De Franstalige regering trekt ruim 600.000 euro uit voor cultuur op school

la culture a de la classe

De Franstalige regering trekt ruim 600.000 euro uit voor cultuur op school

persbericht

17 juli 2020

Het programma “La Culture a de la classe” bestaat dit jaar 20 jaar. Met subsidies van de Franse Gemeenschapscommissies biedt het de Brusselse scholen de mogelijkheid om kunst- en cultuurprojecten op te zetten. Die projecten worden na een oproep geselecteerd door een professionele jury. Zij kunnen zeer uiteenlopend zijn, gaande van het maken van kunstwerken met de leerlingen tot de kritische deelname aan kunstopvoeringen. De projectoproep voor 2020 werd net voor het begin van de lockdown uitgeschreven. De belangstelling was in dit bijzondere jaar groter dan anders.

Ruim 30% meer kwaliteitsvolle projecten ingediend dan in de vorige jaren. Dat is het zeer positieve resultaat van de projectoproep “La Culture a de la classe” voor 2020. Sommige daarvan werden als gevolg van de lockdown uitgesteld, maar er zitten ook nieuwe projecten bij, die tot doel hebben om de kinderen en jongeren op de Brusselse scholen meer in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Daarom heeft de regering op voorstel van Rudi Vervoort, die als Brussels Minister-President in de COCOF bevoegd is voor cultuur, beslist om voor die projecten uitzonderlijk een budget van 606.000 euro toe te kennen, terwijl er aanvankelijk 450.000 euro voorzien was.

Ik ben bijzonder blij dat we overeengekomen zijn om het budget voor de projecten van “La Culture a de la classe” uitzonderlijk te verhogen, want dit programma verdient het om voor zijn twintigste verjaardag extra in de schijnwerpers te staan en het is toch wel nodig dat onze kinderen op school kunnen deelnemen aan culturele activiteiten. De leerlingen en leerkrachten zijn in 2020 bijzonder op de proef gesteld. Door met de klas mee te doen aan artistieke en creatieve projecten, kan de school uitgroeien tot de plaats voor multidisciplinaire emancipatie. Dat is ook de rol die zij volgens mij moet vervullen,” zegt Rudi Vervoort tevreden. “Dit soort project versterkt het basisleerproces en dankzij de creatieve, participatieve, inclusieve en vernieuwende benadering helpt het om schooluitval tegen te gaan. Dit programma is de voorloper van wat de Franse Gemeenschap van plan is met het parcours voor culturele en artistieke opvoeding. Wij in Brussel leveren hiermee het bewijs dat we op dit gebied een voortrekker zijn, maar we maken ook duidelijk hoe belangrijk het is om een stap verder te gaan en te blijven investeren in dit soort activiteiten, die de kwaliteit van ons onderwijs verhogen.

Dit jaar werd ook het bedrag dat per uur voor elk project wordt uitgekeerd, opgetrokken om de deelnemende kunstenaars beter en rechtvaardiger te vergoeden. “De kunstenaars maken momenteel een moeilijke periode door. Dankzij de extra vergoeding die ze krijgen voor hun prestaties op de scholen, kunnen zij zich blijven wijden aan hun kunst en kinderen zo jong mogelijk laten proeven van cultuur. Het project biedt dus meerdere voordelen”, laat de Brusselse Minister-President weten.

Sommige van de geselecteerde projecten worden ook uitgevoerd in het buitengewoon onderwijs, zodat kinderen met een handicap niet verstoken blijven van cultuur, “ aldus Rudi Vervoort, die ook bevoegd is voor het beleid ten behoeve van personen met een handicap en cultuur wil openstellen voor degenen die er het meest van uitgesloten zijn.  

Tijdens het academiejaar 2020-2021 zal een groot evenement plaatsvinden om op gepaste wijze de twintigste verjaardag te vieren van dit programma, dat al heel wat kwaliteitsvolle projecten mogelijk heeft helpen maken en meerdere generaties van Brusselse kinderen tijdens hun schoolloopbaan kunst en creativiteit heeft laten beleven. Het evenement was gepland in oktober 2020, maar moest door de gezondheidscrisis worden uitgesteld. De nieuwe datum zal in het najaar worden bekendgemaakt.

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering – Ministerraad van 16 juli 2020

parlement ma version

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering - Ministerraad van 16 juli 2020

persbericht

16 juli 2020

1. Goedkeuring subsidies in het kader van het Brussels Buurt- en Preventieplan

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft beslist om het Brussels Buurt- en Preventieplan (BBPP) voor 2020 te verlengen. Dit plan regelt de toekenning van subsidies aan de 19 Brusselse gemeenten voor hun preventie- en veiligheidsprojecten. Dit plan is onderdeel van het Globaal Veiligheids-en Preventieplan (GVPP) en wil:

  •  het voorkomen van polarisering en het bestrijden van radicalisering;
  • zichtbare en geruststellende aanwezigheid in de openbare ruimten, met inbegrip van het openbaar vervoer;
  • conflictbemiddeling in openbare ruimten;
  • preventie en bestrijding van verslavingen.

2. Toekenning van subsidies aan de VZW ‘Transit’

VZW Transit leidt een werkgroep die samengesteld is uit deskundigen in de bestrijding van verslavingen. De vereniging werkt nauw samen met Brussel Preventie & Veiligheid (BPV) onder andere om:

  • Druggebruikers een opvang- en risicobeperkende ruimte ter beschikking stellen;
  • Druggebruikers te begeleiden naar een zelfstandig leven en wonen;
  • Druggebruikers te helpen bij de reïntegratie tijdens en na hun hechtenis;
  • Straathoekwerk te verrichten;
  • De gemeenten te ondersteunen bij het uitvoeren van de projecten die zij hebben opgenomen in hun plaatselijk buurt- en preventieplan (zie supra).

3. Voortzetting van de projecten die een bijdrage kunnen leveren aan de uitvoering van het Globaal Veiligheids- en Preventieplan

Nog in het kader van het Globaal Veiligheids- en Preventieplan (GVPP) werd er beslist om VZW’s te ondersteunen die mogelijk kunnen bijdragen tot de uitwerking van specifieke maatregelen van het plan.

Brussel Preventie en Veiligheid (BPV) heeft reeds in 2019 een portefeuille van 35 subsidies beheerd die uitgaan van 32 verenigingen. Om hun voortbestaan te waarborgen, werd er een verlengingsprocedure van de laureaatprojecten 2019 doorgevoerd.

