Het Brussels Gewest past zijn kader aan waardoor de ziekenhuizen makkelijker samen zullen kunnen werken

doctor-563428_1920

Het Brussels Gewest past zijn kader aan waardoor de ziekenhuizen makkelijker samen zullen kunnen werken

Persbericht

22 februari 2019

De Brusselse Regering is het gisteren op de Ministerraad eens geworden over een voorontwerp van ordonnantie om de wet op de OCMW’s te wijzigen. Dit moet het pad effenen voor nieuwe samenwerkingsvormen tussen de ziekenhuizen uit de openbare en de privé-sector. 

Aansluitend bij de federale hervorming van de ziekenhuisnetwerken bestaat het doel van dit voorontwerp erin een strategische visie voor het openbare zorgaanbod vast te leggen. Op die manier wordt de universele toegang tot de zorgen die in onze ziekenhuizen verstrekt worden, verzekerd. 

Aan de hand van deze tekst zullen de ziekenhuizen nauwer met elkaar samen kunnen werken, wat de kwaliteit van de zorgen in het Brussels Gewest ten goede zal komen. 

Minister Céline Fremault is opgetogen over deze stap vooruit: “Deze hervorming speelt in op de evolutie van onze maatschappij en de behoeften van de Brusselse bevolking op het vlak van gezondheidszorg. De stijgende levensverwachting, het aantal chronisch zieken dat gestaag toeneemt en de sociale ongelijkheid op het vlak van gezondheid zorgen voor een groeiende vraag naar gezondheidszorgen. Een betere samenwerking tussen alle ziekenhuizen, zowel de openbare als de associatieve, staat garant voor de deskundigheid van het medisch personeel en de optimalisering van de diensten die de patiënten geboden worden.”

Op dit moment is het moeilijk om samenwerkingen tussen openbare en private ziekenhuizen te organiseren. Het is niet meer van deze tijd om binnen elk ziekenhuis apart alle mogelijke zorgdiensten aan te bieden. De schaalvergroting die wordt bekomen door het vormen van ziekenhuisnetwerken met een duidelijke taakverdeling garandeert een kwalitatieve en betaalbare zorg voor alle Brusselaars” voegt Pascal Smet er nog aan toe.

Tot slot wijst Minister-President Rudi Vervoort erop dat het om een noodzakelijke hervorming gaat: “Het verheugt me dat er voor deze samenwerking een duidelijk wettelijk kader is geschapen, dat de bevestiging vormt van onze strategie inzake openbare gezondheid en één simpele doelstelling beoogt: ervoor zorgen dat alle Brusselaars, ongeacht hun sociale situatie, toegang hebben tot de beste artsen. Gezondheid is geen luxe.” 

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Opening van de loketten van FAMIRIS in het Brussels Gewest

famiris
Capture d’écran 2019-02-20 à 14.38.51

Opening van de loketten van FAMIRIS in het Brussels Gewest

persbericht

20 februari 2019

Op 1 januari 2020 zal het Brussels Gewest beschikken over een eigen kinderbijslagregeling. Deze komt ten goede aan 170.000 Brusselse gezinnen.

« Mijn Regering heeft gekozen voor een sociaal stelsel dat rekening houdt met de specifieke situatie van de Brusselse gezinnen. De Brusselse kinderbijslagregeling is een belangrijk instrument in de armoedebestrijding en zorgt rechtstreeks voor een grotere koopkracht van gezinnen die met weinig middelen moeten rondkomen » stelt Minister-President Rudi Vervoort.

Daarbij wordt een grote maatschappelijke rol toebedeeld aan het openbaar kinderbijslagfonds. Als openbare dienst moet dit erover waken dat elke burger zijn rechten kan laten gelden. Artikel 23 van de Belgische grondwet stelt duidelijk  « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden ». Het recht op kinderbijslag is een deel van dat menswaardig bestaan.

