De Brusselse regering wijzigt het ontwerp van RPA Mediapark ingrijpend na openbaar onderzoek, zonder af te stappen van het oorspronkelijke doel

mediapark21 copie

De Brusselse regering wijzigt het ontwerp van RPA Mediapark ingrijpend na openbaar onderzoek, zonder af te stappen van het oorspronkelijke doel: een ambitieuze, rechtvaardige en kwaliteitsvolle stedelijke ontwikkeling

persbericht

21 juni 2021

Op 17 juni 2021 keurde de Brusselse regering de wijzigingen goed die naar aanleiding van het openbaar onderzoek van 2019 en de adviezen van de geraadpleegde instanties en gemeenten aan het ontwerp van richtplan van aanleg Mediapark moeten worden aangebracht. De bijsturing van het plan steunt op twee grote principes: een groter gedeelte voorbehouden voor openbare ruimten en de bouwdichtheid verminderen – zowel qua hoogte als qua dichtheid. Eind dit jaar zal over het bijgewerkte ontwerp een nieuw openbaar onderzoek plaatsvinden.

In 2017 ondertekende het Brussels Gewest de akten om de terreinen van de VRT en de RTBF aan de Reyerslaan aan te kopen. Het stadsproject “mediapark.brussels”, dat door perspective.brussels in goede banen wordt geleid, is erop gericht de site van de openbare televisieomroepen om te vormen tot een gemengde wijk waarin media-activiteiten centraal staan. Er werd vertrokken vanuit de ambitie om deze stedelijke enclave open te trekken naar de stad en de wijk een nieuwe invulling te geven met een omvangrijk openbaar park, betaalbare woningen en buurtvoorzieningen en -winkels.

Op de eerste goedkeuring van het ontwerp van RPA Mediapark in het voorjaar van 2019 volgde een openbaar onderzoek. Dat leverde zo’n 400 reacties op, zowel van adviesorganen als van de gemeenten, omwonenden en verenigingen, zoals de Brusselse Raad voor het Leefmilieu (BRAL), Inter-Environnement Bruxelles en het buurtcomité Mediapark.

De Brusselse regering stelt de oorspronkelijke doelstellingen van het ontwerp na de participatiefase met het openbaar onderzoek niet in vraag, maar stelt wel een doortastende aanpassing voor.

Bijna 50% van de site wordt bestemd voor openbare ruimten en aanleg van een nieuw open stadspark

In het RPA dat na de eerste lezing aan een openbaar onderzoek werd onderworpen, was al 40% van de 20 hectare van de Reyerssite, ofwel 8 hectare, voorbehouden voor openbare ruimten. Als gevolg van de nieuwe regeringsbeslissing wordt het oorspronkelijke park van meer dan 8 ha met nog eens 1,5 ha vergroot door drie zuidoostelijk gelegen bouwzones op het plan te schrappen en het bestaande bosgebied meer te vrijwaren.

Toegankelijke woningen 

Naast de uitbreiding van de oppervlakte voor het stadspark verlaagde de regering haar oorspronkelijke streefdoel om ongeveer 2.000 woningen te bouwen tot ongeveer 1.600 (met 38% of iets meer dan 600 woningen met sociaal oogmerk) om de milieu-impact van het project te beperken. Daardoor vermindert de bouwdichtheid met 43.000 m² (door het schrappen van de bouwblokken I, J en K en het verlagen van bepaalde bouwhoogten). Door de maximale toegestane hoogte in bepaalde bouwzones op het plan te verlagen, kunnen de nieuwe gebouwen beter in de bestaande wijk worden geïntegreerd. De gebouwen aan de Kolonel Bourgstraat zullen de vierde gevel van het park vormen.

Uitbreiding van het stadspark, royaler en groener.
Synthetische axonometrie

Van theorie in de praktijk: hoe gaat de nieuwe wijk van het Weststation eruit zien? De regering keurt het RPA Weststation in tweede lezing goed

gare de louest

Van theorie in de praktijk: hoe gaat de nieuwe wijk van het Weststation eruit zien? De regering keurt het RPA Weststation in tweede lezing goed

persbericht

11 juni 2021

Na de burgers via een openbaar onderzoek te hebben geraadpleegd en het advies van de bevoegde instanties te hebben ingewonnen, keurde de Brusselse regering op voorstel van minister-president Rudi Vervoort op donderdag 3 juni het richtplan van aanleg voor het gebied rond het Weststation in Sint-Jans-Molenbeek (het RPA “Weststation”) in tweede lezing goed. Het Gewest verduidelijkt in deze fase wat zijn intenties zijn. Hierna komt er nog een derde en laatste lezing door de regering, waarbij rekening zal worden gehouden met het verwachte advies van de Raad van State over het ontwerp.  

De context

Het braakliggende terrein rond het Weststation, waarover de spoorweg loopt die de gemeente Sint-Jans-Molenbeek in twee deelt, is een omvangrijke site van 13 hectare en strekt zich uit over ongeveer een kilometer. Dit gebied van gewestelijk belang (GGB) vormt de verbinding tussen twee delen van Sint-Jans-Molenbeek: het dichtbebouwde oosten met oude gebouwen en het westen dat recenter ontwikkeld werd.

Dit voormalige goederenstation, dat uitzonderlijk goed bereikbaar is met het openbaar vervoer (metro, tram, bus en trein) en dat vandaag eigendom is van Infrabel, de NMBS en het Brussels Gewest, biedt een uniek ontwikkelingspotentieel. Het ontwerp van RPA, dat onder leiding van perspective.brussels door Taktyk (landschap) / Alive Architecture (beheer van de overgang) / 51N4E (architectuur) werd uitgewerkt, maakt deel uit van de ambitieuze territoriale strategie van het Gewest voor de herontwikkeling van deze site.