4. Steun aan hotels en apparthotels met het oog op de gevolgen van de Covid-19 pandemie

De maatregelen die niet alleen in België, maar ook in de rest van de wereld zijn genomen in de context van de Covid-19 crisis hebben ertoe geleid dat de toeristische industrie zo goed als helemaal tot stilstand is gekomen. Deze schok is vooral hard aangekomen in het verblijfstoerisme, dat goed is voor een jaarlijks cijfer van 1,2 miljard euro in het Brussels Gewest. Iets minder dan de helft van dat bedrag (48%) wordt gegenereerd door de logies, waar de bezettingsgraad voor de zomermaanden (juli en augustus) momenteel geraamd wordt op om en bij de 8%.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren de logies vaak toe aan internationale investeerders of financiële fondsen. De uitbaters daarentegen zijn vaak lokaal en bijzonder kwetsbaar, omdat ze niet over eigen activa beschikken.

Tal van uitbaters dreigen door het wegvallen van hun inkomsten sinds begin maart snel af te stevenen op een faillissement. Dit is een situatie die om meerdere redenen absoluut moet worden vermeden: de noodzaak een volledig aanbod te behouden zodat verder professionele evenementen kunnen blijven plaatsvinden, de vele werknemers in de logiessector beschermen, vermijden dat er stadskankers ontstaan en het imago van de hoofdstad van Europa vrijwaren.

Daarom heeft de Brusselse Regering beslist om uitbaters van hotels en aparthotels te ondersteunen met een uitzonderlijke toelage. Deze moet ertoe bijdragen dat ze deze crisisperiode kunnen overbruggen en kunnen heropenen zodra de gezondheidssituatie dit toelaat. Het betreft een forfaitaire toelage van 200€ per kamer en per maand (van half maart tot eind augustus) waarmee zij een deel van de vaste kosten kunnen dekken (veiligheid, technisch onderhoud, personeelskosten, verzekeringen, energiekosten enz.). De premie wordt uitgekeerd aan hotels en aparthotels op basis van nauwkeurige selectievoorwaarden.

Daarnaast wordt ook een bedrag van 600.000€ toegekend aan het opleidingscentrum Horeca Be Pro om het opleidingsaanbod voor horecapersoneel te verbreden. Langs deze weg kunnen de werknemers en werkzoekenden van de sector hun vaardigheden uitbreiden en rekenen op begeleiding en ondersteuning bij hun beroepsomschakeling.

5. Goedkeuring van de oriëntatienota 5G

5G is een belangrijk onderwerp voor Brussel, vanuit technologisch oogpunt, maar ook vanuit sociaaleconomisch en op gezondheids- en milieuvlak. Daarom vindt de Brusselse Regering het belangrijk om de stem van de bevolking te horen en sluit ze zich aan bij een initiatief van het Brussels Parlement om een publiek debat te organiseren rond het 5G-thema en de daaraan verbonden uitdagingen. De Regering verbindt zich ertoe om in het tweede trimester van 2021 de conclusies en/of aanbevelingen die uit dat democratisch debat naar voor zijn gekomen ter hand te nemen, zodat deze kunnen worden toegepast en de eventueel vereiste wetteksten uiterlijk tegen 30 juni 2021 kunnen worden ingediend. Parallel daarmee stemde de Regering in met de oprichting van een Brussels Coördinatieplatform bestaande uit alle regeringsleden en de besturen die betrokken zijn bij de uitrol van 5G (Leefmilieu Brussel, Urban, Brussel Plaatselijke Besturen, Brussel Fiscaliteit, CIBG, … ). Het platform wordt gecoördineerd door Minister-President Rudi Vervoort.

De Brusselse regering wijst erop dat de eventuele exploitatie op basis van tijdelijke licenties van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT), met name voor de ontwikkeling van testzones, moet gebeuren met respect voor de huidige normen, die uitgaan van het voorzorgsbeginsel.

6. Nieuwe woningen: aankoop van het sleutelklare project ‘Biebuyck’ in Neder-over-Heembeek

Op voorstel van de Staatssecretaris bevoegd voor Huisvesting, Nawal Ben Hamou, heeft de Brusselse regering ingestemd met de aankoop van het sleutel-op-de-deurproject ‘Biebuyck’ in de Generaal Biebuyckstraat nr. 36-38 in Neder-over-Heembeek. Het project ‘Biebuyck’ voorziet in 42 wooneenheden en beschikt reeds over een bouwvergunning.

Het budget dat de De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) voor deze aankoop voorzien heeft, bedraagt meer dan 10,6 miljoen euro. Deze aankoop, die werd verricht voor rekening van de openbare vastgoedmaatschappij kadert binnen de Alliantie Wonen. De woningen zullen in het najaar van 2020 beschikbaar zijn.

Het Gewest lanceert zijn eerste Brusselse plan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen

stop violence

Het Gewest lanceert zijn eerste Brusselse plan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen

persbericht

16 juli 2020

Het Brussels Gewest keurt het eerste gewestelijke Plan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen goed. Het Plan omvat 56 concrete acties ter verbetering van de opvang, de voorlichting, de begeleiding en de bescherming van slachtoffers maar ook ter verbetering van de opleiding en bewustmaking van actoren op het vlak van preventie, gezondheid, veiligheid, stedenbouw en mobiliteit. Het is een in overleg opgesteld, evolutief en transparant plan, waarbij op ongeziene wijze alle gewestelijke actiehefbomen worden ingezet om deze problematiek op een gecoördineerde en transversale manier aan te pakken.

Geweld tegen vrouwen, een Brusselse realiteit

Het Brussels Gewest blijft niet gespaard van de problematiek van geweld tegen vrouwen: uit een studie van equal.brussels van 2016-2017 blijkt dat meer dan de helft van de Brusselse vrouwen tijdens hun leven met ten minste één vorm van geweld door hun partner te maken heeft gehad. 86% van de vrouwen werd al slachtoffer van seksuele intimidatie en 17% kreeg af te rekenen met stalking. Bovendien heeft geweld een zeer grote impact op het welzijn van vrouwen: 30% van de vrouwen die ooit te maken kregen met geweld geeft aan dat ze er tot op heden nog steeds de gevolgen van dragen, zelfs al dateren de feiten van jaren geleden.

In het licht van deze vaststellingen heeft de Brusselse regering haar verantwoordelijkheid genomen. In haar Gewestelijke Beleidsverklaring van juli 2019 heeft de regering er zich toe verbonden om  op gecoördineerde wijze tussen de verschillende diensten en in overleg met de andere gefedereerde entiteiten een globaal plan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen op te stellen en uit te voeren.” Dat plan is nu, minder dan een jaar na het aantreden van de Staatssecretaris voor Gelijke Kansen, Nawal Ben Hamou, een feit.

Een in nauw overleg opgesteld plan

Dit eerste Plan 2020-2024 omvat 56 concrete maatregelen, die grotendeels gebaseerd zijn op de aanbevelingen van de verenigingssector. Deze sector werd tussen september en december 2019 door de Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Nawal Ben Hamou geraadpleegd. “Het raadplegen van de verenigingen die actief zijn op het terrein was voor mij een absolute vereiste. Zij zijn de eerste deskundigen inzake de bestrijding van geweld tegen vrouwen. De verenigingssector heeft dus niet alleen bijgedragen aan de inhoud van dit Plan, maar zal ook nauw betrokken worden bij de uitvoering en de evaluatie ervan”.