« In een maatschappij die wordt gekenmerkt door een snelle digitalisering van het beroeps- en privéleven zijn er nog steeds mensen die behoefte hebben aan persoonlijk contact. Dagelijks komen tot 700 gezinnen naar het loket. Daarom is het belangrijk dat we investeren in het individueel contact van bevolkingsgroepen die de digitale revolutie aan zich zien voorbijgaan », aldus nog Rudi Vervoort, de voorzitter van het Verenigd College.

Bij dit rechtstreeks onthaal kunnen veel mensen terecht voor hulp en informatie en om er door onze medewerkers begeleid te worden.

« Voor het nieuwe Brusselse kinderbijslagmodel hebben we bewust gekozen voor een gemengd stelsel van privéfondsen en een openbaar kinderbijslagfonds. Gezien de demografie van de Brusselse bevolking is het essentieel dat ook kwetsbare bevolkingsgroepen toegang blijven hebben tot het stelsel. Ook deze mensen moeten hun weg vinden in het nieuwe systeem. Daarbij moet een centraal contactpunt in de vorm van een openbaar fonds een cruciale rol spelen, » voegt Minister Guy Vanhengel hieraan toe.

« Na de start van Iriscare enkele maanden geleden toont Famiris opnieuw aan hoe efficiënt Brussel te werk gaat bij de overname van de bevoegdheden als gevolg van de zesde staatshervorming. De teams die deze nieuwe dienst aan de bevolking mogelijk maakten, verdienen wat mij betreft een pluim » aldus Minister Didier Gosuin.

Deze gezinnen hebben nood aan persoonlijk contact, een luisterend oor, iemand die ze helpt om de administratieve doolhof te doorgronden en die erop toeziet dat zij ondanks hun vaak complexe situatie de kinderbijslag ontvangen waarop zij recht hebben.

« Wij hebben niet overhaast gehandeld.  Na een akkoord over het model, bereidt de regering discreet maar efficiënt het beheer van de gezinsbijslagen  door het Gewest voor. Familiris zal een belangrijk werkinstrument zijn van deze voorziening.  Met dit contactpunt vermijden we effectief de digitale kloof en bieden we een essentieel menselijk contact binnen het beheer van deze materie die de gezinnen zorgen baart » heeft Pascal Smet verklaard, Minister van Bijstand aan personen.

Tenslotte, minister Céline Fremault : « Ons voornaamste doel binnen onze visie op de kinderbijslag is de ondersteuning van het ouderschap. Dit nieuwe model moest aansluiten op het gezinslandschap van de eenentwintigste eeuw en rekening houden met de kwetsbaarheid van vele Brusselse gezinnen, als je ziet dat één gezin op drie onder de armoededrempel blijft, dat er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen bijkomen, dat we meer grote gezinnen hebben dan in de andere gewesten, maar ook dat het aantal kinderen dat opgroeit in een eenoudergezin explosief toeneemt. Meer dan ooit moeten we de gezinnen steunen en ervoor zorgen dat zij over voldoende financiële middelen kunnen beschikken om in harmonie te kunnen leven. »

Meer info ?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Het Brussels Gewest trekt tussen 2019 en 2021 7.350.000 euro uit voor de strijd tegen schoolverzuim

Het Brussels Gewest trekt tussen 2019 en 2021 7.350.000 euro uit voor de strijd tegen schoolverzuim

persbericht

13 februari 2019

Schoolverzuim treft tal van jongeren en hun families. Bijna 15% van de Brusselse jongeren stopt met school zonder een diploma middelbaar onderwijs op zak. Daarenboven heeft 28% van de Brusselse leerlingen minstens twee jaar schoolachterstand opgelopen.

