

persbericht

26 april 2019

Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort gaf de Brusselse Hoofdstedelijke Regering gisteren haar goedkeuring om de gebouwen aan de Manchesterstraat in Molenbeek te herbestemmen voor een nieuw centrum voor culturele, artistieke en creatieve producties.

De gebouwen liggen naast de Brusselse vestiging van Charleroi Danse (Raffinerie-Plan K) en vlakbij Cinemamaximiliaan. “Ik streef ernaar om in overleg met de gemeente Molenbeek het ontstaan van een creatieve hotspot in deze wijk te stimuleren, met een cultuurhal, ateliers en bedrijven, waar spelers uit de culturele en artistieke sector terecht kunnen”, aldus Rudi Vervoort.

In aanloop naar de toekomstige programmatorische invulling van de gebouwen wordt een deel daarvan nu al gebruikt door Recyclart en Vaartkapoen. Tevens stemde het Gewest in met het voorstel van het Kunstenfestivaldesarts om er vanaf 10 mei het zenuwcentrum van de editie 2019 te installeren.

Gewest oefent voorkooprecht uit op strategische locatie

In deze gebouwen, die gegroepeerd zijn rond twee binnenpleinen, waren vroeger diverse economische activiteiten ondergebracht, zoals de raffinaderij Graeffe. Ze liggen in de operationele perimeter van het Kanaalplan (proefproject Heyvaert), in de voorkoopperimeter Kleine Zenne en in de perimeter van het stadsvernieuwingscontract 5 (SVC Heyvaert-Poincaré).

Ze zijn eigendom geworden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat daarvoor zijn voorkooprecht heeft uitgeoefend: in 2017 voor de gebouwen aan de Manchesterstraat 17-19 en in 2018 voor de gebouwen aan de Manchesterstraat 13-15.

De MSI (Maatschappij voor Stedelijke Inrichting) kreeg eind 2017 de opdracht om een project aan te sturen in het kader van het stadsvernieuwingscontract. Daarom schreef de MSI begin 2018 een overheidsopdracht uit voor de analyse van de ruimtelijke en programmatische mogelijkheden van de twee sites, evenals de economische haalbaarheid daarvan.

Rond honderd jobs op termijn

De bestelde studie stelt voor om de hangar aan de Manchesterstraat 13-15 te behouden, omdat daar een grote diversiteit van programma’s onderdak kan vinden; maar ook om de L-vormige achterbouw aan de Manchesterstraat 17-19 te behouden vanwege de erfgoedkundige waarde ervan en om enkele gebouwen, waaronder die aan de straatkant van de Manchesterstraat 17-19, af te breken. Tot slot wordt de wens geuit om de twee sites met elkaar te verbinden en de binnenpleinen te openen naar de buurt.

Uit de verschillende mogelijke scenario’s voor de herbestemming van deze sites hebben we gekozen voor een nieuw centrum voor culturele, artistieke en creatieve producties dat een werkruimte zal bieden aan bijna 100 personen. Dat scenario sluit aan bij de doelstellingen van het Kanaalplan, het Industrieplan voor het Brussels Gewest en het stadsvernieuwingscontract. Het kreeg ook de steun van de diverse geraadpleegde spelers, waaronder de cultuursector, die de nood aan dit soort productieruimtes in Brussel bevestigde. Ik ben blij hun wens te kunnen inwilligen”, zo besluit de Minister-President.

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

De hervorming van het BWRO treedt volledig in voege op 1 september 2019

Capture d’écran 2019-03-12 à 21.07.50

De hervorming van het BWRO treedt volledig in voege op 1 september 2019

persbericht

12 maart 2019

De Brusselse Regering vaardigde de voorbije weken de nodige uitvoeringsbesluiten uit om de hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) in werking te laten treden. De volledige reeks uitvoeringsbesluiten wordt dus nog tijdens deze legislatuur afgerond. 

Minister-President Rudi Vervoort bevestigt: « Ik ben blij dat we dit lange hervormingsproces hebben kunnen voltooien zodat de nieuwe wetgeving nog dit jaar in werking kan treden. Hiermee staan we op het punt om één van de voornaamste werven van deze regeerperiode succesvol af te sluiten. »

De Brusselse Regering bepaalde 1 september 2019 als datum waarop deze hervorming in werking zal treden. Zo krijgen gewestelijke en gemeentelijke besturen een redelijke termijn om de inwerkingtreding voor te bereiden, zowel om hun procedures aan te passen als om deze diepgaande hervorming te kunnen verwerken in hun informaticasystemen. De Brusselse gemeenten en de betrokken besturen zijn per schrijven van deze beslissing op de hoogte gebracht.

Deze hervorming van het BWRO heeft een drievoudige doelstelling : de stedenbouwkundige regels en procedures in het Brussels Gewest vereenvoudigen, rationaliseren en harmoniseren.

De hervorming was één van voornaamste engagementen van het Brussels regeerakkoord voor de legislatuur 2014-2019 en sluit ten volle aan bij de strategie die de gewestregering heeft uitgerold voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het Brussels Gewest.

Plus d’info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)