De site snel weer openstellen voor het publiek door tal van openbare actoren gecoördineerd te laten optreden

 

Naast het ontwerp van RPA maakt het Gewest gebruik van verschillende instrumenten voor stadsvernieuwing om de site beetje bij beetje invulling te geven. Het werkt daarvoor samen met de betrokken federale en gewestelijke instanties en met de gemeente Sint-Jans-Molenbeek (stadsvernieuwingscontract nr. 3, twee wijkcontracten). Zo ging naast het metrostation Weststation het project MolenWest van start, waarvoor de handen in elkaar werden geslagen met de buurtverenigingen. Daarnaast staan er ook nog enkele andere projecten voor de aanleg van openbare en groene ruimten op stapel.

Die projecten zijn mogelijk dankzij de afspraken die het Gewest met de twee eigenaars van de site, namelijk Infrabel en de NMBS, heeft gemaakt. Met Infrabel werden al enkele jaren geleden afspraken gemaakt en eind maart 2021 ondertekende citydev.brussels, de gewestelijke instelling die het stadsproject voor het Weststation namens het Gewest in goede banen leidt, ook een protocolakkoord of Memorandum of Understanding (MOU) met de NMBS. Dat akkoord effent het pad om te onderhandelen over de opzet van een vastgoedproject dat erop gericht moet zijn op een deel van de site een gemengd programma (met woningen, economische activiteiten, voorzieningen en handelszaken) uit te voeren. Het biedt het Gewest eveneens het noodzakelijke grondbeheer om het park van het Weststation, een belangrijk project dat kadert in stadsvernieuwingscontract nr. 3, te ontwikkelen.

De NMBS vindt het essentieel om constructief samen te werken met de plaatselijke en gewestelijke instanties, zodat gestalte kan worden gegeven aan stationsomgevingen met functies die de modal shift naar de trein bevorderen. Via haar toewijzingsbeleid van gronden, wil de NMBS het gebruik van de trein stimuleren, maar tegelijk ook de ontwikkeling, modernisering en opwaardering van stadscentra faciliteren.

Verder zal de samenwerking tussen de NMBS en citydev.brussels in lijn met de strategische aanbevelingen van het RPA al snel leiden tot de opstart van tijdelijke overgangsprojecten. De gemeente en Leefmilieu Brussel zullen daarbij als partners worden betrokken. Dat moet het mogelijk maken om de

site zo snel mogelijk nieuw leven in te blazen door hem toegankelijk te maken voor de bewoners.

Dit grote ontwikkelingsproject toont op een zeer concrete manier hoe tal van openbare actoren in dit gebied onder impuls van het RPA en de programma’s voor stadsvernieuwing zich inzetten en samenwerken. Ik ben ook zeer tevreden met het veelbelovende akkoord met onder meer de NMBS, dat het mogelijk moet maken om een belangrijke doelstelling te verwezenlijken, namelijk het grootstedelijke potentieel van dit uitzonderlijke mobiliteitsknooppunt dat het gebied rond het Weststation is, verzoenen met de dringende behoefte van de wijk en het Gewest aan voorzieningen, jobs, woningen en groene ruimten. Het RPA vat de uitdagingen voor de site treffend samen”, aldus minister-president Rudi Vervoort.

Het is voor de gemeente schitterend nieuws dat er in dit dossier vooruitgang wordt geboekt. Dit zal rechtstreekse en concrete gevolgen hebben voor het leven van de Molenbekenaren. De nieuwe geplande infrastructuur zal hun levenskwaliteit verbeteren. Het programma omvat bovendien een zeer groot percentage openbare woningen. Dat vind ik in de huidige wooncrisis die we doormaken, bijzonder belangrijk. Tot slot ben ik zeer blij dat het recreatief waterpark dat wij hadden voorgesteld, mee opgenomen is! Gezinnen zullen er terecht kunnen om zich te ontspannen en zich te verpozen. Ik ben dus een gelukkige burgemeester en ik wil onze minister-president, Rudi Vervoort, nogmaals bedanken voor dit resultaat”, aldus Catherine Moureaux, burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek.

Voor citydev.brussels kwam het er in de eerste plaats op aan om het partnerschap met de NMBS vorm te geven, zodat een concrete, snelle en daadwerkelijke ontwikkeling van dit gebied dat al veel te lang een stedelijke breuklijn vormt, mogelijk kan worden gemaakt. Op grond van dat partnerschap is met Leefmilieu Brussel al een eerste samenwerking aangegaan om het park te activeren”, laat Benjamin Cadranel, algemeen bestuurder van citydev.brussels, weten.

”NMBS is verheugd via haar dicht bij het Weststation gelegen gronden, bij te kunnen dragen aan het inbrengen van een nieuwe dynamiek in een zone met een hoog ontwikkelingspotentieel in het Brussels Gewest. Via haar toewijzingsbeleid van gronden wil NMBS uiteraard op de eerste plaats het gebruik van de trein stimuleren maar tegelijk neemt ze deel aan de ontwikkeling en aan het valoriseren van stedelijke centra, conform haar sociale doelstelling. De NMBS pleit er in haar visie om van stations levendige locaties te maken die in hun omgeving zijn verankerd, namelijk voor om stationsbuurten te verdichten en uit te rusten met een mix van functies, waardoor er een hele dag lang bedrijvigheid is en zij bruisen van het leven. De constructieve samenwerking met citydev.brussels moet het mogelijk maken om op korte termijn de eerste tijdelijke overgangsprojecten op te starten. Dat is een belangrijk signaal voor de wijk”, klinkt het uit de mond van Patrice Couchard, algemeen directeur Stations van de NMBS.

De ingebruikname van de Infrabel Academy, het nationale opleidingscentrum voor de spoorwegberoepen, begin 2021 is een ijkpunt in dit grote project om de site geleidelijk open te stellen voor de Brusselaars.

Ook Beliris draagt zijn steentje bij tot de convergerende samenwerkingsverbanden door onder meer enkele belangrijke mobiliteitsprojecten te financieren, zoals de nieuwe voetgangersbrug Beekkant die de bestaande voetgangersbrug, momenteel de enige manier om de site van oost naar west over te steken, moet vervangen en de “cyclostrade” langs spoorlijn L28, de geplande snelle fietsverbinding tussen de Noordwijk en het metrostation Jacques Brel (Anderlecht) die over de site van het Weststation zal lopen.