Om daar iets aan te doen, heeft het Brussels Gewest mechanismen ingevoerd waarmee het de scholen, gemeenten en verenigingen financieel ondersteunt om schoolverzuim te voorkomen, hulp te bieden aan leerlingen die afhaken op school of alles in het werk te stellen om jongeren met een onderbroken schooltraject terug te laten meedraaien”, aldus Minister-President Rudi Vervoort. Het beheer van al die programma’s is in handen van de schooldienst van perspective.brussels.

De scholen in alle Brusselse gemeenten krijgen tussen 2019 en 2021 via het programma voor de preventie van schoolverzuim (PSV) van de Brusselse Regering een subsidie van 5.852.609 euro om activiteiten te organiseren waarmee zij spijbelgedrag in de kiem moeten smoren. In totaal zijn er niet minder dan 384 projecten gepland. Het gaat om workshops, huiswerkklassen, toneelopvoeringen, muziekactiviteiten en bewustmakingsacties om geweld terug te dringen. De activiteiten moeten verplicht plaatsvinden op de school, buiten de schooluren.

Via het programma om kinderen en jongeren te begeleiden op school en burgerzin bij te brengen komt de Brusselse Regering de verenigingssector rechtstreeks tegemoet met een subsidie van 1.500.000 euro voor de periode 2019-2021. Maar liefst 58 verenigingen zullen van het Gewest middelen krijgen om projecten op touw te zetten die erop gericht zijn de jongere ondersteuning te bieden op school, zijn of haar persoonlijke ontplooiing te bevorderen, enzovoort. Het Gewest besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de meest achtergestelde doelgroepen en aan de participatie van de ouders.

Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten kunnen op termijn leiden tot sociale problemen en tot een moeizame integratie op de arbeidsmarkt. Het Gewest is niet specifiek bevoegd voor onderwijs, maar het is wel onze taak om deze kinderen op het pad naar succes te zetten. Ik maak daar een strijdpunt van,” benadrukt Rudi Vervoort.

Een overzicht van alle projecten die het Brussels Gewest op basis van de hierboven vermelde programma’s financiert, is terug te vinden op de websitewww.schoolinschakeling.brussels. Deze gewestelijke website moet uitgroeien tot een volwaardig kenniscentrum over de bestrijding van schoolverzuim. Hij bevat definities en indicatoren over schoolverzuim, maar ook een gegevensbank met relevante wetgevingen en studies. Op de website staat ook een locatiegebaseerde inventaris van de instanties die zich inzetten om schoolverzuim te voorkomen en van de projecten die steun krijgen van het Gewest. Het is de bedoeling om dit nieuwe gewestelijke instrument te laten evolueren. Zo zal het verder ontwikkeld worden in samenwerking met de 19 gemeenten, die het Gewest als bevoorrechte partners zullen bijstaan om het schoolverzuim te bestrijden. Ook de Gemeenschappen worden hierbij betrokken.

Meer info?
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)

Samenwerkingsakkoorden betreffende de financiering van de strategische spoorweginfrastructuren

48387355_10156754564776000_2689099090112806912_o

Samenwerkingsakkoorden betreffende de financiering van de strategische spoorweginfrastructuren

persbericht

21 december 2018

Naar aanleiding van een bilaterale vergadering die vanmorgen heeft plaatsgevonden tussen de kabinetten van Brussels Minister-President Rudi Vervoort, van de Brusselse Minister van Mobiliteit Pascal Smet en van de federale Minister van Mobiliteit François Bellot, heeft het Brussels Gewest de ondertekening bevestigd van de samenwerkingsakkoorden die het mogelijk maken om de infrastructuurwerken van het GEN evenals een aantal regionale prioriteiten op het grondgebied van de drie gewesten, te voltooien.
 
Bovenop het bedrag van 19 miljoen euro waarin het samenwerkingsakkoord voorziet, hebben het Brusselse Gewest en de federale overheid afgesproken om samen de toewijzing te bepalen van een bijkomende enveloppe van 10 miljoen euro waarin bijakte 13 van Beliris voorziet. Een eerste bilaterale vergadering zal reeds in januari plaatsvinden. Deze 29 miljoen zal dan ook prioritair geïnvesteerd worden in de verschillende Brusselse spoorweghaltes, waarbij de aandacht zal uitgaan naar de uitrusting voor het onthaal van de reizigers.
 