Dit eerste Plan werd ook opgesteld in nauwe samenwerking met de Brusselse ministers en staatssecretarissen. Concreet betekent dit dat er maatregelen genomen en uitgevoerd zullen worden in alle betrokken bevoegdheidsdomeinen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, namelijk: preventie en veiligheid, huisvesting, werkgelegenheid en ambtenarenzaken, mobiliteit en openbare werken, opleiding, statistiek, stedenbouw, ruimtelijke ordening en, uiteraard, gelijke kansen. “Ik kon rekenen op de volledige en onverkorte medewerking van mijn regeringscollega’s, die elk voor hun bevoegdheidsdomein zeer concrete acties hebben voorgesteld. De hele Brusselse regering zet zich in voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen. Dankzij deze gecoördineerde aanpak kunnen we het probleem in Brussel voor het eerst in al zijn vormen aanpakken”, verduidelijkt Nawal Ben Hamou.

Een evolutief en transparant plan

Ter wille van de transparantie is elke maatregel in het Plan gepland, begroot en gekoppeld aan opvolgingsindicatoren.

Het volledige plan zal ook tussentijds geëvalueerd worden, waarbij de Brusselse Raad voor de gelijkheid van vrouwen en mannen zal worden betrokken en waarbij elke minister een tussentijdse evaluatie zal voorleggen aan de Commissie voor Gelijke Kansen en Vrouwenrechten van het Brussels Parlement. “Dat is voor mij een essentiële garantie voor efficiëntie”, benadrukt Staatssecretaris Nawal Ben Hamou, “het is ook de bedoeling dat het Plan verder evolueert: door de tussentijdse evaluatie kunnen we bepaalde maatregelen op punt stellen of nieuwe maatregelen nemen, als dat nodig blijkt. ”

“Door het intrafamiliaal geweld te becijferen en te objectiveren, halen we dergelijk geweld uit de privésfeer en maken we er een publieke aangelegenheid van, een zaak van iedereen.  Het observatorium van Brussel Preventie en Veiligheid heeft een belangrijke studie gepubliceerd die ook vandaag werd toegelicht. Het is een zeer waardevol instrument voor ons toekomstig beleid. Wij verbinden er ons vandaag toe om samen op alle niveaus middelen in te zetten voor een meer rechtvaardige en gelijke maatschappij” aldus Minister-President Rudi Vervoort.

Voor Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid Elke Van den Brandt: “De stad anders inrichten en ze toegankelijk maken voor alle gebruikers en gebruiksters is een belangrijke uitdaging. We focussen zowel op de openbare ruimte in het algemeen, als op het openbaar vervoer. We willen zowel de effectieve veiligheid als het subjectieve veiligheidsgevoel verhogen. Dat doen we door grondig onderzoek naar de problematiek van seksuele intimidatie op het openbaar vervoer. Dat doen we door van seksuele intimidatie een aparte categorie van veiligheidsincident te maken, zodat slachtoffers gehoord worden, zodat de feiten duidelijker gerapporteerd worden en zodat er een adequate opvolging komt. En dat doen we ook door het veiligheidsgevoel te verhogen, met betere verlichting in de openbare ruimte, met bewegingssentoren, met open metro’s in plaats van gesloten metrostellen.”

Sven Gatz, minister van Financiën, Begroting en Ambtenarenzaken: “De gewestelijke overheidsdienst Brussel draagt actief bij tot de preventie van geweld tegen vrouwen. Talent.brussels neemt concrete maatregelen: zo maken we van dit thema een belangrijk aandachtspunt in de opleidingen die Talent organiseert voor medewerkers van gewestelijke overheden en organisaties.”

“Het is moeilijk om privé- en beroepsleven op elkaar af te stemmen. De werksfeer heeft onvermijdelijk een invloed op de privésfeer, en vice versa. Helaas geldt deze realiteit ook voor huiselijk geweld. Daarom wil ik in een vroeg stadium discriminatie op de arbeidsmarkt, waarvan vrouwen het eerste slachtoffer zijn, bestrijden. Ik heb Actiris Inclusive ontwikkeld en versterkt. Deze dienst ondersteunt de Brusselse werkgevers bij het opstellen van actieplannen om de diversiteit in ondernemingen te integreren en structureel te verbeteren. Deze plannen helpen om een duurzame cultuur van pariteit te creëren. Wij verlenen financiële steun voor de uitvoering van deze geplande acties, tot 50% voor een maximumbedrag van 10.000 euro. Diversiteit in ondernemingen ontwikkelen en systematisch rekening houden met de behoeften van vrouwen is de intelligente keuze van diegenen die alle talenten ten volle willen benutten”, zegt Bernard Clerfayt, Brussels Minister van Werk.

“Door vanaf het begin van de herontwikkelingsprojecten aandacht te besteden aan de realiteit van vrouwen in de openbare ruimte, kunnen we de situatie verbeteren. We hebben ons er dus toe verbonden om beter rekening te houden met de aspecten preventie, pesterijen en geweld in alle procedures die leiden tot de aanvraag en afgifte van een stedenbouwkundige vergunning”, concludeert Pascal Smet, Staatssecretaris belast met Stedenbouw.

Brussels Gewest ondersteunt Europalia Treinen

europalia

Brussels Gewest ondersteunt Europalia Treinen

persbericht

10 juli 2020

Op voorstel van Brussels minister-president Rudi Vervoort en minister Sven Gatz, samen bevoegd voor de promotie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, heeft de Brusselse regering beslist een subsidie toe te kennen aan Europalia voor de organisatie van een biënnale over treinen. Het is voor het eerst dat Europalia niet een land maar een thema in de kijker zet. Voor Brussel is dit een uitstekende gelegenheid om zijn Europese treingeschiedenis in de verf te zetten.

Europalia koos ervoor haar biënnale van 2021-2022 in het kader te zetten van treinen, naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de International Union of Railways (UIC), waarvan alle lidstaten van de Europese Unie lid zijn.

Het Brussels Gewest besliste dit evenement met een toelage van 350.000 euro te ondersteunen.

“In de voorbije eeuw hebben treinen een enorme invloed gehad op de ontsluiting van de Europese grenzen voor de Europeanen, op onze manier van reizen, communiceren en leven in Europa”, zegt minister Sven Gatz. “Tot vandaag vormen ze ook een inspiratie voor kunstenaars, avonturiers, vernieuwers en dromers. De Europese hoofdstad speelde daarbij een centrale rol als knooppunt van spoorwegen. Met het fantastische treinmuseum Train World in Schaarbeek heeft de regio op haar grondgebied bovendien een uniek themamuseum, dat in deze Europalia-editie een centrale plaats zal krijgen. Dit evenement past dus helemaal in de promotie van het nationaal en internationaal imago van het Brussels Hoofdstedelijk gewest.”