Dat is het dynamische kader waarin het ontwerp van RPA voor het Weststation past. De voornaamste doelstellingen die het naar voren schuift, zijn de site open te stellen voor de omliggende wijken en de grootstad, er oversteekplaatsen voor zachte weggebruikers aan te leggen, (90.000 m²) nieuwe gebouwen op te trekken met 50% woningen, waarvan het merendeel openbare woningen zullen zijn, plaats te voorzien voor productieactiviteiten, handelszaken en voorzieningen, waaronder een grote grootstedelijke voorziening, en kwaliteitsvolle groene ruimten in te richten die toegankelijk zijn voor de bewoners, met een park van minstens 3 hectare.

Met dit stadsproject streven we ernaar om het braakliggende terrein rond het Weststation een kwaliteitsvolle gedaanteverandering te laten ondergaan. Een uitgebreid netwerk van parken, voetgangersbruggen en wandel- en fietspaden zal het doen aansluiten op de omliggende wijken. Op het zuidoostelijke deel van de site komen nieuwe gebouwen die bestemd zullen worden voor huisvesting, openbare voorzieningen en economische activiteiten, terwijl het noordwestelijke deel voorbehouden zal worden voor de ontwikkeling van biodiversiteit”, aldus Antoine de Borman, directeur-generaal van perspective.brussels.

Ten oosten van het braakliggende terrein rond het Weststation wordt momenteel werk gemaakt van een herwaardering van het huizenblok dat zich vlak naast de brouwerij Vandenheuvel bevindt. Het Gewest doet daaraan mee via het project “GO West”, dat ontwikkeld wordt door citydev.brussels,  waardoor de wijk een nieuw kinderdagverblijf en een bijkomend aanbod van geconventioneerde woningen zal krijgen.

Tot slot zullen de inspanningen die het Gewest levert voor de stadsvernieuwing van dit gebied, verder worden aangevuld dankzij de aankoop en de verbouwing van de vroegere, in dezelfde wijk gelegen hoofdzetel van het bedrijf Delhaize (nu LionCity) door citydev.brussels. Het is de bedoeling om daar een gemengd stedelijk programma met voorzieningen, openbare woningen, productieactiviteiten, winkels, waaronder een nieuwe Delhaize-supermarkt, en groene ruimten tot stand te brengen. En voor zij die de wijk een beetje kennen: citydev.brussels heeft een tijdelijke gebruiksplaats geboden aan de Espace Catastrophe, een Brussels circuscentrum dat sinds kort op het terrein van de voormalige drukkerij van Delhaize is gevestigd.

Samenkomst van de Gewestelijke Veiligheidsraad en het opheffen van de algemene mondmaskerverplichting in de openbare ruimte

bruxelles en vacances

Samenkomst van de Gewestelijke Veiligheidsraad en het opheffen van de algemene mondmaskerverplichting

persbericht

7 juni 2021

Brussels minister-president Rudi Vervoort heeft vandaag de Gewestelijke Veiligheidsraad* laten bijeenkomen om de gemeentelijke en lokale instanties in te lichten over de beslissingen die vorige week vrijdag door het Overlegcomité zijn genomen. Daarbij werd er ook gesproken over het al dan niet behouden van de specifieke Brusselse maatregelen zoals het verplicht dragen van een mondmasker in de openbare ruimte en het verbod op alcoholconsumptie tussen 22:00 en 05:00.

Op basis van een analyse van de epidemiologische situatie die aan het verbeteren is en de lopende vaccinatiecampagne heeft minister-president Rudi Vervoort samen met de 19 Brusselse burgemeesters en de actoren van de Gewestelijke Veiligheidsraad beslist om de algemene mondmaskerverplichting in de openbare ruimte op te heffen. De Brusselse burgemeesters zullen elk voor hun gemeenten de zones aangeven waarbij het dragen van een mondmasker wél nog verplicht is overeenkomstig het federaal ministerieel besluit. Volgens deze bepaling geldt dit voor drukke plaatsen waarbij een veilige afstand bewaren niet mogelijk is. Daarnaast wordt ook het verbod op alcoholconsumptie tussen 22:00 en 05:00 opgeheven in het gewest.

Deze maatregelen gaan in vanaf woensdag 9 juni.

Hierbij is het belangrijk ter herinnering te brengen dat de maatregel van de Minister van Binnenlandse Zaken betreffende het dragen van een mondmasker van toepassing blijft. Daarnaast rekenen de Minister-President en de lokale overheden op de verantwoordelijkheidszin van de inwoners van het Brussels Gewest om hun mondmasker te blijven dragen indien de afstandsregel van 1,5 meter niet bewaard kan worden.

*Deze raad die voorgezeten wordt door de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is samengesteld uit de Procureur des Konings van Brussel, de voorzitters van de politiecolleges, de Bestuurlijk Directeur-coördinator, de Gerechtelijke Directeur en de Korpschefs van de zes lokale politiezones die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn gevestigd. De samenstelling ervan wordt uitgebreid met de burgemeesters van alle 19 Brusselse gemeenten en de Hoge Ambtenaar.

Een nieuwe steunpremie en vrijstelling voor de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder

taxi lvc

Een nieuwe steunpremie en vrijstelling voor de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder

persbericht

10 juni 2021

Op voorstel van  Minister-President Rudi Vervoort heeft de Brusselse regering vandaag een nieuwe steunpremie goedgekeurd voor de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder (VVB), die zeer hard getroffen zijn door de gezondheidscrisis. Daarnaast werd eveneens op voorstel van Minister Sven Gatz een ontwerp van ordonnantie inzake de opheffing van de belasting op de exploitatie voor beide sectoren goedgekeurd.