Voorts worden de gesprekken over tariefintegratie op constructieve wijze verdergezet en zal dit thema op 14 januari e.k. worden besproken op de vergadering van het Executief Comité van de Ministers van Mobiliteit.
 
De Ministers Vervoort, Smet en Bellot zijn verheugd dat de dialoog kon worden hersteld en dat de implementatie van deze samenwerkingsakkoorden op termijn zal kunnen zorgen voor een kwaliteitsvollere dienstverlening aan de gebruikers van het S-netwerk in het Brusselse Gewest.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Het Gewest blaast AEgidium nieuw leven in Sint-Gillis

48408250_10156752688876000_1308674151384350720_o

Het Gewest blaast AEgidium nieuw leven in Sint-Gillis

persbericht

20 december 2018

Het in 1906 ingehuldigde gebouw werd oorspronkelijk het Diamant Palace genoemd, een verwijzing naar de meer dan 5.000 lampjes die in alle ruimten waren aangebracht, met een globaal spectaculair effect tot gevolg. Het was een plek die niemand onverschillig liet. Na een aantal aanpassingen en de toevoeging van een aantal bijgebouwen werd het geheel in 1929 omgedoopt tot AEgidium. Het gebouw dat in 2006 beschermd werd, kende een bewogen geschiedenis, achtereenvolgens als feest- en evenementenzaal, Bank van Brussel, bibliotheek, ziekenfonds, vakbond, raadpleging voor zuigelingen enz. tot het complex uiteindelijk leeg kwam te staan.
 
Het Brussels Gewest heeft beslist om dit nu op te knappen na een lange staat van zo goed als volledig verval (behalve een deel op de benedenverdieping dat gebruikt werd als dagcentrum voor de derde leeftijd). Het gebouw heeft sterk geleden onder het gebrek aan onderhoud.
 
Het Aegidium is een uitgebreid complex van 4500 vierkante meter dat binnenin vrijwel het hele huizenblok in beslag neemt, een groot gedeelte over twee verdiepingen en met twee grote evenementenzalen. Qua omvang kan het complex worden vergeleken met dat van het Pathé Palace in het stadscentrum, dat dezelfde bloeiperiode kende en beschermd is.
 
Minister-president Rudi Vervoort licht toe: “Het AEgidium neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de gemeente Sint-Gillis en is verbonden aan meerdere theateropvoeringen en andere evenementen die een rol hebben gespeeld in het Brussels cultuurleven. Vanuit patrimoniaal oogpunt beschikt het over unieke en uitzonderlijke versieringen waarin meerdere stijlen met elkaar vermengd zijn, zoals dat in die periode gebruikelijk was. De voornaamste evenementenzaal van het complex beschikt over een Moorse inrichting die zeer uitzonderlijk is in België. De bedoeling was om het publiek in contact te brengen met exotische werelden in een tijd waarin reizen niet evident was”.
 
De subsidie van het Gewest moet in hoofdzaak dienen om de werken te financieren die verband houden met de gevel aan het Voorplein, de daken, de inkomgang, de wintertuin, de trappenhal, de Lodewijk XV zaal en de Moorse zaal.
 
Investeerders die in de herwaardering van dit soort plekken willen investeren, zijn zeldzaam, vooral wanneer het cultuurplaatsen betreft. Dat maakt van de gewestelijke steun (vrijwel 4 miljoen euro) een unieke gelegenheid om dit gebouw te restaureren.
 