Minister-president Rudi Vervoort: “Na Roemenië als themaland, wijdt de culturele biënnale Europalia haar volgende editie in 2021 volledig aan de spoorwegen in de kunst. Ik verheug me over deze bijzondere keuze die de 175ste verjaardag honoreert van de treinverbinding Parijs-Brussel, de 25ste verjaardag van de Thalysverbinding en de 100ste verjaardag van de Internationale Spoorweg Unie. Met dit thema zal het publiek vanzelfsprekend meerdere evenementen en tentoonstellingen kunnen ontdekken in onze hoofdstedelijke regio maar even goed in België en onze buurlanden. Een belangrijke editie voor het nationale en internationale imago van Brussel.”

Koen Clement, Directeur Europalia : “De Brusselse regio is van primordiaal belang geweest voor de ontwikkeling van het Belgische spoorwegennet. Het is dan ook met groot plezier dat we uitkijken naar de samenwerking met het Gewest waarbij Europalia Festival Trains & Tracks er verschillende artistieke topevenementen zal programmeren.”

Jan Grauls, Commissaris-Generaal Europalia Trains & Tracks: “In 2021 zal Brussel de trein vieren, een vertrouwde en welgekomen vriend.”

België is sinds de eerste jaren van zijn bestaan de wieg geweest voor het treinverkeer. De eerste Europese spoorlijn werd op 5 mei 1835 tussen Brussel en Mechelen ingereden. De trein werd getrokken door drie stoomlocomotieven van Britse makelij, gevolgd door wagens met 900 genodigden aan boord. Het was de eerste trein op het Europese continent.

In 2021 zal het ook 175 jaar geleden zijn dat de eerste spoorlijn tussen twee hoofdsteden, Brussel en Parijs, op het Europese continent werd ingehuldigd. En in 2021 vieren we de tiende verjaardag van het Witboek van de Europese Commissie over de interne Europese vervoersruimte.

Vandaag gebruiken miljoenen mensen in Europa nog altijd dagelijkse de trein om naar hun werk te sporen of te reizen naar andere landen. Lang voordat het vrije verkeer van goederen en personen in Europa een politiek kader vond dankzij de Europese Unie, was de trein al een middel bij uitstek om dat ideaal in de praktijk te brengen. Vandaag staat ethische mobiliteit vandaag meer dan ooit centraal in het publieke debat. En ook in de discussie over de beste vervoersmodi van de toekomst heeft de trein nog steeds uitstekende troeven.

Het RPA ‘Usquare’ – voormalige Kazernes van Elsene – werd vandaag in tweede lezing goedgekeurd door de Brusselse Regering

usquare

Het RPA ‘Usquare’ - voormalige Kazernes van Elsene - werd vandaag in tweede lezing goedgekeurd door de Brusselse Regering

persbericht

9 juli 2020

Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort keurde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in tweede lezing het Richtplan van Aanleg ‘Usquare’ (de site van de voormalige Kazernes van Elsene) goed.  Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dat in 2018 werd georganiseerd werden er verschillende adviezen ingewonnen. De betrokken instellingen en gemeenten konden hun voorstellen voor het gebruik van de site doorgeven. Die aanpassingen werden doorgevoerd en het plan wordt nu ter advies voorgelegd aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Als gevolg van de geplande verhuizing van de federale politie kwamen de Kazernes van Elsene geleidelijk leeg te staan. In 2018 kocht het Brussels Hoofdstedelijk Gewest deze site met een oppervlakte van ongeveer 44.000 m². Usquare ligt in de buurt van de campussen van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Université libre de  Bruxelles (ULB) en op het kruispunt van belangrijke lijnen van het openbaar vervoer. De site bezit een groot reconversiepotentieel dat zich leent om er een open, gemengde, universitaire en internationale wijk in te richten.

Ook voorziet de site in ongeveer 600 studentenkoten tegen sociaal betaalbare prijzen en in 20.000m² aan gezinswoningen die 100% openbaar zullen zijn. Maar liefst 70% van de woningen zullen sociale woningen zijn en 30% zal bestaan uit middenklassewoningen. Het Gewest zet via deze weg haar ambitie verder om sociale woningen te voorzien op de terreinen waarvan ze eigenaar is.

“Het project van de kazernes zal ten goede komen aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een van de ambities van Usquare is om uit te groeien tot een internationale hub, die zowel studenten als internationale onderzoekers welkom heet. Dit project maakt het mogelijk om een internationaal netwerk van academische en professionele contacten te creëren, dat is gericht op de erkenning van het feit dat Brussel een studentenstad is. Maar dat niet alleen. De site zal op grote schaal woongelegenheid creëren zowel voor studenten als voor gezinnen.” stelt  Minister-President Rudi Vervoort.

Momenteel tijdens de voorbereidende fase wordt de site benut om tijdelijke projecten te ontwikkelen. Het is een plek waar jongeren en organisaties initiatieven delen met ruimte om te experimenteren. Ook de Kinograph, de eerste Brusselse pop-upcinema, heeft zijn intrek genomen in de voormalige kazernes van Elsene. Het tijdelijke gebruik van de kazerne moet de site van Usquare.brussels zowel verlevendigen als openen naar buiten toe. 

Tot 1.500 euro voor elke cultuurwerker in Brussels Gewest

culturejuil20

Tot 1.500 euro voor elke cultuurwerker in Brussels Gewest

persbericht

9 juli 2020

De culturele sector en zijn werknemers hebben geleden en lijden nog steeds onder de gevolgen van de crisis. Om de uitzendkrachten uit de culturele sector te ondersteunen, heeft de Brusselse Regering een enveloppe van 5 miljoen euro vrijgemaakt om een uitzonderlijke premie aan elke cultuurwerker toe te kennen.

 

Terwijl de federale regering naar verwachting vandaag zal stemmen over een wetsvoorstel ter ondersteuning van de werknemers uit de culturele sector, boekt het Brussels Gewest sneller vooruitgang in dit dossier. De Brusselse Regering heeft zojuist in eerste lezing haar goedkeuring gehecht aan een besluit dat voorziet in de toekenning van een eenmalige en individuele premie aan cultuurwerkers.

 

De Brusselse ministers hadden in mei jongstleden al besloten om deze steun te verlenen aan de professionals uit de culturele sector. Enkel de regels voor de toekenning ervan moesten nog concreet uitgewerkt worden in overleg met de sociale partners.

 

Door de lockdown dreigen veel cultuurwerkers in armoede te vervallen. Culturele en recreatieve activiteiten waren verboden en dus konden deze werknemers geen enkele prestatie verrichten.