  1. Steunpremie

Na een eerste premie van 3.000 euro in april 2020 en een tweede van hetzelfde bedrag in december 2020, is deze derde premie van 3.000 euro een nieuwe steunmaatregel voor de sector van het bezoldigd personenvervoer die het door de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, bijzonder moeilijk heeft.

Ondanks de geleidelijke versoepelingen die sinds mei door de federale en de gewestelijke overheid zijn doorgevoerd, blijft deze sector nog steeds zwaar lijden onder de beperkingen voor culturele, sociale en feestevenementen en de sterke terugval van het zaken- en vrijetijdstoerisme. Daarom besliste de Brusselse regering om de betrokken exploitanten noodsteun te verstrekken in de vorm van een eenmalige premie om de economische en sociale schade te beperken en om een systematisch faillissement van deze sector, die opdrachten van openbaar nut vervult, te vermijden.

Deze nieuwe forfaitaire premie van 3 000 euro, is gebaseerd op dezelfde voorwaarden als de twee vorige premies.

Brussel Mobiliteit (BM) en Brussel Economie en Werkgelegenheid (BEW) zullen de betaling van de premie beheren en de voorwaarden onderzoeken. BM zal de premieaanvragen ontvangen en nagaan of de exploitant in aanmerking komt en zal de premie uitbetalen.   

De begunstigden die reeds een premie ontvangen hebben op grond van het besluit « Tetra Ter » zullen van deze premie worden uitgesloten.  

Het ontwerpbesluit werd in de maand mei reeds in eerste lezing goedgekeurd door de regering. Voordat zij in werking kon treden, moet eerst nog een advies worden ingewonnen worden bij Brupartners en de Raad van State. Die adviezen werden ondertussen afgeleverd en waren gunstig.

Minister-president Rudi Vervoort: “Ondanks de geleidelijke lockdownexit die vanaf mei is ingezet, blijft de sector van het bezoldigd personenvervoer zwaar lijden onder de sterke terugval van het zaken- en vrijetijdstoerisme. Daarom blijven we de chauffeurs steunen en we willen deze premie snel operationeel maken om een beetje zuurstof te kunnen geven aan deze sector die van essentieel belang is voor de bescherming van de belangen van ons gewest en de behoeften van de bevolking.

  1. Vrijstelling van de belasting op exploitatie

Reeds vorig jaar heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering deze beroepssector vrijgesteld van de belasting op de exploitatie van een taxidienst of van een voertuig met chauffeur voor het belastingjaar 2020.  

De verlenging van deze maatregel is nodig om de betrokken sector te blijven ondersteunen als gevolg van de gezondheidscrisis van COVID-19. De exploitanten van taxidiensten en van diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur moeten dus de belastingen niet betalen voor het belastingjaar 2021. De bedragen die reeds werden betaald in het kader van het lopende belastingjaar zullen worden terugbetaald.

De minister van begroting zal het voorontwerp van ordonnantie voor advies voorleggen aan Brupartners en de Raad van State.

Minister Sven Gatz: “De Covidcrisis heeft erg zwaar ingehakt op de exploitanten van taxidiensten en de exploitanten van limousines. Nieuwe ondersteunende maatregelen zijn voor hen zeer welkom. Daarom hebben we, net zoals vorig jaar, beslist hen ook voor het belastingjaar 2021 vrij te stellen van deze belasting.”

Het stadsproject ‘Defensie’: de Brusselse Regering neemt akte van de grote lijnen van het project

projetdefense

Het stadsproject ‘Defensie’: de Brusselse Regering neemt akte van de grote lijnen van het project

persbericht

25 mei 2021

Gezien de ligging en de omvang van de Defensie-site (het voormalige NAVO-terrein) is de inrichting van grootstedelijk en gewestoverschrijdend belang. De site beslaat 90 hectare langs de Leopold-III laan op het grondgebied van het Brussels Gewest (gemeenten Evere en Brussel) én van het Vlaams Gewest (gemeente Zaventem). Een derde van de site werd reeds in mei 2017 vrijgemaakt omwille van de verhuizing van de NAVO-activiteiten. De rest van de gebouwen huisvest het bilateraal samenwerkingsprogramma “Partnerschap voor vrede” en het huidige hoofdkwartier van Defensie. Momenteel wordt voor deze strategische site een stadsproject uitgewerkt.

Op basis van een akkoord tussen het Brussels en het Vlaams Gewest is een vernieuwende en exemplarische samenwerking opgezet tussenperspective.brussels en het Departement Omgeving om een gemeenschappelijk kader uit te werken voor de ontwikkeling van de Defensie-site en haar omgeving. In die context nam de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 22 april op voorstel van perspective.brussels akte van de grote lijnen van het project. De Vlaamse Regering keurde de startnota voor het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) goed op vrijdag 21 mei. Dit is een belangrijke stap in het intergewestelijk proces voor de uitwerking van een visie voor dit gebied.

De grote ruimten die ter beschikking komen op de Defensie-site bieden een unieke gelegenheid om een voorbeeldproject neer te zetten. perspective.brussels en het Departement Omgeving werken aan een visie. Die visie moet de stedelijke ontwikkeling langsheen de Leopold-III laan combineren met een biologisch, diverse en stedelijke open ruimte op het zuidelijke gedeelte van de site (tussen de begraafplaatsen en het Woluweveld), als deel van een ecologische corridor die het Brussels en het Vlaams Gewest verbindt.