« Zodra het complex gerestaureerd is, wordt het uiteraard opengesteld voor het publiek bij cultuur- en recreatieactiviteiten. Het publiek zelf heeft grote verwachtingen van het AEgidium.Dat mag blijken uit de Open Monumentendagen, toen het gebouw ruim 2.000 bezoekers over de vloer kreeg” aldus nog Rudi Vervoort.
 
Meer info ? 
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL) 
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Het CBR-gebouw staat definitief op de bewaarlijst

46854982_10156701853946000_3711656130988998656_o

Het CBR-gebouw staat definitief op de bewaarlijst

persbericht

28 november 2018

Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering het volledige gebouw van de vroegere hoofdzetel van de Cimenteries Belges Réunies (CBR) aan de Terhulpensesteenweg 185 in Watermaal-Bosvoorde en een deel van de omgeving opgenomen op de bewaarlijst.
 
Dit kantoorgebouw, ontworpen als een totaal kunstwerk, werd tussen 1968 en 1970 opgetrokken op basis van de plannen van de architecten Constantin Brodski en Marcel Lambrichs. Landschapsarchitect René Pechère kreeg de opdracht om de directe omgeving ervan in te richten.
Het CBR-gebouw is een van de meest esthetische en bekendste verwezenlijkingen in functionalistische stijl in het Brussels Gewest. Het gebruik van prefab-elementen en architectonisch beton vormde een perfect visitekaartje voor het grote Belgische cementbedrijf dat ze produceerde. Van bij de constructie viel het gebouw op door zijn zuivere concept.
 
De Regering koos ervoor om het goed op te nemen op de bewaarlijst, omdat deze procedure ruimte biedt om dit eigentijdse functionele gebouw op een soepelere manier te beheren. Het moet immers eenvoudig mogelijk zijn om de technische en de functionele inrichting, die niet bijzonder merkwaardig zijn en die steunen op een bepaalde gebruiksbestemming, te wijzigen.
 
Om het gebouw globaal te kunnen beheren, wordt het beschermd samen met het oorspronkelijke meubilair, dat een grote waarde heeft en integraal deel uitmaakt van het concept van het gebouw (meubels Florence Knoll, Jules Wabbes en aanpassingen door Constantin Brodski zelf).
 
Het is de bedoeling om het CBR-gebouw te blijven gebruiken als kantoorgebouw, verdeeld onder meerdere gebruikers. Er zijn al sommige werken uitgevoerd of nog bezig. Het gebouw is reeds deels in gebruik genomen.
 
De Directie Monumenten en Landschappen stelde veel eisen voor de restauratie van dit emblematische gebouw. De nieuwe eigenaars hebben zich daar vanuit een constructieve dialoog aan gehouden.
 
Minister-President Rudi Vervoort, die bevoegd is voor Monumenten en Landschappen, besluit als volgt: ”We moeten dit eigentijdse en modernistische erfgoed bestendigen, maar we mogen het niet verstarren. Het moet een toekomst hebben. De binnenkant van het gebouw moet afhankelijk van de bestaansbehoeften van de nieuwe gebruikers aangepast kunnen worden, waarbij de belangrijkste erfgoedkundige eigenschappen evenwel behouden blijven. Ook het als oorspronkelijk bestempelde meubilair wordt beschermd, net als de wezenlijke onderdelen van de oorspronkelijke inrichting en decoratie.”
 
Meer info ? 
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL) 
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)
 

Bewaringsprocedure voor de Mémé-site in Sint-Lambrechts-Woluwe

46353045_10156675034881000_1388422966697525248_o

Bewaringsprocedure voor de Mémé-site in Sint-Lambrechts-Woluwe

persbericht

16 november 2018

De ministerraad van het Brussels Gewest heeft op donderdag 15 november, op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort, beslist de procedure op te starten om het geheel van gebouwen, dat bekend staat als de Mémé-site en opgetrokken en ingericht werd door het Atelier Simone et Lucien Kroll in Sint-Lambrechts-Woluwe, op te nemen op de bewaarlijst.
 