 

“De premie belooft dus een verademing te zijn voor duizenden werknemers uit de sector die de afgelopen maanden geen steun hebben ontvangen. De culturele sector creëert immers werkgelegenheid in het Brussels Gewest; er zijn maar liefst 45.000 directe en indirecte jobs in deze sector. Deze duizenden uitzendkrachten mogen niet de vergeten slachtoffers van deze crisis worden. De federale regering loopt wat achter, maar Brussel boekt vooruitgang en maakt een groot bedrag van 5 miljoen euro vrij”, legt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk, uit.

 

In de praktijk zal elke Brusselse cultuurwerker recht hebben op een uitzonderlijke steun van maximaal:

–             1.500 euro indien hij tussen 13 maart 2020 en 31 mei 2020 inkomsten van minder dan 775 euro heeft ontvangen;

–             1.000 euro indien hij in diezelfde periode inkomsten van minder dan 1.550 euro heeft ontvangen;

–             500 euro indien hij in diezelfde periode inkomsten van minder dan 3.100 euro heeft ontvangen.

 

De aanvraag zal online moeten worden ingediend op de website van Actiris, www.actiris.brussels, tussen eind juli en 16 augustus.

 

“Brussel is een dynamisch gewest rijk aan creativiteit en cultuur. De culturele sector is een motor voor de werkgelegenheid, en dus ook voor onze economie. Laten we ook niet vergeten wat het vertegenwoordigt in termen van nationale en internationale aantrekkelijkheid. Kunstenaars, technici, auteurs en beeldend kunstenaars hebben echter zwaar geleden onder deze crisis. In een tijd waarin de federale overheid worstelt om een antwoord te vinden voor de cultuurwerkers, aarzelt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen seconde. Met de toekenning van deze uitzonderlijke steun neemt de regering haar verantwoordelijkheid”, verklaart Rudi Vervoort, de Brusselse minister-president.

 

“Met deze eenmalige premie komen we tegemoet aan de nood van de vele Brusselse cultuurwerkers die door de steunmaatregelen om de gevolgen van de coronacrisis te verzachten, tot nog toe overal buiten de boot zijn gevallen. Het gaat om freelancers en occasionele individuele kunstenaars, musici, zangers, maar ook bijvoorbeeld hulpkrachten in de culturele sector die niet verbonden zijn aan een organisatie of instelling en die de voorbije maanden een aantoonbaar inkomensverlies hebben geleden, dat als dusdanig werd bevestigd door de paritaire comités van de cultuurwerkers. Zij vormen immers een onmisbaar deel van onze lekkere Brusselse culturele mayonnaise.“, verklaart Sven Gatz, de Brusselse minister van Begroting.

 

“Na een harde crisis kan de cultuursector beroep doen op een maatregel die er voor iedereen is, zowel de uitzendkrachten, als de werknemers en zelfstandigen. Hiervoor kon niet iedereen beroep doen op eerdere premies door administratieve rompslomp of statuten. Daarom willen we nu een breed publiek helpen, met een focus op de creativiteit los van statuut of taal. Deze premie voor organisaties is maar een deel van het volledige pakket steunmaatregelen dat we voorzien, daarbij schenken we prioritair aandacht aan de organisaties en cultuurwerkers in de meest precaire posities. Ook op lange termijn kunnen zij op onze steun rekenen. We willen ervoor zorgen dat de cultuursector opnieuw aan de slag kan en floreert zoals nooit tevoren,”bevestigt Pascal Smet, staatssecretaris van Europese en Internationale Betrekkingen en VGC-collegelid bevoegd voor.

Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt haar relance-en herontwikkelingsplan voor

planderelance20

Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt haar relance-en herontwikkelingsplan voor

persbericht

7 juli 2020

De Brusselse hoofdstedelijke regering heeft vandaag haar relance- en herontwikkelingsplan voorgesteld waarmee zij een antwoord wil bieden op de coronapandemie, die de maatschappij en het leven van de Brusselaars, het welzijns- en gezondheidssysteem en de economie flink door elkaar heeft geschud.

Een stuurcomité met alle ministeriële kabinetten, gecoördineerd door het kabinet van  Minister-President Rudi Vervoort, is al enkele weken bezig met de uitwerking van dat plan. Het moet een geleidelijke en veilige heropstart van alle activiteiten op korte, middellange en lange termijn mogelijk maken. Het is gebaseerd op een volledige diagnose van de sociaaleconomische, territoriale en ecologische situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tijdens en na de coronacrisis. 

De coronapandemie heeft de samenleving en het leven van de Brusselaar stevig door elkaar geschud. De Brusselse regering heeft daarom een relance- en herontwikkelingsplan klaar dat een antwoord moet bieden op de volgende vragen: 

 

  1. Hoe kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn verbintenissen met betrekking tot de economische, sociale en ecologische transitie verder uitvoeren?
  2. Hoe en volgens welk model kunnen we de optimale werking van het welzijns- en gezondheidssysteem garanderen?
  3. Hoe kan de ruimtelijke inrichting van het stadsgewest hertekend worden, rekening houdend met de verschillende stadsfuncties zoals mobiliteit, huisvesting, voorzieningen, economische activiteiten, groene ruimten en recreatie?

Om de bovenvermelde uitdagingen aan te pakken, gaat de Brusselse regering te werk in vier fasen, waarvan de eerste al bezig is. Zo heeft zij al bijna 500 miljoen euro uitgetrokken voor dringende steunmaatregelen om de personen en bedrijven die zwaar getroffen zijn door de crisis, rechtstreeks hulp te bieden.

Onlangs heeft de regering het licht op groen gezet voor de tweede fase, waarin op korte termijn maatregelen met directe uitwerking genomen worden voor personen en bedrijven die overheidssteun nodig hebben. Daarnaast komen er ook dringende maatregelen om de leefomgeving van de Brusselaars tijdens de zomer te verbeteren.  

In de laatste twee fases, die nog onderzocht worden, is het de bedoeling om zinvolle maatregelen te nemen ter ondersteuning van de koopkracht en van de activiteiten van de openbare en private sectoren teneinde de werkgelegenheid van de Brusselaars veilig te stellen. Daarnaast zijn ook herontwikkelingsmaatregelen gepland die erop gericht zijn de stedelijke ontwikkelings-, productie-, consumptie- en solidariteitsmodellen een nieuwe invulling te geven en zodoende veerkrachtiger te maken. Die relance- en herontwikkelingsmaatregelen worden na het overleg met – onder andere – de sociale partners nog verder verfijnd. Zij zullen, in voorkomend geval samen met andere maatregelen, deel uitmaken van het plan dat begin oktober samen met de begrotingsaanpassing moet worden ingediend.