De voornaamste ambities van het stadsproject zijn volgende 4 pijlers:

 

  • Een stadswijk langs de Leopold III-laan: een specifieke context creëren voor nieuwe bewoners, bedrijven, winkels, lokale en bovenlokale voorzieningen, gebaseerd op een groene omgeving van hoge kwaliteit, gelegen tussen de aangelegde Leopold III-laan (Park Lane) en een groot landschapspark;

 

  • Een bospark op het zuidelijke deel van de site (waar vandaag het hoofdkwartier van Defensie is gevestigd): aanleg van een bosuitbreiding van ten minste 20 ha, en een ecologisch park met activiteiten die verband houden met  de natuur en stadslandbouw zoals een kinderboerderij, bospaden, een natuurschool, een dierenpark e.d.;

 

  • Een ecologisch beheer van de begraafplaatsen van Brussel, Schaarbeek en Evere (± 70 ha). Begraafplaatsen worden steeds meer natuurlijke ruimten die rijk zijn aan biodiversiteit en sereniteit. Het huidige planningsproces is een uitstekende aanleiding voor een denkoefening over de plaats die de begraafplaatsen kunnen innemen in de toekomst;

 

  • Een actief mobiliteitsnetwerk. Op de begraafplaatsen, het zuidelijk deel van het Defensieterrein en het Woluweveld zal een vrijwel autovrije zone van ± 200 ha worden afgebakend. Binnen deze autovrije zone wil het plan een grootstedelijk netwerk van actieve mobiliteit tot stand brengen, met nieuwe verbindingen tussen de Groene Promenade en de fiets-GEN-routes.

Participatieproces

In september 2019 startte perspective.brussels een informatie- en participatiefase op. Tijdens de eerste helft van 2020 zijn workshops gehouden over thema’s als bosontwikkeling, begraafplaatsen, stadslandbouw, circulaire economie, sport- en schoolvoorzieningen.

Er zal een participatief proces worden opgestart waarbij zoveel belanghebbenden worden betrokken om het project in zijn globaliteit uit te bouwen voordat het bij de Regering wordt ingediend (voorjaar 2022).

Het project wordt ontwikkeld in samenwerking met een consortium, dat eind 2020 is aangesteld en bestaat uit  het architectenbureau Michel Devigne Paysagistes, Tractebel en E-biom.

De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Rudi Vervoort is verheugd over “de ambitie die aan de dag wordt gelegd voor de ontwikkeling van dit strategisch gebied gelegen aan de rand van het Gewest. Ik ben blij met de uitstekende samenwerking met alle betrokken partijen bij het creëren van een nieuwe wijk en vooral van een groen en open grootstedelijke ruimte waar veel burgers van zullen profiteren”.

perspective.brussels, dat belast is met de territoriale ontwikkelingsstrategie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, geeft aan dat “het intergewestelijk project voor de Defensie-site geïntegreerde en prospectieve oplossingen voorstelt om op dit grondgebied een nieuwe levendige ecologische stadswijk te combineren aan een coherente open ruimte op landschapsniveau en gediversifieerd op biologisch niveau.”

Brusselse regering maakt 8 miljoen euro vrij voor de hotelsector

hotels

Brusselse regering maakt 8 miljoen euro vrij voor de hotelsector

persbericht

19 mei 2021

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft op voorstel van Rudi Vervoort, minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Sven Gatz, minister van Financiën en Begroting, en Barbara Trachte, staatssecretaris voor Economische Transitie, in tweede lezing een besluit goedgekeurd met betrekking tot een nieuwe premie voor de toeristische logiessector. Die is ongetwijfeld een van de zwaarst getroffen sectoren sinds het begin van de crisis: erg afhankelijk van toerisme, professioneel of ander, loopt het omzetverlies in 2020 op tot 70%. Daarom heeft de Brusselse regering 8 miljoen euro extra vrijgemaakt voor de sector.

Deze premie was aanvankelijk gepland als onderdeel van de Tetrapremie die, ter herinnering, bedoeld is om de sector van de discotheken, de restaurants en cafés en sommige van hun leveranciers, de evenementen, de cultuur, het toerisme en de sport te ondersteunen. Na talrijke ontmoetingen met de sociale partners en vertegenwoordigers van de toeristische logiessector heeft de Brusselse regering evenwel beslist de premie voor de toeristische logiessector af te splitsen, met name om deze sector onder de Europese tijdelijke kaderregeling inzake staatsteun te brengen, in plaats van onder de de minimis-verordening.

De logica van de Tetrapremie is gehandhaafd, aangezien het steunbedrag wordt berekend op basis van het aantal voltijdse equivalenten.

Om toegang te krijgen tot de premie, zal de onderneming ook aan verschillende voorwaarden moeten voldoen, waaronder een criterium van financiële gezondheid. Dat criterium moet toelaten ondernemingen te helpen die vóór de coronaviruscrisis economisch levensvatbaar waren. Een omzetdrempel van 25 000 euro voor het jaar 2019 zal ook vereist zijn.

De premiebedragen zijn als volgt:

Aantal voltijdse equivalenten

Premiebedrag

Minder dan 5

12.500 euro

Van 5 tot minder dan 10

37.500 euro

10 en meer

62.500 euro

 

De premie wordt toegekend per vestigingseenheid, met een maximum van vijf vestigingseenheden per onderneming.

Deze premie zal rond 10 juni beschikbaar zijn, na validering door de Europese Commissie.

Rudi Vervoort, minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: “Met deze nieuwe specifieke premie voor de sector toeristische accommodatie in zijn geheel, blijft de Brusselse regering de sectoren steunen die het zwaarst door de crisis zijn getroffen, waaronder de hotelsector. De bijna totale afwezigheid van toeristen in Brussel heeft een ongekende impact gehad op de bezettingsgraad van de hotels. Toch vormt deze sector een belangrijke pijler van het toeristische ecosysteem en blijft hij van essentieel belang voor de Brusselse economie en werkgelegenheid, maar ook voor de aantrekkelijkheid van het Gewest. Naast deze nieuwe economische hulp zal de regering samen met de betrokken partners alles in het werk blijven stellen om het toerisme nieuw leven in te blazen. Zo heeft visit.brussels onder meer gepland om deze zomer 100.000 vouchers te verdelen onder toeristen uit de buurlanden en de twee andere Gewesten, vouchers waarmee één of meer hotelovernachtingen kunnen worden geboekt.”