De perimeter omvat het gebouw la Mémé, la Mairie, de school Chapelle-aux-Champs, het universiteitsrestaurant, het oecumenisch gebouw, het metrostation Alma en de Almawandeling, de patio en het klein restaurant, evenals de openbare ruimten van de campus van de Université Catholique de Louvain (UCL).
 
De Mémé-site, die tussen 1969 en 1976 ontworpen en ingericht werd, is een van de Belgische architecturale verwezenlijkingen die sinds de jaren ‘70 het meeste weerklank kreeg in de gespecialiseerde internationale pers. Het krijgt veel lof, omdat het uiting geeft aan de participatieve architectuur die een uitloper was van het studentenprotest van mei ‘68. Het vormt tevens een bijzonder geslaagd voorbeeld van de benadering die Lucien Krollhanteerde vanuit zijn engagement voor een architectuurproductie die steunt op een dynamische interactie met de gebruikers in plaats van op de bouwindustrie.
 
Het metrostation Alma, dat het eerste beschermde metrostation in Brussel wordt, vormt een uniek kunstwerk dat gedecoreerd werd door Simone Kroll, en is een organische constructie die een eerbetoon brengt aan de Catalaanse architect Antonio Gaudi.
 
Rudi Vervoort biedt de volgende toelichting: “Met het instellen van de procedure om de Mémé-site op te nemen op de bewaarlijst, toont de Brusselse Regering andermaal aan dat beschermen niet noodzakelijk gelijk staat met een stilstand inroepen. Deze maatregel laat namelijk ook ruimte om de Saint-Luc-ziekenhuizen tegen 2025 te herstructureren, met de bouw van de Instituts Roi Albert II (Centre de Cancer IRA II) et de Psychiatrie Intégrée.“
 
Het Gewest onderstreept de noodzaak om de site om praktische redenen die verband houden met de gebruiksbehoeften, op een aanpasbare wijze te kunnen beheren, maar tegelijk ook trouw te blijven aan de ideeën van de ontwerper die een flexibel, dynamisch en levendig complex voor ogen had.
 
De Minister-President besluit als volgt: “Ik wil de directie van de UCL en de universitaire ziekenhuizen Saint-Luc bedanken, omdat zij zich bewust zijn van de uitzonderlijke architecturale waarde van de site. In nauwe samenspraak met de gewestelijke instanties, de Directie Monumenten en Landschappen en de Directie Stedenbouw, hebben zij bijzonder veel inzet aan de dag gelegd om te komen tot een beschermingsmaatregel die een soepel beheer van de site mogelijk
 
Meer info ?
 
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Groen licht voor de renovatie van het Brusselse Beursgebouw