Met dit plan versterkt de Brusselse regering de ambitie, die ze reeds vastgelegd had in haar algemene beleidsverklaring voor 2019-2024, om een strategie uit te tekenen waarmee zij de stad veerkrachtiger wil maken en een omschakeling van de economie wil bewerkstelligen.

Om een coherente aanpak te waarborgen, werd het plan geïntegreerd in de bestaande beleidsplannen, met name de strategie GO4Brussels 2030, het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), het Good Move-plan en het Lucht-, Klimaat- en Energieplan. 

Tot slot heeft ook de Europese Unie een reeks maatregelen genomen naar aanleiding van de coronapandemie. Er worden een herstelplan en een nieuw voorstel voor een financieel kader van de EU verwacht. De Brusselse regering zal haar plan laten aansluiten op de Europese initiatieven die bedoeld zijn om de lidstaten te ondersteunen (o.a. Next Generation EU, de Green Deal, …). Daarnaast zal zij ook een maximale complementariteit tussen het federale, het gewestelijke en het lokale niveau nastreven.

“Met dit plan bereiden we een eerste antwoord voor op de vele uitdagingen die Brussel en haar inwoners te wachten staan. De klemtoon ligt in de eerste plaats uiteraard op het sociale aspect. De huishoudens met de laagste inkomens zijn namelijk het grootste slachtoffer van de crisis. Maar we gaan nog een stap verder. Zo ondersteunen we de zwaarst getroffen economische sectoren, zoals het toerisme. De maatregelen moeten het Gewest eveneens voorbereiden op eventuele nieuwe crisissen. Zij moeten ons in staat stellen ons aan te passen aan de nieuwe gewoontes en ons dus veerkrachtiger maken. Het werk is nog niet af. We volgen de evolutie van de sociale, economische en gezondheidssituatie aandachtig op. Vandaag starten we ook met een overlegfase om ons denkwerk te onderbouwen met nuttige input”, aldus Brussels Minister-President Rudi Vervoort.

“Deze crisis heeft ons eens te meer laten voelen hoe belangrijk kwalitatieve openbare ruimte is. We hebben meer plaats gemaakt voor de Brusselaars, en hen zo laten proeven hoe Brussel meer een stad op mensenmaat kan zijn. Mensen ontdekten de fiets, ontdekten hoe fijn en gezond het kan zijn om vaker te wandelen in de stad. Deze zomer willen we hen met ´vakantie in Brussel’ nog meer laten genieten van de vrijgekomen ruimte. Het relanceplan ademt dan ook de  filosofie van good move uit, door de integratie van een aantal maatregelen die fietsen en wandelen stimuleren: betere voetpaden en fietsinfrastructuur, ruimte maken voor initiatieven voor en door Brusselaars, en investeringen in fietsparkings en Fietsleasing”, voegt minister voor Mobiliteit Elke Van den Brandt toe.

“De coronacrisis heeft aangetoond hoe dringend het is om de stad beter voor te bereiden, waardoor ze haar hele bevolking kan beschermen. Beschermen, maar ook iedereen de mogelijkheid bieden zijn/haar plaats hier te vinden. Door de groene overgang centraal te stellen in het herstelplan, kiest de regering resoluut voor een stad waarvan de ontwikkeling een antwoord biedt op de uitdagingen van het klimaat, de gezondheid en de levenskwaliteit, ongeacht de wijk waar we wonen. Door solidariteit als eerste voorwaarde voor de relance te stellen, in het bijzonder ten aanzien van ouderen en de meest kwetsbaren, wordt opnieuw bevestigd dat er zonder een solidaire overgang gewoon geen sprake kan zijn van een overgang”, zegt minister van Klimaattransitie en Leefmilieu Alain Maron.

“Het stemt me tevreden dat we er met een evenwichtig relanceplan in zijn geslaagd verstandig om te springen met de middelen. Op economisch vlak namen we goede maatregelen, bijvoorbeeld om de noodlijdende hotel- en toeristische sector efficiënt te ondersteunen en deze motor voor de hele stad opnieuw op gang te trekken. Maar ook de zwakkeren in de samenleving kunnen op een duwtje in de rug rekenen. Zo komt er een extra toelage in de kinderbijslag voor de laagste inkomens”, aldus minister voor Financiën en Begroting Sven Gatz.

De economische crisis die zich aankondigt, zou een einde moeten maken aan de jarenlange opeenvolgende daling van de werkloosheid in Brussel. In functie van de scenario’s zouden tot 30.000 nieuwe werkzoekenden zich bij Actiris kunnen inschrijven. De uitdaging die voor ons ligt, is aanzienlijk, en deze mensen moeten zo snel mogelijk weer aan het werk kunnen. Hoe? Door de kwaliteit van de begeleiding die Actiris verstrekt, te verbeteren. Door specifieke maatregelen uit te werken om hen te helpen bij hun zoektocht naar werk, maar ook door het opleidingsaanbod te versterken, voornamelijk in de sectoren met duurzame en kwaliteitsvolle jobs. Deze nieuwe werkzoekenden bevinden zich per definitie immers dicht bij de arbeidsmarkt. Een opleiding volgen zal hen de kans bieden om een bijkomende pijl aan hun boog toe te voegen om opnieuw de weg naar een job te vinden. Meer dan ooit zal de uitdaging erin bestaan het tewerkstellingspercentage van de Brusselaars te verhogen”, zegt minister van Werkgelegenheid Bernard Clerfayt.

Staatssecretaris bevoegd voor huisvesting en gelijke kansen, Nawal Ben Hamou: “Sinds het begin van de crisis ligt mijn prioriteit bij het beschermen van de meest kwetsbare inwoners van Brussel. Vandaag de dag zijn zij nog steeds de eersten die, zonder twijfel, het hardst lijden onder de negatieve gevolgen van de coronapandemie. Het relance- en herontwikkelingsbeleid dat zal worden uitgevoerd op het gebied van huisvesting, gelijke kansen en sociale cohesie zal daarom in de eerste plaats gericht zijn op de personen die het hardst door de crisis worden getroffen: gezinnen die wachten op een sociale woning, eenoudergezinnen en kinderen die het moeilijk hebben op school.”

 

Volgens Barbara Trachte, staatssecretaris van Economische Transitie: “Dit herstelplan consolideert en versterkt alle economische en sociale noodmaatregelen die de regering de afgelopen maanden heeft genomen om de Brusselse economie te ondersteunen. Ik denk bijvoorbeeld aan de “handelshuurmaatregel” die als heeft om liquiditeiten te creëren voor de huurders. Maar bovenal verankert dit plan het Gewest in de economische transitie door in te zetten op milieu- en solidariteitsmaatregelen. Het herlokaliseren van de productie, het mobiliseren van het burgerspaargeld, het renoveren van gebouwen, het ontwikkelen van groene ruimten, … daarin schuilt de uitdaging van een economie ten dienste van de mens en de levenskwaliteit”, aldus Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie.”