Sven Gatz, minister van Financiën en Begroting: “Door de Brusselse hotelsector een nieuwe premie toe te kennen, tonen wij onze bereidheid om alles in het werk te stellen om de toeristische economie, die hard is getroffen door de maatregelen in verband met covid-19, te ondersteunen. Deze steunmaatregel is erg belangrijk omdat het deze sector, die essentieel is voor het economische en sociale weefsel van de hoofdstad, moet helpen weer een beetje lucht te krijgen na de aanzienlijke terugval van zijn activiteiten.

Barbara Trachte, staatssecretaris bevoegd voor Economische Transitie: “Door de drastische daling van het aantal toeristen in Brussel is de hotelsector een van de sectoren die het meest hebben geleden onder de crisis, met een bijzonder lage bezettingsgraad en een herstel dat naar verwachting traag zal verlopen. Daarom heeft de Brusselse regering, in goede samenwerking met de vertegenwoordigers van de sector, een premiemechanisme opgezet dat is aangepast aan hun realiteit en dat hen moet helpen vol te houden totdat de boekingen opnieuw binnenstromen.”

Een nieuwe steunpremie voor de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder (VVB)

taxi lvc

Een nieuwe steunpremie voor de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder (VVB)

persbericht

12 mei 2021

De Brusselse regering heeft vandaag een ontwerpbesluit goedgekeurd voor de toekenning van een nieuwe steunpremie aan de taxisector en de verhuurders van voertuigen met bestuurder (VVB), die zeer hard getroffen zijn door de gezondheidscrisis.

Na een eerste premie van 3.000 euro in april 2020 en een tweede van hetzelfde bedrag in december 2020, is deze derde premie van 3.000 euro een nieuwe steunmaatregel voor de sector van het bezoldigd personenvervoer die het door de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, bijzonder moeilijk heeft.

Ondanks de geleidelijke versoepelingen die sinds mei door de federale en de gewestelijke overheid zijn doorgevoerd, blijft deze sector zwaar lijden onder de nog steeds geldende beperkingen voor culturele, sociale en feestevenementen, het vervroegde sluitingsuur van de bars en restaurants en de sterke terugval van het zaken- en vrijetijdstoerisme. Daarom besliste de Brusselse regering om de betrokken exploitanten noodsteun te verstrekken in de vorm van een eenmalige premie om de economische en sociale schade te beperken en om een systematisch faillissement van deze sector, die opdrachten van openbaar nut vervult, te vermijden.

Deze nieuwe forfaitaire premie van 3 000 euro, die gebaseerd is op dezelfde voorwaarden als de twee vorige premies, is niet de enige steunmaatregel die door de Brusselse regering aan de sector wordt verleend. De regering heeft ook een nieuw besluit over de tetra-premie vastgesteld op grond waarvan de sector van het bezoldigd personenvervoer onder bepaalde voorwaarden aanspraak kan maken op financiële bijstand. In tegenstelling tot de forfaitaire premie van 3.000 euro moet voor de Tetra-premie nog aan een hele reeks voorwaarden worden voldaan: omzet, aantal VTE’s, boekhoudkundige verantwoordingsstukken.

Kortom:

  • Een Tetra Ter-premie voor de exploitanten in de sector van het bezoldigd personenvervoer die hun economische activiteit geregistreerd hebben onder de NACE-code 49.320. Zij zal worden uitgereikt door het bestuur Brussel Economie en Werkgelegenheid. De voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen, zijn vastgelegd in het regelgevende kader voor de Tetra Ter-premie, die gecoördineerd wordt door het kabinet van staatssecretaris Barbara Trachte.
  • Een forfaitaire premie van 3.000 euro voor exploitanten met een vergunning die vóór 1 maart 2021 door Brussel Mobiliteit werd uitgereikt. Brussel Mobiliteit is het bestuur dat zal instaan voor de ontvangst van de aanvragen en de uitreiking van de financiële steun. De exploitanten die de Tetra Ter-premie hebben gekregen, komen dus niet aanmerking voor deze premie.

Beide ontwerpbesluiten betreffende die ondersteuning werden in eerste lezing goedgekeurd. Voordat zij in werking kunnen treden, moet eerst nog een advies worden ingewonnen bij Brupartners en de Raad van State.

Het RPA Zuid in eerste lezing goedgekeurd door de Brusselse Regering Tijd om de Brusselaars naar hun mening te vragen!

Midi4

Het RPA Zuid in eerste lezing goedgekeurd door de Brusselse Regering Tijd om de Brusselaars naar hun mening te vragen!

persbericht

11 mei 2021

Voor de Brusselse Regering is de tijd aangebroken om de Brusselaars te raadplegen over de vordering van de werkzaamheden aan het Zuidstation en zijn omgeving. Op voorstel van Minister-President Rudi Vervoort keurde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in eerste lezing het ontwerp van Richtplan van Aanleg (RPA) “Zuid” goed. Zo kan het nu aan een breed openbaar onderzoek worden onderworpen, waarvan de conclusies een evolutie van de stadsontwikkeling mogelijk moeten maken. De onrust omtrent de toekomst van kantoren in de hoofdstad mag een volwaardig en sereen debat over de toekomst van een centrale wijk met vele mogelijkheden niet in de weg staan.

De uitwerking van een herontwikkelingsvisie voor de Zuidwijk staat al sinds 2013 in de steigers, toen de Parijse stedenbouwkundigen van l’AUC door middel van een overheidsopdracht geselecteerd werden om een Richtplan uit te tekenen. L’AUC, vertegenwoordigd door Djamel Klouche, had voordien reeds op een aantal stationswijken gewerkt zoals het project “Gare de Lyon Part-Dieu”. Het ontwerp-RPA dat voorligt en waarvoor l’AUC nog steeds optreedt als ontwerper, is het logische uitvloeisel van het Richtschema dat in 2016 is goedgekeurd door de Brusselse Regering. De RPA-procedure ging op 8 mei 2018 officieel van start en de informatie- en participatiefasen waarin het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) voorziet, worden in die context naar aanleiding van drie vergaderingen georganiseerd.