46456189_10156672890136000_8889019535919677440_o

Groen licht voor de renovatie van het Brusselse Beursgebouw

persbericht

15 november 2018

De Beurs geeft vorm aan en staat symbool voor het centrum van Brussel. Alle Brusselaars kennen dit gebouw uiteraard van zijn monumentale gevels, ontworpen door Léon-Pierre Suys, waar ze al wel eens voorbij gewandeld zijn. Weinigen hebben er zich echter al naar binnen gewaagd.
De Stad Brussel stelt als eigenaar voor om de gevels, het dak en de ornamenten in het Beursgebouw te restaureren en de aangrenzende archeologische siteBruxellae 1238 te renoveren. Het idee is om dit opmerkelijke gebouw opnieuw een publieke bestemming te geven en tegelijk respectvol om te gaan met het aanwezige erfgoed.
Een succesvolle publiek-private samenwerking tussen de Stad en de Federatie van Belgische Brouwers, met de steun van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het EFRO-fonds.
De Stad Brussel wil dit gebouw met grote symboolwaarde voor Brussel een tweede leven en een nieuwe invulling geven. Zij wil het gebouw openstellen voor alle Brusselaars door een prestigieuze doorgangsgalerij in te richten die toegang biedt tot tentoonstellingsruimten en tot de archeologische site Bruxellae 1238. Het publiek zal zich ook te goed kunnen doen in een restaurant en een brasserie met dakterras en voor een bierbeleving terecht kunnen in de Belgian Beer World, die de vroegere kantoren op de tweede en derde verdieping zal innemen.
Rudi Vervoort, Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en Philippe Close, burgemeester van de Stad Brussel, zijn zeer tevreden dat zopas de enige vergunning uitgereikt is om in dit iconische gebouw een cultureel, commercieel en toeristisch centrum in te richten.
Philippe Close laat volgende reactie optekenen: “Het is de bedoeling om deze mythische plaats opnieuw te laten toekomen aan de Brusselaars. Met de plannen om de Beurs van Brussel een nieuwe bestemming te geven, willen we in het hart van de stad een nieuwe galerij tot stand brengen. Die moet de Grote Markt verbinden met de Dansaertwijk. De monumentale middenbeuk van het bouwwerk zal opengesteld worden voor het grote publiek om op die manier een stedelijke continuïteit te creëren. Ik ben ook zeer verheugd dat er een goede samenwerking is met de architecten: Robbrecht en Daem – Baneton Garrino – Popoff, met de Directie Monumenten en Landschappen en met het gewestelijk bestuur Stedenbouw”, aldus dus nog de burgemeester.
Dit nieuwe initiatief biedt een échte toegevoegde waarde aan de aantrekkingskracht van ons Gewest. Niet alleen zal dit project in het hart van de stad rechtstreekse banen opleveren voor de Brusselaars. De nieuwe zeer originele bestemming van het Beursgebouw, dat een uitzonderlijke erfgoedkundige en toeristische trekpleister is, zal ook bevorderlijk zijn voor de uitstraling van heel onze hoofdstad en een niet te verwaarlozen troef voor het toerisme vormen. Daar ben ik van overtuigd”, zo concludeert Rudi Vervoort.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Informatisering van de plaatselijke besturen weldra op de rails

45754092_10156659729176000_7761535821231947776_o

Informatisering van de plaatselijke besturen weldra op de rails

persbericht

9 november 2018

In juni 2017 verklaarde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op initiatief van Rudi Vervoort en Bianca Debaets dat het nodig was een gewestelijke informaticastrategie te ontwikkelen voor de gemeenten en OCMW’s om hun werk te vergemakkelijken en de burgers een betere dienstverlening te kunnen bieden.
Vastberaden om de gemeenten de nodige steun te verlenen, hebben Minister-President Rudi Vervoort, die bevoegd is voor de Plaatselijke Besturen, en de Staatssecretaris bevoegd voor Informatica, Bianca Debaets, beslist de analyse voort te zetten van het informaticalandschap van de Plaatselijke Besturen.
Dit werk omvat een studie die nauwgezet de materiële en budgettaire pistes definieert met het oog op de vernieuwing van de informatica-uitrusting van de gemeenten en OCMW’s. De modernisering van de informatica bij de gemeentelijke administraties en OCMW’s van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een operatie die van essentieel belang is voor de toekomst van het Gewest.
Volgens de planning die de Regering opgesteld heeft, zal de studie eind 2019, begin 2020 afgerond worden.
In 2020 zullen de gemeenten en het CIBG een gezamenlijke offerteaanvraag lanceren om zo te kunnen genieten van een schaalvoordeel dat onmisbaar is bij dit soort opdracht voor diensten.
“Onze ambitie is dat gemeenten en OCMW’s aan de Brusselaar performante IT-diensten kunnen aanbieden. Onze aanpak biedt hiervoor de nodige schaalvoordelen en ik kijk dan ook uit naar een vruchtbare samenwerking met de lokale besturen,” stelt Bianca Debaets, Brussels Staatssecretaris voor Digitale Transformatie.
Het project zal geen succes kennen als een meerderheid van de gemeenten er niet aan deelneemt. Er werd een brief verstuurd naar de burgemeesters, OCMW-voorzitters en schepenen bevoegd voor Informatica. Ik zou graag willen dat een meerderheid zich aansluit bij deze dynamiek die enkel maar voor een positieve evolutie en moderniteit voor de Brusselaars kan zorgen“, voegt Minister-President Rudi Vervoort daaraan toe.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)