“De heropleving van de economie betekent ook dat de procedures voor stadsplanning moeten worden verbeterd. Onze prioriteit is het versnellen van de digitalisering van de vergunningsaanvragen. Een eerste versie van het portaal zal online worden gezet, met als doel het digitaliseren van de aanvragen die door urban.brussels worden verwerkt. Er zal een digitaal platform voor stedenbouwkundige informatie worden gecreëerd om het afleveren van de vergunning door de gemeenten te versnellen. Het vergroenen van de openbare ruimte, het creëren van ademruimte, is een prioriteit voor deze regering. Door te voorzien in de middelen om een bod te doen voor de aankoop van de Wiels-site en een groene ruimte aan de Materialenkaai aan te kopen, voegen we de daad bij het woord. Het herstel zal ook afhangen van het vermogen van onze bedrijven om te exporteren. We gaan Brussel verkopen, en de mensen in Brussel helpen te verkopen. Want de binnenlandse consumptie zal niet voldoende zijn om de Brusselse economie te doen herleven. We zullen daarom de individuele ondersteuning van zowel Brusselse bedrijven als buitenlandse investeerders versterken via hub.brussels. Er zal speciale aandacht worden besteed aan “nieuwe exporteurs”. Maar we moeten ook buitenlandse investeerders blijven aantrekken.  We zullen hen ondersteuning op maat bieden, van het voorontwerp tot de vestiging van hun project in Brussel”, aldus Pascal Smet, staatssecretaris voor Stedenbouw en Erfgoed, Buitenlandse Handel, Europese- en Internationale Betrekkingen.

De persdocumenten te downloaden.

De Brusselse regering creëert een noodhulpfonds voor de cultuursector die afhangt van de COCOF

fonds cocof culture

De Brusselse regering creëert een noodhulpfonds voor de cultuursector die afhangt van de COCOF

persbericht

3 juli 2020

De gezondheidscrisis die veroorzaakt is door de verspreiding van het coronavirus, heeft alle activiteitensectoren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hard getroffen. Een daarvan is de cultuursector, die een zware economische en sociale tol heeft betaald. Afgelaste en uitgestelde evenementen, activiteiten die stil lagen, enz. Het waren lange lockdownmaanden voor de structuren en werknemers in deze sector. Het is nog koffiedik kijken wat de versoepeling van de lockdown zal meebrengen, want de veiligheidsmaatregelen zijn nog steeds van kracht en er moet rekening gehouden worden met de angst bij het publiek om opnieuw culturele plaatsen te bezoeken.  

De regering van de Franstalige Brusselaars heeft allerlei steunmaatregelen genomen voor deze activiteitensector die essentieel is voor de tewerkstelling, maar ook voor de sociale, economische en toeristische aantrekkingskracht van het gewest.

Zo komt er een bijzonder fonds ter waarde van 1,2 miljoen euro voor de culturele spelers die afhangen van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF). Dat fonds kan hen onder bepaalde voorwaarden een bijzondere subsidie toekennen. Die bedraagt maximaal 4.000 euro en kan gebruikt worden om tot een bedrag van 2.000 euro allerlei kosten te dekken, die normaal betaald zouden worden met de inkomsten die door de crisis verloren zijn gegaan. De subsidie kan ook tot 2.000 euro kosten dekken die aangegaan werden om de activiteiten herop te starten of voort te zetten tijdens de lockdown. Daarmee kan tegemoet gekomen worden in de kosten om de gezondheid van de werknemers en deelnemers te beschermen.

Deze uitzonderlijke subsidie kan ook en vooral dienen om artistieke prestaties te bekostigen. Veel artiesten zijn namelijk zonder werk gevallen en hebben in de komende maanden maar weinig vooruitzicht op werk. Dit is dus het moment om de culturele verenigingen te steunen, zodat zij artistieke prestaties die door de lockdown afgezegd moesten worden, kunnen betalen of zodat zij nu de lockdown afgebouwd wordt, een beroep kunnen doen op de diensten van artiesten”, aldus Brussels Minister-President Rudi Vervoort, die in de COCOF bevoegd is voor cultuur. 

De culturele spelers krijgen twee weken tijd om een aanvraag in te dienen bij de diensten voor culturele en socioculturele aangelegenheden van de COCOF. Zij kunnen daarvoor gebruik maken van een vereenvoudigd formulier dat  beschikbaar is op de volgende website https://ccf.brussels/fonds-special-durgence-pour-les-operateurs-culturels-relevant-de-la-cocof/. De uitzonderlijke subsidie zal in de zomer worden uitbetaald.

Deze beslissing hangt samen met de maatregel om de verenigingen hun toegekende subsidies voor afgelaste of uitgestelde evenementen te laten behouden. Volgens Rudi Vervoort “is deze flexibele aanpak nodig om de organisaties te helpen in deze bijzondere tijden op een andere manier te zorgen voor cultuur, zonder dat de artistieke dienstverleners moeten inboeten aan middelen en zonder dat de banen in de sector op de helling komen te staan.“ De COCOF heeft deze beslissing verlengd tot 31 december 2020.

Ter herinnering: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest trekt ook 2.000 euro uitzonderlijke steun uit voor vzw’s in de Brusselse culturele en creatieve sector die geen middelen hebben gekregen uit de bijzondere fondsen van de Franse of Vlaamse Gemeenschap. Aanvragen kunnen tot 15 juli worden ingediend via de websitewww.premiecovid.brussels.  

Tot slot heeft de Brusselse regering beslist om een fonds van vijf miljoen euro aan te leggen voor de cultuurwerkers. Dat fonds krijgt momenteel operationeel vorm. Binnenkort zal het mogelijk zijn om online aanvragen in te dienen.

Rudi Vervoort herinnert aan het standpunt van de Brusselse Franstalige Regering over het dragen van levensbeschouwelijke symbolen in het hoger onderwijs en het tweedekansonderwijs

voile école

Rudi Vervoort herinnert aan het standpunt van de Brusselse Franstalige Regering over het dragen van levensbeschouwelijke symbolen in het hoger onderwijs en het tweedekansonderwijs

persbericht

25 juni 2020

Begin deze maand antwoordde het Grondwettelijk Hof op een prejudiciële vraag over de neutraliteit van het Franse gemeenschapsonderwijs. Naar aanleiding van het gevelde arrest, dat de mogelijkheid om het dragen van levensbeschouwelijke symbolen in het onderwijs te verbieden bekrachtigde, rezen er enkele nieuwe vragen. 