De hoofdlijnen van het ontwerp-RPA sluiten aan bij het territoriaal beleid zoals dat staat uitgetekend in het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO). Dat plan stelt tien prioritaire ontwikkelingspolen voorop waarbij ook de Zuidwijk. Het GPDO streeft ernaar om de wijk opnieuw in evenwicht te brengen door de woonfunctie samen met de bijpassende voorzieningen te stimuleren en te bouwen rond het concept van “woonvriendelijk station” zoals dat in het Richtschema staat omschreven. Dat schema legt de strategische krachtlijnen voor de verdere evolutie van deze wijk vast. Ook bepaalt het dat men bij de transformatie van deze pool gebruik dient te maken van de uitzonderlijke lokale, nationale en internationale bereikbaarheid van de wijk. De huidige Regering is bij de vorming van de meerderheid overeengekomen het goedkeuringsproces van de RPA te voltooien.

Het ontwerp van RPA is eigenlijk een bijwerking van het Richtschema in functie van de evoluerende context van de voorbije jaren en voorziet ineen strategisch hoofdstuk dat hier gepaard gaat met een verordenend luik als grondslag voor toekomstige aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwe projecten in deze wijk. Het ontwerp van RPA boogt op de werkzaamheden van een begeleidingscomité met verscheidene Brusselse besturen, de NMBS als grote actor van de wijk, de Bouwmeester en de betrokken Brusselse gemeenten: Anderlecht en Sint-Gillis.
De grote lijnen van het ontwerp van RPA luiden als volgt: 

  • een grootstedelijke openbare ruimte: het ontwerp van RPA voorziet in:
    • een ambitieuze herinrichting van de openbare ruimten rond het station. Er wordt een nieuwe doorlopende strook gecreëerd die loopt van noord naar zuid, van de Europaesplanade en het Grondwetplein tot aan het blok in de Tweestationsstraat via het Hortaplein en de Frankrijkstraat. Het park dat op het huizenblok van de tweestationsstraat gepland is, zal een hoofdrol vervullen in de herontwikkeling van de wijk die het vandaag aan voor het publiek toegankelijke groene ruimten ontbreekt, een tekort waaraan het RPA beoogt te verhelpen. De Frankrijkstraat wordt het Frankrijkplein, een nieuwe verkeersluwe centrale ruimte van de omvang van het Jourdanplein in Etterbeek.
    • Binnen heel de perimeter van het RPA worden de openbare ruimten (voorzien van wateroppervlakken) en de ruimten binnenin de huizenblokken maximaal vergroend om de problematiek van de hitte-eilanden tegen te gaan en voor bewoners een kwalitatief hoogstaande leefomgeving te creëren.
    • Ook de openbare ruimten aan de rand van het RPA Zuid worden niet vergeten. Aan de hand van zijn stadsherwaarderings­programma’s programmeerde het Gewest reeds de herkwalificering en volledige heraanleg van de Poincarélaan tussen het Zuidstation en de Ninoofsepoort.  En aan de kant van Sint-Gillis en Vorst komt er een fiets- en wandelpad met alvast een eerste deel tussen de Veeartsentunnel en het Wiels. Ook de Wielsvijver en zijn omgeving worden heraangelegd als groene openbare ruimte en Speelpark.
  • de intermodaliteit ten dienste van de gebruiksmogelijkheden: het RPA beoogt het collectief vervoer op te waarderen, de druk van het autoverkeer te verminderen, zoveel als mogelijk het transitverkeer uit de woonwijken weg te halen en tegelijk ruimte vrij te maken voor actieve vervoermiddelen. Het parkeren op de openbare weg verdwijnt en elders komt een systeem van deelparkeren om zo veel mogelijk ruimte vrij te houden.
  • een woonvriendelijke stationsbuurt: huisvesting en voorzieningen zijn functies die het RPA beoogt uit te bouwen in de wijk, met 189.000 m² bijkomende woonoppervlakte en 44.000 m² nieuwe lokale en supralokale voorzieningen. De kantoorfunctie zou daarbij 12.500 m² verliezen.  Als eerste doelstelling van het RPA geldt dat een woonvriendelijke stationsbuurt tot ontwikkeling moet worden gebracht waar bewoners kunnen leven, werken en hun kinderen school kunnen lopen. Daarbij moet het in april 2021 opgestarte Stadsvernieuwingscontract nr. 7 een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het RPA en het ontluiken van voorzieningen waaraan de wijk vandaag en morgen behoefte heeft.

Het RPA voorzag voor het perceel Victor van het Kuifje-blok in de ontwikkeling van een locomotief van 56.000 m² kantoren. Gezien de hedendaagse context waarin kantoren onder grote druk staan, heeft de Brusselse Regering er zich alvast toe geëngageerd de dichtheid van dit huizenblok naar beneden te herzien vóór het plan in tweede lezing wordt goedgekeurd, maar wil zij wel het plan dat door de aangestelde stedenbouwkundigen is opgesteld als zodanig voorleggen aan de Brusselaars om een reëel debat mogelijk te maken over deze belangrijke wijk van de hoofdstad.

Ik wil gedachtewisselingen en discussies op gang brengen over de Zuidwijk. Ik ben mij duidelijk bewust van de onzekerheid die heerst op de kantorenmarkt. Maar ik wil wel duidelijk zijn: ik ben à priori geen voorstander van een torengebouw op het zogenaamde Kuifje-blok zoals het plan vooropstelt en mijn Regering heeft sindsdien trouwens geacteerd dat dit punt diende te evolueren. Voor mij is het belangrijk dat het debat op gang komt en dat de theoretische werkzaamheden worden afgerond, zodat we hierover samen kunnen nadenken en bespreken wat de stedenbouwkundigen voor deze belangrijke Brusselse wijk hebben uitgewerkt. De volgende fase is het openbaar onderzoek georganiseerd door de gemeenten. Dit gaat eerstdaags van start en zal 60 dagen duren. Ook de gewestelijke adviesorganen zoals de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie, om er maar één te noemen, zullen worden geraadpleegd.”, aldus Minister-President Rudi Vervoort.