Modernisering van begraafplaatsen en lijkbezorging in het Brussels Gewest

45742639_10156659898726000_2234105789671276544_o

Modernisering van begraafplaatsen en lijkbezorging in het Brussels Gewest

persbericht

9 november 2018

Vandaag vrijdag 9 november 2018 heeft het Parlement op initiatief van Minister-President Rudi Vervoort een ontwerpordonnantie gestemd met het oog op de modernisering van de begraafplaatsen en van de lijkbezorging.
« Over deze ordonnantie die op heel wat punten vernieuwing brengt, bestaat een brede consensus in het parlement omdat ze beantwoordt aan de legitieme verwachtingen van de Brusselse bevolking die steeds vaker kiest voor crematie in plaats van teraardebestelling. Ze introduceert nieuwe begrafenisvormen en richt zich op de toenemende belangstelling voor soorten begraafplaatsen die dichter bij de natuur staan dan de traditionele begraafplaatsen » aldus Rudi Vervoort.
Enkele van de nieuwe elementen :
1. Alle begraafplaatsen moeten een multiconfessioneel perceel krijgen voor de beoefening van de funeraire riten van erkende religieuze en filosofische overtuigingen .
De algemene toepassing van dit beginsel is vandaag noodzakelijk omdat de kinderen van de inwijkelingen van de eerste generatie vaker dan hun ouders begraven wensen te worden in het land waar ze als volwaardige burgers zijn geboren.
Deze percelen moeten deel uitmaken van de begraafplaats en niet materieel afgescheiden zijn van de overige delen van de begraafplaats.
2. Er wordt gestreefd naar de inrichting van ruimten voorbehouden voor neutrale uitvaartplechtigheden.
3. De Regering kan nieuwe vormen van lijkbezorging toestaan. Daarbij wordt onder meer gedacht aan humusatie en aquamatie.
– Humusatie is een gecontroleerd proces van lichaamstransformatie door micro-organismen in plantaardige compost die dode lichamen verandert in humus.
– Aquamatie is een proces van « watercrematie » dat vandaag al bestaat in Canada, waarbij het ontbindingsproces van stoffelijke resten wordt versneld door ze in water verwarmd tot 96 ° C te plaatsen, met toevoeging van natrium en kalium.
Deze nieuwe vormen van lijkbezorging zijn ecologisch en economisch verantwoord maar moeten aan verder technisch onderzoek onderworpen worden, ook al opent de ordonnantie vandaag reeds de deur naar een toepassing hiervan.
Minister-President Rudi Vervoort verduidelijkt : “Ik heb de Vlaamse en Waalse bevoegde Ministers hierover persoonlijk aangeschreven om samenwerking voor te stellen over de gewestgrenzen heen voor alle technische en juridische aspecten die aan deze nieuwe procedés verbonden zijn.
4. De teraardebestelling in een ander lijkomhulsel dan de traditionele kist is voortaan toegestaan. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan lijkwaden en kartonnen kisten.
Hiermee komen we tegemoet aan de innigste wensen van de bevolking en de oplossingen zijn minder duur en ecologisch verantwoord.
5. De gemeenten kunnen ook zones afbakenen elders dan op de begraafplaats om de as van gecremeerde stoffelijke resten uit te strooien, ook hier met het opzet om dichter bij de natuur te komen.
 
Meer info ?
Jo DE WITTE Woordvoerder (NL)
Lidia GERVASI Woordvoerder (FR)