In dat verband herhaalt de Brusselse Minister-President, die in de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) bevoegd is voor het onderwijsbeleid, zijn standpunt over het dragen van religieuze symbolen in het hoger onderwijs. Hij verwijst naar wat daarover overeengekomen is in het meerderheidsakkoord:”Inclusief onderwijs is essentieel. Een onderwijsomgeving waar ieders overtuiging wordt gerespecteerd en waar iedereen zich vrij kan uiten, is van het allergrootste belang. Dat waarborgt niet enkel het welzijn, maar ook de gelijke toegang, slaagkansen en emancipatie van de studenten. Daarom heeft de Regering in haar meerderheidsakkoord bepaald dat zij het verbod op het dragen van levensbeschouwelijke symbolen voor de studenten in het hoger onderwijs en het tweedekansonderwijs wil opheffen. Dat blijft de ambitie. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof doet geen afbreuk aan de bepalingen van ons regeerakkoord,” aldus Minister-President Rudi Vervoort.

De Regering verdedigt een inclusieve visie op neutraliteit, die het recht op een vrije meningsuiting vooropstelt en de toegang tot onderwijs waarborgt. Vanaf het volgende schooljaar zal het dragen van levensbeschouwelijke symbolen dus reglementair toegestaan zijn in alle scholen van de COCOF die tweedekansonderwijs aanbieden en in de ESAC. Voor de Haute École Lucia de Brouckère heeft de COCOF dezelfde boodschap als bij de start van het vorige schooljaar in september 2019,namelijk de aanbeveling om zich welwillend tolerant op te stellen, zodat iedereen toegang heeft en in alle sereniteit kan studeren.

Covid-19: Culturele en creatieve sector zal vanaf 25 juni gewestelijke premie van 2.000 euro kunnen aanvragen

culture corona

Covid-19: Culturele en creatieve sector zal vanaf 25 juni gewestelijke premie van 2.000 euro kunnen aanvragen

persbericht

24 juni 2020

De premie van 2.000 euro voor de Brusselse culturele en creatieve sector kan vanaf 25 juni aangevraagd worden op de website www.primecovid.brussels. De Brusselse Regering keurde de premie in juni goed om een aanzienlijk deel van de Brusselse economie die zwaar getroffen werd sinds het begin van de gezondheidscrisis, te ondersteunen.

Cultuur is belangrijk voor de dynamiek van een stad. In het Brussels Gewest is er overigens cultuur in overvloed, wat tot talrijke voordelen leidt, zowel op sociaal als op economisch vlak. Cultuur draagt eveneens bij aan de internationale reputatie van Brussel en aan de verbetering van onze levenskwaliteit. Cultuur verbindt ons via musea, theaters, danszalen en openbare bibliotheken. Heden is de culturele en creatieve sector een van de sectoren die het zwaarst getroffen werden door de gezondheidscrisis Covid-19.

Om dit volledige onderdeel van de Brusselse activiteiten te ondersteunen, heeft de Brusselse Regering de voorwaarden voor de toekenning van de premie ter waarde van 2.000 euro bekrachtigd.

Aldus zal de premie toegankelijk zijn voor de structuren uit de Brusselse culturele en creatieve sector die georganiseerd zijn als ondernemingen zonder winstoogmerk. Ze zullen moeten beschikken over minstens één exploitatiezetel op het Brusselse grondgebied, maximaal 5 voltijdse krachten tewerkstellen en inkomstenverlies hebben geleden.

De organisaties mogen vóór maart 2020 overigens geen procedure tot faillissement of vereffening hebben opgestart. En de premie zal niet gecumuleerd kunnen worden met andere steun die door een ander machtsniveau werd toegekend. De premie is eenmalig en zal worden uitgekeerd op uitdrukkelijk verzoek van de organisatie aan Brussel Economie en Werkgelegenheid.

In het Brussels Gewest zouden 952 organisaties recht hebben op de premie voor een bedrag van 1,9 miljoen euro.

De structuren uit de culturele en creatieve sector kunnen de premie aanvragen via www.primecovid.brussels. Ze hebben een bankattest van de rekening van de onderneming nodig, alsook een foto van de bankkaart gekoppeld aan de zichtrekening van de onderneming, een recto-versofoto van de identiteitskaart van de ondertekenaar van de aanvraag en een verklaring op erewoord dat aan de toekenningsvoorwaarden werd voldaan.

“De actoren uit de culturele sector in brede zin mogen niet vergeten worden bij de toekenning van steunmaatregelen. Het Gewest staat klaar, naast de federale overheid en de gemeenschappen, om de structuren die geen enkele vorm van steun hebben genoten, te helpen. Deze premie van 2.000 euro geeft dus wat ademruimte aan de Brusselse culturele en creatieve sector. We zullen eveneens de professionals uit de sector die geen enkele steun hebben gekregen, bijstaan”, stelt Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Werk.

De Brusselse regering heeft het engagement uitgesproken om de structuren van de culturele en creatieve sector te steunen. En dat doen we ook. Deze sector draagt op evidente wijze bij tot het menselijk welzijn van de Brusselaars en meer dan ooit hebben we vandaag behoefte aan cultuur om deze crisis te boven te komen. Als we in een tijdsbestek van tien jaar naar voren willen treden als dé Europese cultuurhoofdstad en aanwezig willen blijven op de nationale en internationale scène, dan is het essentieel dat de Brusselse culturele en creatieve voedingsbodem gevrijwaard wordt. Door te voorzien in de financiële overleving van de organisaties waarborgen wij de culturele diversiteit en dynamiek van ons Gewest. Laten we de sociale afstand waartoe wij in deze periode gehouden zijn, compenseren met een intense sociale en creatieve toenadering tussen de mensen in ons Gewest.” stelt Minister-President Rudi Vervoort.

Minister van Financiën en Begroting Sven Gatz: “Nu de coronaregels weer versoepeld worden, helpen we met deze cultuurpremie een van onze meest getroffen sectoren in Brussel een nieuwe start te geven. Ons cultuurleven is immers voor al onze inwoners een onmisbaar deel van onze stad, met positieve effecten op andere sectoren als toerisme of horeca.”

“ Deze steun komt bovenop de reeds door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betaalde premies, die met name bestemd waren voor ondernemingen die actief zijn in de culturele en recreatieve sector. Deze steun is belangrijk omdat deze specifiek gericht is op de non-profitsector  in de culturele wereld die er grote behoefte aan hebben” legt Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie, uit.

“De cultuursector bezorgt onze stad een smoel waar ze tot ver in het buitenland jaloers op zijn. Dat moeten we blijven honoreren. Deze crisis treft de sector genadeloos hard. Deze premie voor organisaties is dan ook nog maar een deel van het volledige pakket steunmaatregelen dat we voorzien, daarbij schenken we prioritair aandacht aan de organisaties en cultuurwerkers in de meest precaire posities. Ook op lange termijn kunnen ze op onze steun rekenen. We willen ervoor zorgen dat de cultuursector opnieuw aan de slag kan en floreert zoals nooit tevoren,” vertelt Pascal Smet, staatssecretaris voor Erfgoed.