“Als burgemeester van Anderlecht ben ik blij dat er eindelijk schot komt in dit strategische dossier dat het richtplan van aanleg voor de Zuidwijk toch wel is. Wij blijven er dan ook aandachtig op toezien dat dit verordenende plan voor de toekomstige ontwikkeling van deze buurt Anderlecht, Sint-Gillis en Vorst daadwerkelijk beter op elkaar zal doen aansluiten, zodat de Zuidwijk niet langer een stedelijke breuklijn tussen onze gemeenten vormt, maar kan uitgroeien tot een nieuwe pool die positief afstraalt op de omliggende wijken. Het Anderlechtse bestuur is daarenboven voorstander van het idee van een kwaliteitsvolle stedelijke ontwikkeling en dan in het bijzonder langs de toekomstige as tussen het huizenblok in de Tweestationsstraat en het Hortaplein, waar het concept van de “woonvriendelijke stationsomgeving” gekoppeld aan de stadsnormen van de eenentwintigste eeuw vorm moet krijgen.”, stelt Fabrice Cumps, burgemeester van Anderlecht.

“Een inrichtingsplan onontbeerlijk om eenheid en samenhang te schenken aan het ontwikkelingsproject van deze perimeter. Er moet immers vermeden worden dat de vergunningen op versnipperde wijze worden afgegeven, wat afbreuk doet aan de transparantie van de stedenbouwkundige beslissingen.” concludeert Charles Picqué, burgmeester van Sint-Gillis.

De Brusselse regering keurt het uitvoeringsbesluit voor de ordonnantie in verband met het schoolcontract goed en schrijft de oproep tot kandidaatstelling

contrats ecole copie

De Brusselse regering keurt het uitvoeringsbesluit voor de ordonnantie in verband met het schoolcontract goed en schrijft de oproep tot kandidaatstelling

persbericht

30 april 2021

De Brusselse regering heeft vandaag het uitvoeringsbesluit voor de ordonnantie van 16 mei 2019 in verband met het schoolcontract in tweede en laatste lezing goedgekeurd. Daarnaast heeft zij ook het licht op groen gezet om de tweejaarlijkse oproep tot kandidaatstelling voor de derde (2022-2026) en de vierde reeks (2023-2027) schoolcontracten uit te schrijven.

Op 20 januari 2020 diende de Vlaamse Gemeenschap een vernietigingsberoep in tegen de ordonnantie in verband met het schoolcontract, omdat zij van oordeel was dat er sprake was van een bevoegdheids- en een grondwetsoverschrijding.

Het Grondwettelijk Hof verwierp dat beroep in een arrest van 4 maart 2021 en bevestigde daardoor dat het Brussels Gewest zijn beleidsinstrumenten voor stadsvernieuwing, territoriale ontwikkeling, het beheer van het leefmilieu, enz. mag inzetten voor gemeenschapsbevoegdheden, aangezien het de uitoefening van die bevoegdheden niet in het gedrang brengt. Het schoolcontract kan dus gewoon blijven doorlopen als gewestelijk programma voor stadsvernieuwing.

Deze beslissing bevestigt de legitimiteit van het door het Gewest uitgebouwde systeem: alle huidige geplande schoolcontracten blijven behouden en er zullen in de toekomst ook nieuwe schoolcontracten kunnen worden opgestart.”, laat Brussels minister-president Rudi Vervoort tevreden weten.

Aansluitend op het arrest van het Hof heeft de Brusselse regering het uitvoeringsbesluit voor de ordonnantie van 16 mei 2019 in verband met het schoolcontract in tweede en laatste lezing goedgekeurd. Dat besluit bepaalt onder meer:

  • de specifieke regels die betrekking hebben op de goedkeuring van een schoolcontract en verband houden met de oproep tot kandidaatstelling, de inhoud van het kandidatuurdossier, de selectie van de kandidaturen, de uitwerking en de goedkeuring van het programma;
  • de aard en het doel van de acties en operaties die in aanmerking komen voor een subsidie;
  • het mechanisme voor de financiering, de uitbetaling en de verantwoording van de subsidies;
  • de documenten die de begunstigden aan de Dienst Scholen van perspective.brussels moeten bezorgen, naarmate de operaties en acties vorderen.

Verder heeft de Brusselse regering groen licht gegeven om de tweejaarlijkse oproep tot kandidaatstelling voor de derde (2022-2026) en de vierde reeks schoolcontracten (2023-2027) uit te schrijven. De oproep tot kandidaatstelling wordt verstuurd naar de inrichtende machten van de onderwijsinstellingen of de instellingen die voldoen aan de leerplicht, die gelegen zijn in de zone voor stedelijke herwaardering (ZSH) en die kwetsbare leerlingen hebben.

Met het schoolcontract worden drie doelstellingen nagestreefd, namelijk de stedelijke integratie van de scholen verbeteren, het aanbod van collectieve voorzieningen voor de buurtbewoners vergroten en de school openstellen voor de buurt door middel van onder andere sociaaleconomische initiatieven. Het stuurt er dus op aan de school volwaardig te integreren in haar buurt. Zowel de bewoners als de jongeren varen daar wel bij en dat vind ik een goede zaak”, aldus Rudi Vervoort.

De kandidaturen worden door de Brusselse regering geselecteerd op basis van een analyse van de ontvankelijke dossiers door de Dienst Scholen van perspective.brussels. Die analyse vindt plaats in een comité van experten. Bij de selectie worden meerdere criteria gehanteerd. Het beschikbare budget voor de oproep tot kandidaatstelling bedraagt vijf miljoen euro voor de derde reeks en evenveel voor de vierde reeks.

De Brusselse regering zal de uitvoering van minstens vier en hoogstens zeven schoolcontracten (voor de derde en de vierde reeks samen) ondersteunen en zij zal bij de selectie rekening houden met een evenwichtige geografische verdeling van de projecten binnen de zone voor stedelijke herwaardering en met de diversiteit van de schoolnetten van de Brusselse onderwijsinstellingen.